Naar hoofdinhoud Naar footer

HuidletselWondbehandeling

Bij het behandelen van een wond komen vijf fases kijken: voorbereiding, behandeling en verbandwisseling, rapportage na verbandwisseling, evaluatie van de wondbehandeling en overdracht/continuïteit van zorg.

Voorbereiding

Stel samen met de behandelend arts of gespecialiseerd verpleegkundige het wondbeleid vast en licht de cliënt en mantelzorger in over de keuze.

  • Vul een wondbehandelplanformulier in en voeg deze toe aan het zorgdossier.
  • Verzamel de benodigde wondbehandelingsproducten om de wond te verzorgen.
  • Informeer de cliënt over de werkwijze en installeer deze in een zo comfortabel mogelijke houding.
  • Zorg voor een verantwoorde werkhoogte voor jezelf.

Behandeling en verbandwisseling

  • Reinig je handen op de juiste manier en zorg voor een omgeving waarin geen andere werkzaamheden plaatsvinden om luchtwerveling te voorkomen.
  • Bekijk de bijsluiter voor het op de juiste wijze verwijderen van het wondverband, of volg onderstaande advies:
    • Week (indien nodig) eerst het oude wondverband met kraanwater los, bijvoorbeeld door er douchewater langs te laten lopen. Het lostrekken van een droog verband kan de huid beschadigen.
  • Maak de decubituswond en de omliggende huid schoon bij elke verbandwissel. Dit kan door er lauwwarm water over te gieten of de wond schoon te spoelen met water uit de douchekop. Het spoelen van de wond kan erg pijnlijk zijn, laat dit aan de cliënt zelf over als hij of zij hiertoe in staat is. Eventueel kan voorafgaand pijnstilling worden toegediend.
  • Dep de wond (en wondranden) droog.
  • Vergelijk de wond met de beschreven uitgangssituatie.
    • Beoordeel de wond. Kijk naar kleur, grootte, diepte, hoeveelheid wondvocht.
    • Let op complicaties zoals tekenen van klinische infectie. Bijvoorbeeld roodheid, zwelling, pijn en warmte.
    • Bekijk en betast de omringende huid, let op verweking, overgevoeligheid of andere afwijkingen.
  • Voorkom of behandel verweking als dit nodig is met barrièrecrème of –spray, of eenmaal daags zinkolie. Let op of het gebruikte wondverband dit toelaat.
  • Leg het nieuwe wondverband losjes in of over de wond (afhankelijk van de gekozen wondbedekker). Zorg ervoor dat deze niet te veel op de wondbodem drukt.
  • Ruim het overgebleven materiaal op en zorg dat er voor de volgende behandeling voldoende materiaal aanwezig is.
  • Hoe vaak het wondverband gewisseld moet worden, is afhankelijk van de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en het wondbeleid.

Bron: NHG-Standaard Decubitus (eerste herziening, 2015)

Rapportage na verbandwisseling

Rapporteer (in het zorgdossier, zo mogelijk op apart formulier) bij iedere wondbehandeling:

  • Het effect van het wondbeleid en de preventieve maatregelen.
  • Beschrijf de omvang, kleur, geur en exsudaat (wondvocht).
  • Overleg bij bijzonderheden, met name infectieverschijnselen, direct met de behandelend arts of gespecialiseerd verpleegkundige; het is misschien nodig het beleid bij te stellen.

Evaluatie van de wondbehandeling

  • Evalueer en documenteer bij elke verbandwissel de voortgang van de genezing met behulp van een instrument zoals het WCS-model of het TIME-model.
  • Licht de cliënt in en maak de verwachtingen en motivatie van de cliënt bespreekbaar.
  • Noteer de bevindingen op een scorelijst en maak eventueel een digitale foto.
  • Bij verergering: schakel de behandelend arts of de wondverpleegkundige in. Pas daarna de behandeling aan.
  • Bij verbetering: meld dit tijdens een wekelijks cliëntenoverleg of volgens afspraak. Pas daarna, op advies van de behandelend arts of wondverpleegkundige, de behandeling aan.
  • Noteer eventuele wijzigingen.

Overdracht/continuïteit van zorg

Geef een kopie van een goed, overzichtelijk en consequent ingevuld wondevaluatieformulier mee als overdracht aan de arts of bij overplaatsing naar een andere zorginstelling.

Foto’s (met digitale camera) kunnen een goede aanvulling zijn op de verslaglegging.