Naar hoofdinhoud Naar footer

Zelfmanagementondersteuning in de GGZ

  

Bizarre how fast your life can change

Bij psychiatrische ziektebeelden staat na het stellen van de juiste diagnose, vaak een behandeling met medicatie voorop. Adequaat zelfmanagement is een belangrijk deel van het herstelproces.

Om zorgvragers zelfmanagementvaardigheden te leren is het goed om eerst te achterhalen wat de zorgvrager al weet van de aandoening en het beloop ervan. Inventariseer of die informatie overeenkomt met jouw professionele kennis en welke kennis nog ontbreekt. De betekenissen die mensen aan de informatie geven kunnen van elkaar verschillen. Partners kunnen bijvoorbeeld erg voorzichtig worden en de regie overnemen, terwijl zorgvragers de situatie bijvoorbeeld ontkennen. Door de zorgvrager de agenda van bijeenkomsten te laten bepalen ondersteun je zijn actieve rol.

Voorbeelden van interventies in de GGZ zijn:

  1. Voorlichting en advies geven over de aandoening (psychoeducatie). Het is goed informatie gedoseerd aan te bieden.
  2. Om te achterhalen welke situaties of gebeurtenissen het beloop van de stoornis kunnen beïnvloeden, is de Life-Chartmethode een goede interventie. Naast de medicatie, het aantal uren slaap en de activiteiten wordt de stemming in een dagboekje bijgehouden en is er ruimte om bijzondere gebeurtenissen te noteren. Hierdoor ontstaat meer bewustzijn van emoties en gedrag. Ook is de life-chart een goede manier om de effectiviteit van de interventies te toetsen.
  3. Onder downloads vind je de Zorgbehoeftenpeiling. Dit helpt om behoefte aan zorg en ondersteuning zichtbaar te maken die iemand niet direct zelf bedenkt. Er zijn versies voor de zorgvrager en voor de hulpverlener. Ook kun je aan naastbetrokkenen vragen om deze vragenlijst eens in te vullen. Het gesprek over de overeenkomsten en de verschillen maakt snel duidelijk waar de behoeften aan zorg en ondersteuning liggen en kan zorgen voor meer afstemming en minder stress.
  4. Een signaleringsplan, ook wel noodplan genoemd, heeft tot doel om signalen van terugval te leren herkennen, en na te gaan welke acties kunnen helpen. Dit wordt beschreven in een signaleringsplan dat voor de patiënt, diens naasten en de hulpverleners kan dienen als een handvat voor handelen, mocht er zich een nieuwe episode aankondigen. In eerste instantie wordt samen met de zorgvrager en diens naaste stilgestaan bij factoren die voor verhoogde stress zorgen. Lees de toelichting op het signaliseringsplan.
  5. Lotgenotencontact kan voor patiënten, maar ook voor naasten, een belangrijke bron van informatie zijn. Leren van ervaringsdeskundigen over het omgaan met de kwetsbaarheid van de stoornis, praktische tips krijgen, en merken dat je niet de enige bent. 
  6. Zelfhulp. Dit is nog tamelijk onbekend, maar heeft ook een relatie met de professionele hulpverlening. Zie hiervoor de website Werkplaatsen Sociaal Domein.

Downloads