Naar hoofdinhoud Naar footer

Verloop van dementie

Mensen met dementie leven gemiddeld 8 jaar met de ziekte. De diagnose wordt gemiddeld na zo’n 14 maanden gesteld. Gedurende het ziekteproces neemt zowel het aantal klachten als de ernst van de klachten toe. Hoewel dit ziekteproces per persoon verschilt, zijn er grofweg drie fasen van dementie: de vroege fase, de middenfase en de late fase. Deze fase kunnen elkaar ook overlappen. Niet iedereen krijgt alle symptomen. Het kan ook zijn dat verschijnselen veranderen of weer verdwijnen.

Vroege fase

Dementie begint vaak met kleine veranderingen in het gedrag of functioneren. De diagnose dementie ligt daarbij vaak niet direct voor de hand. Verschijnselen worden vaak toegeschreven aan stress of ouderdom. Herkenbare eerste tekenen zijn:

  • Dezelfde vraag of zin herhalen
  • Recente gebeurtenissen of gesprekken vergeten
  • Trager begrip van nieuwe dingen
  • De draad van een verhaal kwijtraken
  • In de war zijn
  • Minder vloeiend spreken
  • Moeite met beslissingen nemen
  • Weinig belangstelling voor andere mensen en activiteiten

Middenfase

In de middenfase worden de veranderingen duidelijker en meer zichtbaar. De persoon met dementie wordt meer afhankelijk van anderen en heeft bijvoorbeeld hulp nodig bij dagelijkse dingen zoals eten, wassen, aankleden en toiletbezoek. Andere signalen hierbij zijn: 

  • In de war zijn over tijd, plaats en datum
  • Weglopen en de weg kwijtraken
  • Moeite met het herkennen van mensen
  • Een verstoord dag- en nachtritme
  • Wantrouwen en achterdocht
  • Gevaarlijke situaties, zoals het gas openzetten zonder het aan te steken
  • Vreemd gedrag zoals in haar nachtjapon de straat op gaan
  • Waandenkbeelden en hallucinaties

Late fase

De late fase van Alzheimer kenmerkt zich door volledige afhankelijkheid. Het geheugenverlies is groot. Daarnaast gaat iemand ook lichamelijk achteruit. Het lopen gaat moeizaam en schuifelend of lukt helemaal niet meer. Uiteindelijk wordt iemand bedlegerig en heeft hij of zij volledige verzorging nodig. Andere mogelijke kenmerken zijn: 

  • Veel eten en toch veel gewicht verliezen
  • Moeite hebben met kauwen en slikken
  • Incontinentie
  • Spraakverlies, soms kent iemand nog een paar woorden die ze steeds herhaalt
  • Onrustig gedrag, schreeuwen of zoeken naar iets of iemand
  • Verdrietig of boos, zelfs agressief gedrag vertonen, vooral als iemand zich bedreigd voelt
  • Woede-uitbarstingen tijdens de lichamelijke verzorging, door onbegrip
  • Moeite met uiten

Bron

  • Fasen belevingsgerichte zorg: Cora van der Kooij, 'Gewoon lief zijn? Het maieutisch zorgconcept en het verzorgen van mensen met dementie' (Boom 2002).

Contactpersonen

Deel deze pagina via: