Naar hoofdinhoud Naar footer

Opslag en beheer van medicijnen

De verantwoordelijkheid van de zorgmedewerker/zorgorganisatie voor opslag en beheer van medicatie verschilt voor de situatie dat de cliënt thuis woont of in een instelling.

Opslag en beheer medicatie: cliënt thuis

  • De cliënt thuis is zelf verantwoordelijk voor de opslag en het beheer van de medicatie, en het zo nodig retourneren naar de apotheek.
  • De verantwoordelijkheid van de zorgmedewerker, als de cliënt thuis hulp krijgt bij medicatie, is:
    • De cliënt informeren over het bewaren van medicatie. Bijvoorbeeld: neem algemene hygiëne in acht; bewaar medicatie die in de koelkast moet, in een afgesloten doos zodat het niet in aanraking komt met voedsel.
    • Afspraken maken over het bewaren van medicatie en deze afspraken vastleggen in het zorgdossier.
    • Signaleren als er problemen zijn, bijvoorbeeld rondslingerende medicatie, een voorraad oude medicijnen. Bespreek bij (voortdurende) problemen de mogelijke risico’s met cliënt, mantelzorger, apotheker en/of huisarts.
  • De thuiszorgmedewerker heeft géén rol in het vervoer van de medicatie. Als de cliënt of mantelzorger niet zelf de medicatie kan halen of terugbrengen, moet de cliënt daarover afspraken maken met de apotheek.

Bovenstaande geldt ook voor de situatie dat de cliënt intramuraal het eigen beheer heeft over de medicatie. Lees meer op de pagina Beoordeling medicatie in eigen beheer.

Wzd en medicatieveiligheid

Als de cliënt (of vertegenwoordiger) niet wil dat de medicatie afgesloten wordt bewaard, dan is de Wet zorg en dwang (Wzd) van belang. Lees wat dat betekent in zo'n situatie

Opslag en beheer medicatie: intramuraal

  • Als bij intramurale zorg de cliënt het medicatiebeheer heeft overgedragen aan de zorgorganisatie, zijn de organisatie en zorgmedewerkers verantwoordelijk voor opslag en beheer.
    • De organisatie draagt zorg voor duidelijke afspraken en procedures over opslag en beheer.
    • De organisatie draagt zorg voor passende faciliteiten (bijvoorbeeld een afsluitbare ruimte, koelkast met thermometer).
    • De zorgmedewerker werkt volgens deze afspraken, signaleert eventuele risico’s en problemen en bespreekt deze met de leidinggevende.
  • Zorg voor het op de juiste wijze bewaren van de medicatie, volgens het bewaaradvies van de apotheker en volgens algemene hygiënerichtlijnen.
  • Sla de retourmedicatie, totdat de apotheek deze ophaalt, zo op dat deze niet toegankelijk is voor onbevoegden.
  • Zorg tijdig voor bijbestellen/herhaalrecepten volgens de afgesproken procedure.

Lees meer op de pagina Beheer van opiaten.

Werkvoorraad medicatie: intramuraal

In een instelling mogen alleen medicijnen-op-naam van een cliënt aanwezig zijn. Een uitzondering vormt de werkvoorraad met medicijnen-niet-op-naam, ook wel de dokterstas genoemd. Artsen die werkzaam zijn voor een zorgorganisatie met de toelating behandeling (zoals een specialist ouderengeneeskunde) kunnen dat nodig hebben voor spoedsituaties. Voor opslag en beheer van deze werkvoorraad is de Handreiking werkvoorraad geneesmiddelen opgesteld door ActiZ, GGZ Nederland en VGN (2011), te downloaden onderaan deze pagina bij Downloads.

Handreiking werkvoorraad geneesmiddelen

De Handreiking gaat over de samenstelling en het beheer van deze voorraad medicijnen-niet-op-naam. De werkvoorraad moet beperkt van omvang zijn. De Handreiking geeft daarvoor een aantal toetsingscriteria, bijvoorbeeld de doelgroep in de instelling en het aantal cliënten. De instelling moet kunnen beargumenteren waarom dit soort en deze hoeveelheid geneesmiddelen nodig zijn voor de artsen. Ook moet de instelling het beheer van de werkvoorraad goed regelen. De apotheker heeft een adviserende rol.

  • Download de handreiking onderaan deze pagina bij Downloads.

Bewaren van bijsluiters

In de Veilige principes staat dat bijsluiters worden bewaard in het zorgdossier. Dat is gedaan om een vaste plek af te spreken, maar je kunt met elkaar en met de cliënt ook een andere plaats afspreken.

Downloads