Naar hoofdinhoud Naar footer

Infectiepreventiebeleid en protocollen

Laatst bijgewerkt op: 29-05-2024 

Van zorgorganisaties wordt verwacht dat ze op basis van de landelijke richtlijnen hun eigen beleid en protocollen maken. Daarin staat aangegeven wat de medewerker moet doen om hygiënisch te werken. Maar hierin zijn ook praktische zaken opgenomen zoals waar ze materialen kunnen vinden, wat ze moeten doen in geval van een uitbraak van bijvoorbeeld MRSA of norovirus, waar ze zich moeten melden na een prikincident, hoe de meldingsprocedure incidenten is of wat de afspraken zijn over de aanschaf van handschoenen.

Juiste voorwaarden creëren  

Zorgorganisaties hebben als taak de juiste voorwaarden te creëren. Bijvoorbeeld:  

  • Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten beschikbaar zijn, er moet voldoende gelegenheid zijn om handen op de juiste manier te reinigen (zeepdispenser, handalcohol, wegwerphanddoekjes) en instructie 'Handen wassen' moet bij de wasbakken hangen.    
  • Er moeten voldoende en goede opbergmogelijkheden zijn voor steriele en niet-steriele materialen, vuil en schoon wasgoed en afval.   Bovendien moeten medewerkers voldoende tijd hebben om hun handen te wassen en om materialen schoon te maken of te desinfecteren.    
  • Medewerkers moeten zich bewust zijn van de risico’s. Ze moeten deskundig zijn (bijscholingen) en protocollen moeten bekend en goed toegankelijk zijn.    
  • Tot slot moet de organisatie de medewerkers motiveren en de gelegenheid bieden om zich te laten vaccineren tegen griep.    

Eisen aan zorginstellingen 

  • Installeer een infectiepreventiecommissie die op een actieve wijze invulling geeft aan het hygiëne- en preventiebeleid. 
  • Voer een interne of externe audit uit met de toetsingslijsten van de inspectie of gelijkwaardige lijsten.  
  • Sluit een contract met een deskundige infectiepreventie.  
  • Geef hygiëne en infectiepreventie een prominente plek in het takenpakket van kwaliteitsmedewerkers.  
  • Neem hygiëne en infectiepreventie op in het kwaliteitssysteem.  
  • Geef medewerkers structurele bij- en nascholing over hygiëne en infectiepreventie.  

Bovendien moeten de specialisten ouderengeneeskunde een verantwoord infectiepreventiebeleid initiëren en onderhouden door:  

  • te participeren in een infectiepreventiecommissie  
  • ondersteuning te realiseren door een deskundige infectiepreventie en arts-microbioloog  
  • regionaal af te stemmen met andere instellingen en de GGD  
  • zorgverleners te stimuleren en motiveren tot infectiepreventiegedrag bij de verzorging  
  • surveillances van zorginfecties te organiseren.  

Advies Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)  

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is in september 2017 gestart met thematisch toezicht op infectiepreventie en het antibioticabeleid in verpleeghuizen. Het toetsingskader wat de Inspectie daarbij gebruikt is gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. De inspectie adviseert instellingen een antwoord te formuleren op de volgende vragen:  

  • Wat is het niveau van infectiepreventie dat van instellingen te verwachten is? Hoe meten de zorginstellingen dat en hoe sturen ze daarop? Hoe kan de inspectie daarop toezien?  
  • Hoe weten instellingen wat er speelt in hun instelling? Hoe wordt een uitbraak voldoende snel ontdekt? Hoe weet de inspectie dat men voldoende alert is en maatregelen neemt om de uitbraak te beteugelen?  
  • Hoe zorgt de instelling ervoor dat er geen verspreiding van de resistente micro-organismen tussen de eigen instelling en andere instellingen kan optreden?  
  • Hoe zorgt men in instellingen ervoor dat antibiotica verantwoord gebruikt worden? Met zo min mogelijk verdere resistentie-ontwikkeling? 

Aanbevelingen antibioticaresistentie  

De toename van bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica en de circulatie van BRMO (bijzonder resistente micro-organismen) stelt volgens de inspectie hogere eisen aan de zorg. Dit vraagt strikte naleving van de richtlijnen voor hygiëne en infectiepreventie. Instellingen zullen serieuze aandacht moeten besteden aan antibioticumbeleid en het uitvoeren van diagnostiek. Er moeten meer inspanningen gepleegd worden om uitbraken te voorkomen. Bij een uitbraak moeten cliënten geïsoleerd verpleegd worden. Instellingen dienen zich te realiseren dat zij deel uitmaken van een groter zorgsysteem. Hun verantwoordelijkheid reikt tot buiten hun poort. Cliënten bewegen zich tussen zorginstellingen en verspreiden zo hun de resistente micro-organismen (BRMO). 

Bron: IGJ