Naar hoofdinhoud Naar footer

Oplossingsgerichte gespreksvoering

Richt je in gesprekken met zorgvragers niet op problemen, maar op oplossingen. Vertel daarbij niet wat de ander moet doen, maar vraag wat iemand zelf belangrijk vindt en wil bereiken. Onderzoek dus welke ideeën de cliënt zelf heeft.

tabel-oplossingsgerichte-gespreksvoering.jpg

Als je samen hardop wilt verkennen wat het best past bij deze unieke cliënt, verdiep je je in de verwachtingen, ervaringen en wensen van de cliënt. Vorm je ook een beeld van de ‘persoon achter de ziekte’ en over wat belangrijk is in zijn leven. Pas dan kun je samen, al wikkend en wegend, tot een keuze komen. Daarvoor zijn rake vragen ontwikkeld (Oskam 2016). Goede rake vragen zijn kort en open: het gaat om niet-sturende vragen die de cliënt uitnodigen informatie te geven die behulpzaam is bij het maken van een keuze.

Daarnaast is het nodig om goed te observeren en gedrag te spiegelen. Benoem wat je in het moment waarneemt en kijk of de zorgvrager zich daarin herkent: “Ik heb de indruk dat u …”. Zo verken je samen actief welke motivatie en belemmeringen de zorgvrager werkelijk tegenkomt.

Motiverende gesprekstechnieken zijn nuttig bij het ondersteunen van zelfmanagement en gedragsverandering. Deze kenmerken zich door een doelgerichte en persoonsgerichte gespreksstijl die de eigen motivatie van iemand om het gewenste gedrag uit te voeren bevordert. Dit gebeurt door de twijfels of weerstand te helpen verhelderen en oplossen (Miller en Rollnick, 2013). De voor- en nadelen worden geïnventariseerd. Als de zorgvrager ambivalent is en niet weet te kiezen tussen A en B, pleit dan niet voor een of ander, maar help bij het verhelderen en ordenen van eigen argumenten en afwegingen. De beslissing ligt bij de cliënt.
Belangrijk is dat de verandering aansluit bij de waarden en opvattingen van de persoon. Je sluit dus aan bij wat de zorgvrager belangrijk vindt en je probeert actief de motivatie tot verandering te versterken. Je gaat ervan uit dat de persoon in staat is tot veranderen. Daarnaast zijn willen en kunnen belangrijk voor een verandering: is de zorgvrager gemotiveerd en denkt hij in staat te zijn tot de verandering? Ook moet de cliënt er klaar voor zijn, dus het moment moet goed zijn om aan verandering te gaan werken. Het proces van gedragsverandering is niet eenvoudig en verloopt meestal met vallen en opstaan.