Toon zoekbalkToon menu

Kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn
Huidletsel

Wondbehandeling (TIME-model)

Voor een goede wondbehandeling is het belangrijk om deze eerst te beoordelen. Dit kan aan de hand van het TIME-model. Dankzij dit model kun je een gezonde wond creëren. Pas als dat is bereikt, kan een wond met een goede behandeling genezen.

Een goede wondbehandeling bestaat de volgende onderdelen:

Beoordelen van de wond met het TIME-model
Reinigen van de wond
Wondbehandeling: voorbereiding, verbandwisseling, rapportage en evaluatie

Beoordelen van de wond met het TIME model

Het TIME-model kan helpen bij het bepalen van het wondbeleid. Het is een hulpmiddel om moeilijke en complexe wonden te beoordelen. Het uiteindelijke doel is om een gezonde wond te creëren, zonder dood weefsel en ziekteverwekkende bacteriën, met weinig wondvocht en een goede doorbloeding. Pas als dat is bereikt, kan een wond genezen.

Ook helpt het zorgverleners bij de overdracht om de continuïteit van de zorg voor de wond te waarborgen.

De vier onderdelen van het TIME-model

Stap 1: Tissue (weefsel): is er vitaal of dood weefsel?
Verwijder dood weefsel chirurgisch (door een arts) of door middel van madentherapie.
 
Stap 2: Infection (infectie): is er een infectie of ontsteking?
Reinig de wond en zorg voor infectiebestrijding door de wond te spoelen of gebruik te maken van antibacteriële wondbehandelingsproducten.
 
Stap 3: Moisture (vochtbalans): is de wond te vochtig of te droog?
Zorg voor een goede vochtbalans. Voorkom uitdroging en verweking van de wondranden door vochtregulerende wondbehandelingsproducten.
 
Stap 4: Edge (wondrand): is er een niet-sluitende of ondermijnende wondrand?
Als de eerste drie stappen met goed resultaat zijn doorlopen, dan is een genezingsproces zichtbaar vanuit de wondranden of vanuit het midden van de wond.

Als de eerste drie stappen met goed resultaat zijn doorlopen, dan is een genezingsproces zichtbaar vanuit de wondranden en/of vanuit het midden van de wond.

Reinigen van de wond

Reinig de wond met kraanwater op lichaamstemperatuur uit een flink stromende kraan (onder de douche is nog beter) of fysiologisch zout.

  • Oefen bij het spoelen zo min mogelijk druk uit op de wond. Er kan sprake zijn van irrigatie bij diepe wonden en fistels.
  • Dep na het spoelen de wondranden droog met een gaasje.
  • Gebruik niet zomaar antiseptische middelen. Deze worden bij voorkeur tijdelijk gebruikt, of totdat de wond schoon is en de omliggende omgeving vrij is van ontstekingsverschijnselen.

Keuze wondbehandelingsproducten

Voor het creëren van een vochtig wondmilieu wordt (semi-)occlusief, dus afsluitend, gewerkt. Dit kan zowel met conservatieve als met moderne wondbehandelingsproducten.

Wondbehandeling

Voorbereiding

Stel samen met de behandelend arts of gespecialiseerd verpleegkundige het wondbeleid vast en licht de cliënt en mantelzorger in over de keuze.

  • Vul een wondbehandelplanformulier in en voeg deze toe aan het zorgdossier.
  • Verzamel de benodigde wondbehandelingsproducten om de wond te verzorgen.
  • Informeer de cliënt over de werkwijze en installeer deze in een zo comfortabel mogelijke houding.
  • Zorg voor een verantwoorde werkhoogte voor jezelf.

Behandeling en verbandwisseling

  • en zorg voor een omgeving waarin geen andere werkzaamheden plaatsvinden om luchtwerveling te voorkomen.
  • Bekijk de bijsluiter voor het op de juiste wijze verwijderen van het wondverband, of volg onderstaande advies:
    • Week (indien nodig) eerst het oude wondverband met kraanwater los, bijvoorbeeld door er douchewater langs te laten lopen. Het lostrekken van een droog verband kan de huid beschadigen.
  • Maak de decubituswond en de omliggende huid schoon bij elke verbandwissel. Dit kan door er lauwwarm water over te gieten of de wond schoon te spoelen met water uit de douchekop. Het spoelen van de wond kan erg pijnlijk zijn, laat dit aan de cliënt zelf over als hij of zij hiertoe in staat is. Eventueel kan voorafgaand pijnstilling worden toegediend.
  • Dep de wond (en wondranden) droog.
  • Vergelijk de wond met de beschreven uitgangssituatie.
    • Beoordeel de wond. Kijk naar kleur, grootte, diepte, hoeveelheid wondvocht.
    • Let op complicaties zoals tekenen van klinische infectie. Bijvoorbeeld roodheid, zwelling, pijn en warmte.
    • Bekijk en betast de omringende huid, let op verweking, overgevoeligheid of andere afwijkingen.
  • Voorkom of behandel verweking als dit nodig is met barrièrecrème of –spray, of eenmaal daags zinkolie. Let op of het gebruikte wondverband dit toelaat.
  • Leg het nieuwe wondverband losjes in of over de wond (afhankelijk van de gekozen wondbedekker). Zorg er voor dat deze niet te veel op de wondbodem drukt.
  • Ruim het overgebleven materiaal op en zorg dat er voor de volgende behandeling voldoende materiaal aanwezig is.
  • Hoe vaak het wondverband gewisseld moet worden, is afhankelijk van de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en het wondbeleid.

Bron: NHG-Standaard Decubitus (eerste herziening, 2015)

Rapportage na verbandwisseling

Rapporteer (in het zorgdossier, zo mogelijk op apart formulier) bij iedere wondbehandeling:

  • Het effect van het wondbeleid en de preventieve maatregelen.
  • Beschrijf de omvang, kleur, geur en exsudaat (wondvocht).
  • Overleg bij bijzonderheden, met name infectieverschijnselen, direct met de behandelend arts of gespecialiseerd verpleegkundige; het is misschien nodig het beleid bij te stellen.

Evaluatie van de wondbehandeling

  • Observeer twee keer per dag of volgens afspraak de wond met behulp van een observatielijst, zoals Push en DWS (pdf)
  • Licht de cliënt in en maak de verwachtingen en motivatie van de cliënt bespreekbaar.
  • Noteer de bevindingen op een scorelijst en maak eventueel een digitale foto.
  • Bij verergering: schakel de behandelend arts of de wondverpleegkundige in. Pas daarna de behandeling aan.
  • Bij verbetering: meld dit tijdens een wekelijks cliëntenoverleg of volgens afspraak. Pas daarna, op advies van de behandelend arts of wondverpleegkundige, de behandeling aan.
  • Noteer eventuele wijzigingen.

Overdracht/continuïteit van zorg

Geef een kopie van een goed, overzichtelijk en consequent ingevuld wondevaluatieformulier mee als overdracht  aan de arts of bij overplaatsing naar een andere zorginstelling.

kunnen een goede aanvulling zijn op de verslaglegging.

WCS Classificatie en productadvies

Wonden worden ingedeeld naar kleur, in combinatie met andere aspecten, zoals ontstekingsvocht. De standaard hiervoor is het WCS classificatiemodel met productadvies. Het classificatiemodel verdeelt wonden in rood (oppervlakkig of diep), geel (oppervlakkig of diep) en zwart (met of zonder ontstekingsverschijnselen).
Download het WCS classificatiemodel en productadvies (pdf)

Bronnen

  • Interactief kenniscentrum voor wondverzorging, TIME-model, 2008
  • Wondenboek 2011, hoofdstuk Productinformatie, WCS
  • Landelijke multidisciplinaire richtlijn Decubitus preventie en behandeling, V&VN, 2011
  • Landelijke multidisciplinaire richtlijn Smetten (intertrigo) preventie en behandeling, V&VN, 2011