Naar hoofdinhoud Naar footer

HuidletselBehandelen van decubitus categorie 1

Decubitus categorie 1 herken je aan een intacte huid met niet-wegdrukbare roodheid in een gelokaliseerd gebied meestal ter hoogte van een botuitsteeksel. Er kan sprake zijn van een verkleuring van de huid, warmte, oedeem, verharding en pijn. Een donkerehuid vertoont mogelijk geen zichtbare verkleuring.

Niet-wegdrukbare roodheid betekent dat de rode huidskleur niet wit wordt wanneer met een aantal vingers lichte druk op de rode plek wordt uitgeoefend. De roodheid blijft. Bij een lichte huidskleur zie je de roodheid meestal duidelijk, bij cliënten met een donkere huidskleur is dit soms lastiger. Zij lopen daarom meer risico. De huid toont dan paarsig of blauw. 

Het gebied kan ook pijnlijk, stijf, zacht, warmer of kouder zijn in vergelijking met aangrenzend weefsel.

Beoogd resultaat

  • Roodheid heeft zich niet uitgebreid.
  • Roodheid is niet in een (open) wond ontaard.
  • Roodheid is verdwenen.

Interventies

  • Informeer de cliënt en mantelzorger over de huidige situatie en verschijnselen van verbetering of verslechtering.
  • Zoek de oorzaak van de decubitus door te kijken naar de plaats, het mobiliteitschema, het voedingspatroon, de huidconditie en de onderliggende pathologie, en hef deze zoveel mogelijk op.
  • Pas bij mogelijke risicofactoren preventieve maatregelen toe of breid deze uit.
  • Controleer minimaal twee keer per dag de drukplekken.
  • Bedek intacte huid met transparante wondfolie.
  • Gebruik eventueel crèmes.
    • Als de huid te droog is: gebruik een neutrale crème of lotion die snel in de huid trekt (niet wrijven).
    • Als de huid vochtig is: gebruik een product met indrogend effect zoals zinkoxide. Als er ook sprake is van incontinentie, verschoon dan regelmatig het incontinentiemateriaal en bescherm de huid zo nodig met barrièrecrème- of spray. 

Bronnen