Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Hygiëne

Risico's voor medewerkers

Hygiënisch werken is niet alleen van belang voor cliënten, maar ook voor medewerkers. Ook zij lopen gevaar. Werknemers in de zorg komen in aanraking met allerlei bacteriën, virussen en parasieten en kunnen hierdoor infecties oplopen en (ernstig) ziek worden. Zorgorganisaties moeten hun medewerkers beschermen. De Inspectie SZW, voorheen Arbeidsinspectie, ziet daarop toe.

De Inspectie SZW heeft de risico’s op een rijtje gezet:

 
 

Verspreidt zich via:

Kans op besmetting bij:

TBC de lucht inademen
MRSA-bacterie direct contact wassen of verschonen van een
besmette cliënt, verschonen
van besmet bed, verzorgen
van een wond
Hepatitis B en C-virus bloed-bloedcontact prik-, snij- of bijtincidenten
(ook injecties bij diabetes)
Hepatitis A-virus faecaal-oraal contact wassen of verschonen van een
besmette cliënt, verschonen
van een besmet bed, wassen
van kleding
HIV bloed-bloedcontact prik-, snij- of bijtincidenten
Noro-virus faecaal-oraal contact
of aerogene transmissie
via braaksel (verplaatsing
door de lucht van ziekte-
verwekkers in het braaksel)
verzorgen van een besmette
cliënt
Legionella inademen aerosolen (kleine deeltjes) door douches te gebruiken
die niet of weinig gebruikt worden

Voorkomen van eczeem

De Inspectie SZW geeft aan dat er door veel en vaak handen wassen of door het gebruik van handschoenen eczeem of een latexallergie kan ontstaan. Het gebruik van handcrème en handalcohol i.p.v. handen wassen kunnen eczeem (deels) voorkomen. Wanneer iemand een latexallergie heeft, moeten er handschoenen gebruikt worden waarin geen latex zit.

Regels voor organisaties

De Inspectie SZW geeft aan dat organisaties het volgende moeten doen:

  • U beoordeelt de aard, mate en duur van de blootstelling aan biologische agentia.
  • U brengt het risico voor alle werknemers (inclusief uitzendkrachten, stagiairs en leerlingen) in kaart.
  • U beschrijft de maatregelen die nodig zijn om blootstelling te voorkomen of te beperken en voert deze uit. Dit komt meestal neer op een combinatie van technische, organisatorische en hygiënische maatregelen, aangevuld met persoonlijke beschermingsmiddelen en vaccinatie.
  • Bij infectieziekten waarvoor verpleging in isolatie nodig is, zijn specifieke maatregelen vereist, zoals het dragen van handschoenen en/of adembescherming.
  • U geeft voorlichting aan werknemers over de mogelijke gevaren die zij lopen en over de maatregelen om blootstelling te voorkomen.
  • U geeft voorlichting over het gebruik van beschermingsmiddelen, de hygiënische voorschriften en over wat te doen bij incidenten.
  • U toetst regelmatig of de kennis die werknemers hebben opgedaan, nog steeds bekend is (bijvoorbeeld in het werkoverleg).
  • Iedere werknemer die kans loopt op besmetting kan zich arbeidsgezondheidskundig laten onderzoeken.
  • U meldt incidenten of ongevallen met agentia van categorie 3 of 4 aan de Arbeidsinspectie. Bijvoorbeeld incidenten waarbij besmetting mogelijk leidt tot TBC, HIV of hepatitis B of C.
  • Na een incident waarbij bloed-bloedcontact is opgetreden, handelt u volgens een post-expositieprotocol (zie de Leidraad Prikaccidenten van het Nationaal Hepatitis Centrum). Wanneer zich beroepsziekten en/of (prik)incidenten voordoen, onderzoekt u de oorzaak daarvan en neemt u maatregelen.
  • Werknemers die kans lopen om intensief met bloed in contact te komen, moet u in de gelegenheid stellen zich (op kosten van de werkgever) te laten vaccineren tegen hepatitis B.

Controle van de inspectie

De Inspectie SZW inspecteert op de volgende aspecten:

  • Zijn de risico’s met betrekking tot blootstelling aan biologische agentia voldoende in kaart gebracht in de RI&E?
  • Zijn de bijhorende beheersmaatregelen genomen?
  • Hebben werknemers na een (prik)incident snel toegang tot een adequate beoordeling en behandeling?
  • Worden (prik)incidenten geanalyseerd en worden er zo nodig verbeteringen doorgevoerd?
  • Is gewaarborgd dat werknemers voldoende zijn voorgelicht over de risico’s en de maatregelen die ze moeten nemen?

In de Arbocatalogus VVT vind je meer informatie.

Afspraken over wat te doen bij prikincidenten

Prik-, bijt-, snij- en spatincidenten moeten natuurlijk zoveel mogelijk voorkomen worden. Maar als het dan toch gebeurt, moet de zorgorganisatie de juiste maatregelen hebben genomen:

  • Medewerkers moeten weten waar ze zich moeten melden na een incident. Zorg dus voor een goed protocol waarin duidelijk staat aangegeven waar, wanneer, hoe en hoe snel medewerkers zich moeten melden, ook buiten kantooruren.
  • Zorg voor 7 x 24 uur bereikbaarheid.
  • Maak afspraken met bijvoorbeeld de GGD voor analyse en behandeling.
  • Zorg dat alle medewerkers de afspraken kennen.
  • Zorg voor een meldingsprocedure incidenten en analyseer waarom iemand zich geprikt heeft.
JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]