Naar hoofdinhoud Naar footer

5A-model Stap 2: Adviseren

5-a-model.jpg

Bij Adviseren gaat het erom dat de zorgverlener gerichte voorlichting en instructie geeft als de cliënt daarvoor open staat en behoefte aan heeft. Deze informatie moet aansluiten bij de voorkeuren van de cliënt: zowel inhoud van de informatie als de wijze waarop de informatie wordt gegeven moet passend zijn. De zorgverlener moet vaststellen of de cliënt de informatie goed begrepen heeft. Of liever: of zij het goed heeft uitgelegd. Dit kan zij doen door de zorgvrager de informatie terug te laten vertellen (terugvertelmethode).

De zorgverlener geeft voorlichting en instructie over de behandeling, gezonde leefstijl of hoe de cliënt kan omgaan met de aandoening, waarbij zij:

  • Bij elk contact vraagt aan welke informatie de cliënt behoefte heeft.
  • Vraagt of de cliënt open staat voor informatie of advies.
  • Toestemming vraagt aan de cliënt om informatie of advies te geven.
  • De cliënt de informatie die zij heeft gegeven door de cliënt terug laat vertellen.
  • Zorgt dat de informatie en instructie duidelijk, passend en concreet is.
  • De cliënt vertelt op welke klachten hij moet letten.
  • De cliënt helpt met het formuleren van vragen voor gesprekken met andere zorgverleners.
  • Aangeeft aan de cliënt welke keuzes hij heeft (die hij met zorgverleners kan bespreken) ► Zie stap 3

De familie betrekt bij het geven van voorlichting en instructie.

Hulpmiddelen en valkuilen bij Adviseren

YouTube video thumbnail

Er zijn veel hulpmiddelen bij het geven van advies en instructie. Adviseren kan mondeling, schriftelijk (folders, boeken) en digitaal (internet, websites, apps).Vraag daarom welke informatie mensen zelf al hebben opgezocht en waar ze al veel of juist nog weinig over weten. Waar ze meer over zouden willen weten of wat ze zouden willen leren. Veel mensen met chronische gezondheidsproblemen zijn expert op het dagelijks leven met hun aandoening. Ze kunnen minder behoefte hebben aan “medische” kennis, maar meer aan praktische tips en handvaten. Lotgenoten (bijvoorbeeld via patiëntenorganisaties) kunnen deze tips ook geven.

Om zeker te weten dat informatie is begrepen maakt de zorgvrager gebruik van de terugvraagmethode. Zorgverleners kunnen zorgvragers ook helpen bij het stellen van goede vragen. Wijs mensen op:

Valkuilen bij Adviseren:

  • Geven van goedbedoelde, maar ongevraagde adviezen. Ook al hebben zorgverleners de beste bedoelingen, zulke adviezen hebben geen effect. Het is beter als de cliënt zelf tot inzicht komt en oplossingen aandraagt.
  • Algemene educatie geven die niet aansluit bij de behoeften, of vertellen wat mensen al weten (dat roken slecht is en bewegen goed). Bespreek liever welke concrete mogelijkheden er zijn en verwijs naar betrouwbare websites.
  • Ervan uitgaan dat informatie in een keer wordt begrepen of dit niet navragen.
  • Denken dat voorlichting en educatie voldoende zijn voor de cliënt om tot gedragsverandering te komen. Of denken dat informatie genoeg is om tot actie over te gaan: “ik heb hem toch uitgelegd wat de gevaren zijn, maar toch doet hij er niets mee”.

Zelfmanagementondersteuning houdt dus zeker niet op bij educatie en instructie geven. Kennis is wel een voorwaarde, maar er is veel meer voor nodig om iemand tot gedragsverandering aan te zetten. Er moeten concrete stappen worden gezet - dat wil zeggen: er moeten doelen worden gesteld. Dat is stap 3: Afspreken.