Naar hoofdinhoud Naar footer

Vaardigheden voor zelfmanagement en zelfmanagementondersteuning

Zelfmanagement kan heel uitdagend zijn. Bijvoorbeeld als de ziekteverschijnselen steeds erger worden (bij een progressieve ziekte) of de klachten niet overgaan ondanks de behandeling. Of als de verschijnselen sterk wisselen waarbij de ziekte onvoorspelbaar is. Zelfmanagement vraagt dus veel van de cliënt en zijn omgeving. Niemand kan dit ‘van nature’, zelfmanagement leer je met vallen en opstaan. Mensen kunnen daardoor ontmoedigd raken. Zorgverleners kunnen dan het idee krijgen dat cliënten het niet kunnen of niet willen. Juist dan is het onze taak om mensen te ondersteunen bij deze taken!

Wat moet de cliënt leren voor effectief zelfmanagement?

  1. Problemen oplossen
  2. Besluiten nemen
  3. Hulpbronnen inzetten (gebruik maken van informatie, mensen uit de eigen omgeving of zorgverleners)
  4. Goede relatie met zorgverleners opbouwen en onderhouden
  5. Planning maken (en je eraan houden)
  6. Bijsturen: bijhouden hoe het gaat (monitoren); je flexibel kunnen aanpassen en tijdig maatregelen nemen)
Denkvermogen-en-doenvermogen.jpg

Hieruit blijkt dat het niet alleen om ‘denken’ gaat bij zelfmanagement, maar juist om ‘doen’. Zorgverleners moeten daarom niet alleen aandacht geven aan ‘informatie geven’. Zij moeten juist ook helpen om acties te plannen en mensen aanmoedigen om vol te houden.

Van de zorgverlener vraagt dit bijzondere vaardigheden, die eigenlijk het spiegelbeeld zijn van wat de cliënt moet kunnen. Ook zorgverleners kunnen dit niet vanzelf, maar moeten het geven van passende zelfmanagementondersteuning leren.

Wat moet de zorgverlener kunnen om de cliënt te ondersteunen bij zelfmanagement?

  1. Open houding: open vragen stellen, doorvragen en vooral luisteren naar wat cliënt bezighoudt in zijn leven en wil
  2. Cliënten helpen bij het vinden van oplossingen voor problemen: niet denken voor, maar meedenken, samen beslissen
  3. Cliënt ondersteunen bij het inzetten van hulpbronnen (gebruik maken van kennis en ervaringen van zorgvragers, betrekken van mensen uit netwerk en andere zorgverleners)
  4. Goede relatie met de cliënt opbouwen en onderhouden
  5. Samen met de cliënt acties plannen en deze ook opvolgen
  6. Flexibel zijn; bijsturen en zorg op maat geven

In het volgende hoofdstuk gaan we uitgebreider in op de competenties van zorgverleners om zorgvragers en hun familie te ondersteunen bij zelfmanagement.