Naar hoofdinhoud Naar footer

Veelgestelde vragen over dubbele controle

In het kader van medicatieveiligheid kan het belangrijk zijn dat je een dubbele controle uitvoert. Welke vragen zijn er gesteld door mantelzorgers, verpleegkundigen en zorgprofessionals over dubbele controles? Lees de antwoorden op de veelgestelde vragen over dubbele controle op deze pagina.

1. Mag een helpende of helpende-plus een dubbele controle doen?

Dat is niet in algemene zin te zeggen. Iemand die de dubbele controle uitvoert moet weten wat die moet controleren: juiste cliënt, juiste medicijn, juiste dosis, juiste tijd, juiste vorm van toedienen. Hierbij geldt in algemene zin wat geldt bij bekwaamheid - je moet bekwaam zijn, in dit geval gaat het om weten dat en wat je moet controleren en je moet dit ook kunnen controleren; en die bekwaamheid moet je op peil houden. Degene die controleert, hoeft de handeling niet zelf uit te kunnen voeren (bijvoorbeeld bij dubbele controle van insuline), maar moet wel weten wat ze moet controleren. Een medewerker moet zijn toegerust voor de taken die hij/zij doet, en de organisatie moet beleid bepalen wat hij verantwoord vindt. Daarbij moet worden bedacht dat een professional een professionele verantwoordelijkheid heeft voor het leveren van veilige zorg en de zorgorganisatie als zorgaanbieder en werkgever een verantwoordelijkheid heeft voor het leveren van veilige zorg en veilig kunnen werken.

2. Kan een cliënt de dubbele controle doen? Wat moet de cliënt checken? Moet de cliënt ook paraferen? 

Als de cliënt dat kan, verdient het de voorkeur dat de cliënt (of mantelzorger) zelf de dubbele controle doet. Op die manier houdt de cliënt (of mantelzorger) zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid en is hij goed betrokken bij de zorg. De zorgmedewerker moet beoordelen (en blijven observeren) of de cliënt / mantelzorger daartoe inderdaad in staat is. Als de client de dubbele controle niet goed (meer) kan, is het geen verantwoorde dubbele controle. 

Degene die de dubbele controle doet (dus ook de cliënt, als die de dubbele controle doet), moet: 

  • In staat zijn om die dubbele controle te doen
  • Moet weten (zo nodig geleerd worden) wat hij moet controleren (juiste cliënt, juiste medicijn, juiste dosis, juiste vorm en juiste tijd)
  • Moet de dubbele controle serieus en met aandacht doen - het gaat immers om risicovolle medicatie, de controle is niet voor niets

Cliënten laten paraferen kan soms lastig zijn. Wél blijft natuurlijk belangrijk dat de cliënt iedere keer wél checkt of de dosis klopt, want dat is iedere keer opnieuw een risico. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat de medewerker de paraaf voor de cliënt zet, waarbij de medewerker dan feitelijk parafeert dat ze de cliënt de controle heeft laten doen en dat het klopt. Het houdt de medewerker bewust om wel een dubbele controle te doen. De afspraak dat je het zo doet leg je dan vast in het zorgplan. 

3. Is het een optie om bij insuline de eerste medewerker de insuline te laten optrekken, en deze door de medewerker in de volgende dienst te laten injecteren?

In de optiek van het Platform medicatieveiligheid is vooraf optrekken van insuline, om deze in een volgende dienst te laten injecteren, risicovol (je weet niet wat er in de tussentijd mee gebeurt) en dus niet aan te raden.

4. Moet degene die dubbel controleert, ook paraferen?

Risicovolle medicatie moet dubbel worden gecontroleerd, is de hoofdregel. En vervolgens moet duidelijk zijn dat die controle ook is gedaan. Dubbel paraferen op de toedienlijst is daarvoor theoretisch het meest eenvoudig. Of dat praktisch altijd wenselijk is (denk bijvoorbeeld aan een tweede controle door cliënt zelf of mantelzorger; paraferen door cliënt of mantelzorger kan belastend zijn) en of dat altijd kan (bijvoorbeeld bij controle 'op afstand') is de vraag. In alle gevallen gaat het erom dat de organisatie duidelijk beschrijft in de procedure en dat de zorgmedewerker beschrijft in het zorgdossier bij de afspraak over het medicatiebeheer, dat de dubbele controle wordt gedaan en hoe dit wordt gedaan. Op die manier wordt de werkwijze inzichtelijk gemaakt.

Als degene die de dubbele controle doet niet zelf kan aftekenen kan dat bijvoorbeeld door de medewerker dubbel te laten aftekenen op de toedienlijst, één keer voor de eigen controle en één keer voor de controle door cliënt of mantelzorger; of voor de controle die anderszins is gedaan (bijvoorbeeld op afstand).

5. Is (digitaal) dubbel aftekenen van losse risicovolle medicatie verplicht? 

Dubbele controle van losse, risicovolle medicatie is een professionele norm: het gaat om veilige zorg voor de cliënt en veilig werken voor de medewerker. Het gaat niet zozeer om het dubbel aftekenen, maar het gaat om het dubbel controleren van losse (niet in een medicatiezakje voorverpakte medicatie, zoals baxterrol) risicovolle medicatie bij het toedienen. Het gaat om medicatie die risicovol is voor de cliënt om te krijgen en dus ook risicovol voor de medewerker om toe te dienen. Daarom is het belangrijk om dat risico in te perken; dat doe je door de medicatie dubbel te controleren voordat je het toedient. Om vast te leggen dat je dubbel hebt gecontroleerd, teken je ook dubbel af. Er is een landelijke lijst waarop beschreven staat welke losse medicatie risicovol is; deze lijst kan worden gebruikt als uitgangspunt voor het overleg tussen zorgorganisatie en apotheker om af te spreken welke medicatie dubbel wordt gecontroleerd in de organisatie. 

6. Moet je ook een dubbele controle doen en aftekenen als volgens de lijst van de trombosedienst 0 tabletten moeten worden toegediend? 

Medicatie met een nauwe therapeutische bandbreedte, zoals acenocoumarol, komt in aanmerking voor een dubbele controle omdat een verkeerde dosis (of verkeerd medicijn, op verkeerde tijd) dan extra risicovol is. Nul tabletten bij dit soort medicijnen is dus ook een dosis om dubbel te controleren - als je géén tablet geeft terwijl het wel zou moeten volgens de lijst, is dat immers risicovol. 

Je tekent af om te laten zien aan collega's en om te verantwoorden dat je de handeling (toedienen van juiste medicatie, in juiste hoeveelheid enzovoorts) hebt gedaan. Dat je controleert en laat dubbel controleren dat er 0 tablet moet worden gegeven, is dus ook een bewuste handeling die je dan wél aftekent. Daarmee wordt duidelijk dát je dat hebt gecontroleerd. Als je niet aftekent, blijft onduidelijk of vergeten is om de medicatie te geven of dat er niet is afgetekend omdat het 0 tablet was. 

7. Wat doe je als dubbele controle van losse, risicovolle medicijnen niet mogelijk is?

Dubbele controle is niet altijd mogelijk, als je bijvoorbeeld alleen op de groep staat. Je weet dat het moet, maar het is niet altijd mogelijk, en dan gebeurt het niet’ Bolscher geeft hierop aan dat het belangrijk is om dit bij de leidinggevende te signaleren. ‘Als de leiding 30 keer een melding krijgt dat er geen dubbele controle is gedaan, zullen ze er toch iets mee moeten. Je hoort als medewerker gefaciliteerd te worden door de organisatie. De organisatie kan in dit soort gevallen beslissen geen dubbele controle te doen, maar dan is het beleid van de organisatie. Het is belangrijk dat niet de individuele zorgmedewerker met dit soort dilemma’s belast wordt.’ 

Er zijn verschillende apps die kunnen zorgen voor bijvoorbeeld een dubbele controle op afstand. De dubbele controle gebeurt dan bijvoorbeeld met behulp van een foto door een medewerker van het team die zich elders bevindt. Via de app komt er binnen 2 minuten een reactie. Als dit niet gebeurt, gaat het verzoek naar een zorgcentrale die de dubbele controle doet.

8. Hoe zit het met dubbele controle bij bijvoorbeeld infuus, pomp of cassette, of voor toediening gereed maken van medicijnen? Hoe zit het met verantwoordelijkheid van de professional, en van de organisatie?

Wat betreft dubbele controle moet je onderscheid maken naar: 

  1. Dubbele controle bij het toedienen van losse risicovolle medicatie. Welke medicatie dit is, is terug te vinden op de dubbel-controleren-lijst
  2. Dubbele controle bij een handeling of voorbehouden handeling.  

Denk aan 'voor toediening gereed maken (VTGM)', zoals medicatie oplossen, of morfine cassette wissel. Bij bepaalde handelingen is een dubbele controle belangrijk. Zie richtlijnen voor meer informatie. Dit zijn de landelijke regels en uitgangspunten. Een instelling hoort op basis hiervan  eigen procedures / werkwijzen op te stellen (of te verwijzen naar landelijke protocollen). Bijvoorbeeld over het verwisselen van een pomp of cassette. Als die afspraken er niet zijn, moet je de instelling daarop wijzen dat die wel nodig zijn. 

De professional is zelf verantwoordelijk (op grond van de Wet BIG) voor het eigen handelen, én de organisatie is verantwoordelijk (op grond van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg) voor het bieden van veilige zorg en voor het organiseren van veilig kunnen werken door de medewerkers (bijvoorbeeld protocollen / werkwijzen hebben met afspraken over hoe veilig te werken).  

Als professional heb je een eigen professionele verantwoordelijkheid, jij bent deskundig en moet geen dingen doen die je niet veilig en verantwoord vindt. Als de organisatie de voorwaarden niet op orde heeft, dan moet je daar je leidinggevende over informeren, en bespreken wat nodig is zodat je als professional veilige en verantwoorde zorg kunt bieden. 

En bij het uitvoeren van de zorg gaat het uiteindelijk om 'pas toe of leg uit'. De vraag die je moet beantwoorden is: is er een goede reden om af te wijken van beleid of normen, en lever je daarmee goede en veilige zorg aan de cliënt? Het is belangrijk om dit af te stemmen met collega’s, en bij afwijking van beleid en normen ook met management/bestuur.