Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Risicosignalering

Wat is risicosignalering?

Cliënten lopen allerlei risico’s. Denk aan vallen, doorliggen of depressie. Als er niets aan gedaan wordt, kan dat tot problemen leiden. Hoe eerder je erbij bent, hoe beter. Daarom is het belangrijk om risico’s in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Dat doe je door voortdurend je cliënt te observeren, door met kennis van zaken de situatie te bekijken en door de juiste vragen te stellen aan je cliënt. De cliënt en zijn familie of mantelzorger worden er nauw bij betrokken.

Nadat je risico’s gesignaleerd hebt, moet je actie ondernemen. Dit noemen we ‘opvolging’. Dit is dus het inzetten van de juiste interventies om te voorkomen dat een probleem optreedt of verergert. Risicosignalering en opvolging leveren zo een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in de zorg.

Verplichte onderwerpen 

Voor een aantal zorgproblemen zijn organisaties - vanuit de professionele standaard - verplicht een risicosignalering uit te voeren, namelijk: huidletsel, ondervoeding/overgewicht, vallen, problemen medicatiegebruik, depressie en incontinentie. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) inspecteert op deze thema’s. Ook tijdens externe audits komt risicosignalering aan bod.

Meer dan afvinklijst

Maar een goede risicosignalering beperkt zich niet alleen tot de verplichte onderwerpen. Je cliënt kan immers op veel gebieden risico’s lopen. Daarom besteden we hier aandacht aan risicosignalering in de brede zin van het woord. Het is geen afvinklijstje maar een manier van werken en wezenlijk onderdeel van het zorgproces.
Het vergt kennis van zaken:

  • Kennis van ziektebeelden, symptomen, gevolgen van aandoeningen, medicatie, risico’s.
  • Communicatieve vaardigheden.
  • Observatievaardigheden.
  • Gestructureerd werken (methodisch, planmatig).
  • Kennis van up to date interventies.

Lees de blog van Tineke van Sprundel (ActiZ):

Door wie?

Om risico’s te kunnen signaleren moet je weten waar je op moet letten. Het vergt kennis van het menselijk lichaam, ziektebeelden en potentiële problemen en risico’s. Risicosignalering zal dan ook vooral gedaan worden door verpleegkundigen en verzorgenden. Maar ook helpenden en mantelzorgers spelen een belangrijke rol: een ‘niet-pluisgevoel’ is vaak de eerste stap om verder te gaan onderzoeken. Schroom dus niet om je gevoel met de zorgcoördinator of EVV’er van die cliënt te bespreken.
Het inzetten van de juiste acties (opvolging) vergt verpleegkundige of verzorgende deskundigheid en zal dan ook meestal door die functionarissen gedaan worden.

Verschil risicosignalering en vroegsignalering

Risicosignalering vindt plaats bij mensen die in zorg zijn. Dit in tegenstelling tot vroegsignalering of vroegopsporing (al of niet in signaleringshuisbezoeken). Vroegsignalering richt zich op het opsporen van kwetsbare ouderen met complexe problematiek die (nog) niet  goed in beeld zijn bij de huisartsenpraktijk of andere zorginstantie. Deze vroegsignalering komt hier niet aan bod. Vernieuwende instrumenten op het gebied van vroegsignalering, zoals bijvoorbeeld Easycare-TOS, zijn te vinden op de website van BeterOud.

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]