RSS 2.0
Home Thema's Medicatieveiligheid Praktijk Veilig toedienen van medicijnen

Medicatieveiligheid

Veilig toedienen van medicijnen

Je dient als zorgmedewerker medicijnen toe als de cliënt dit zelf niet kan, of de verantwoordelijkheid niet kan dragen.

Als je als zorgmedewerker de verantwoordelijkheid hebt voor het toedienen van de medicatie aan de cliënt, zijn de volgende punten van belang:

Gereedmaken van medicatie (eventueel: malen)

  • Maak de medicijnen klaar volgens de geldende voorschriften.
  • Werk geconcentreerd en zorg dat je niet gestoord wordt bij het gereedmaken van medicatie.
  • Werk zoveel mogelijk met medicatie in een geneesmiddel distributiesysteem (GDS), zoals een medicatierol – het uitzetten is dan door de apotheek gedaan. Maar niet alle medicatie kan in GDS; als je zelf medicatie moet uitzetten, zorg dan dat de medicatie herkenbaar is tot het moment van toedienen aan de cliënt (in blisterverpakking laten).
  • Een vorm van gereedmaken die vaak voorkomt is malen. Of je een tablet mag vermalen of een capsule mag openbreken moet de arts (of de apotheker) bepalen. Neem hier zelf geen beslissing over, want het is niet altijd toegestaan. Lees meer over het wanneer je medicijnen mag malen

Terug naar boven

Klaarzetten, aanreiken en toedienen

Als de cliënt professionele hulp nodig heeft bij medicatie, wordt afgesproken waaruit die hulp bestaat. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen klaarzetten, aanreiken en toedienen.

  • Spreek duidelijk af met de cliënt en met collega’s welke hulp nodig is en wat dit betekent bij deze cliënt.
  • Leg de afspraken vast in het zorgdossier. Bijvoorbeeld: wat betekent ‘klaarzetten’ bij deze cliënt? Waar ben jij als zorgmedewerker verantwoordelijk voor, waar is de cliënt zelf verantwoordelijk voor?.
  • Voor die afgesproken handeling teken je vervolgens per keer af op de toedienlijst. Heb je afgesproken om medicatie klaar te zetten, dan teken je af als je de medicatie hebt klaargezet.
  • Blijf steeds observeren of de afgesproken hulp nog passend is, of dat er een herbeoordeling nodig is. Lees meer hierover bij: Beoordeling medicatie in eigen beheer

Terug naar boven

Wijzigingen in medicatie

De voorschrijver kan een medicatievoorschrift wijzigen. Hoe wordt dit verwerkt in de medicatie die jij moet toedienen en op de toedienlijst?

Wijziging in losse medicatie

Wijzigingen in losse medicatie worden verwerkt volgens de procedure van de organisatie. Bij wijzigingen in medicatie dient de apotheek een nieuwe toedienlijst mee te leveren (of beschikbaar via het Elektonisch Voorschrijf Systeem). Als de arts de medicatie van de cliënt stopt, moet hij dit ook doorgeven aan de apotheek, zodat dit kan worden verwerkt op de toedienlijst. In avond, nacht en weekend kan niet altijd direct een nieuwe toedienlijst worden geleverd. Zorgorganisatie en apotheek moeten samen afspreken hoe dan de informatie wordt doorgegeven. Als uitzondering kan dan bijvoorbeeld een etiket worden geleverd die op de toedienlijst kan worden geplakt, totdat er een nieuwe toedienlijst is. Uitgangspunt is dat je als zorgmedewerker geen medicatie bijschrijft op de toedienlijst, want dat is foutgevoelig en dus risicovol. Lees meer: Toedienlijst en AMO

Wijziging in geneesmiddel distributiesysteem (GDS)

Wijzigingen in een geneesmiddel distributiesysteem (GDS), zoals in en medicatierol, zijn de verantwoordelijkheid van de apotheek, alleen in uitzonderingssituaties kan de zorgmedewerker dit wijzigen. Bij de wijziging dient de apotheek een nieuwe toedienlijst te leveren. Lees meer: Tussentijdse wijziging in GDS

Terug naar boven

Controleren, toedienen en registreren

Voorbereiding

  • Alleen als je bekwaam bent, ben je bevoegd medicijnen toe te dienen.
  • Werk op basis van een door de apotheek aangeleverde actuele toedienlijst.
  • Wees bij het toedienen extra alert op losse medicatie, ‘zo nodig’ medicatie, wijzigingen in medicatie en medicatie op afwijkende tijden.
  • Voor medicatie in snel wisselende hoeveelheden wordt vaak, naast de toedienlijst, gewerkt met aparte kaarten waarop de hoeveelheid staat, bijvoorbeeld een insulinekaart.
  • Werk bij een voorbehouden en risicovolle handeling (bijvoorbeeld injectie) op basis van een schriftelijke opdracht (uitvoeringsverzoek) van de arts.
  • Observeer voor toediening de situatie van de cliënt: is er iets bijzonders aan de hand wat reden is om niet de medicatie te geven en met een arts te overleggen?

Controleren

  • Controleer bij losse medicatie: juiste cliënt, juiste medicijn, juiste hoeveelheid, juiste tijd, juiste vorm.
  • Controleer bij medicatie in medicatierol: klopt het aantal tabletten, komt de tekst op het etiket van het zakje (bij GDS) overeen met de gegevens van de toedienlijst.
  • Neem bij onjuiste inhoud van GDS en bij twijfel altijd contact op met apotheek en/of arts volgens afspraken binnen de organisatie.
  • Zorg waar nodig voor dubbele controle volgens de afspraken binnen de organisatie.

Toedienen en registratie

  • Dien de medicatie toe zoals voorgeschreven.
  • Na toedienen (of aanreiken of klaarzetten, wat is afgesproken), teken je op de toedienlijst af per medicijn (ook bij GDS) dat je die handeling hebt gedaan. De paraaf moet duidelijk naar de medewerker te leiden zijn, bijvoorbeeld door eerste letter van voor- en achternaam.
  • Geef aan als de medicatie niet is toegediend of ingenomen. Doe dit op een wijze zoals afgesproken met elkaar in de organisatie. Geef ook het waarom aan (in het zorgdossier).
  • Bewaar de toedienlijst conform de afspraken. Maak afspraken over hoe om te gaan met oude toedienlijsten. Er mag geen verwarring bestaan over wat de meest actuele lijst is. Zorg dat er altijd maar één toedienlijst in het dossier van de cliënt aanwezig is. Van oude toedienlijsten moet in één oogopslag duidelijk zijn dat zij niet meer actueel zijn.
  • Signaleer en registreer de werking en eventuele bijwerkingen in het zorgdossier.
  • Adviseer de cliënt om bijwerkingen te melden aan de arts, of meld het in overleg met de cliënt, zelf.
  • Meld incidenten volgens afspraken in de zorgorganisatie. Bespreek en leer van deze incidenten.
JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]



 Security code

Reacties

Antoinette Bolscher 4/9/2017

Je tekent af voor de handeling, ná dat je die handeling hebt gedaan.
Als je om 14.00 medicatie moet geven (aanreiken of toedienen) dan gebruik je op dat moment de toedienlijst voor:
- vóór het geven van de medicatie: om te controleren wat je moet geven (juiste medicatie, juiste cliënt, juiste tijd, juiste hoeveelheid, juiste vorm)
- ná het geven teken je af dát je de medicatie hebt gegeven.
Iemand kan dus niet om 8.00u aftekenen voor medicatie van 14u.
Als je medicatie geeft moet je zelf de medicatie controleren en aftekenen. Anders weet je zelf niet of je het juiste geeft. En je moet zelf aftekenen voor wat je hebt gedaan en dat dat klopt.


Jantiene Faas 4/9/2017

Kan iemand mij vertellen of je de medicatie die om 14:00 aangereikt moet worden al afgetekend mag worden de collega die om 8:00 de medicatie geeft. Medicatie blijft liggen achter slot en grendel. of moet ik die medicatie om 14:00 zelf controleren en aftekenen.


Antoinette Bolscher 9/8/2017

Van belang is dat je per cliënt afspreekt en vastlegt in het zorgdossier welke taak je hebt in het medicatiebeheer: alleen klaarzetten? De client moet dan zelf in staat zijn op de juiste tijd de medicatie in te nemen. Of spreek je af dat je toedient waarbij je erop let of de cliënt de medicatie inneemt?
Voor datgene wat je hebt afgesproken, teken je dan af.
In geval van alleen klaarzetten, moet je wel regelmatig in de gaten houden of de cliënt inderdaad zelf in staat is om de medicatie te nemen. Of anders gezegd: is de handeling klaarzetten nog steeds voldoende? Of moet je een nieuwe afspraak maken en medicatie gaan toedienen en daadwerkelijk letten of de cliënt de medicatie inneemt?


Niekolien 15/7/2017

Hoi wij zetten dan een K op de aftekenlijst van 'klaargezet'.


Jolanda van Harn 11/5/2017

Hallo,
Wij hebben bij ons in de wijk met het volgende te maken. Wij zetten bij een aantal cliënten de medicijnen klaar. Wij zien niet of zij deze hebben ingenomen, omdat wij ervan uitgaan dat ze dit zelf in kunnen nemen.
Vragen soms wel en soms ook niet na bij de desbetreffende client of hij/ zij de medicijnen heeft ingenomen.
Teken je op de toedieningslijsten dan een stip? Of zet je erop meneer/ mevrouw? Of laat je het aftekenen geheel achterwege?
Vriendelijke groet,
Jolanda van Harn