Toon zoekbalkToon menu

Kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn
Persoonsgerichte zorg

Leefstijlverandering begeleiden

Hoe begeleid je je cliënt naar een gezonde leefstijl? Lees meer over motiverende gesprekstechnieken en de methode 'Doen en blijven doen'. 

Een gesprek voeren over gezond gedrag is soms lastig. Motiverende gespreksvoering is een bewezen effectieve gesprekstechniek voor het bevorderen van een gezonde leefstijl. Eerstelijns zorgverleners passen de technieken toe bij het ondersteunen van zelfmanagement. Wijkverpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers zetten de gesprekstechnieken in om de zelfredzaamheid van hun cliënten te vergroten.

Basisprincipes van motiverende gespreksvoering 

Er zijn vier basis principes voor motiverende gespreksvoering:

  1. Wees empathisch: het gaat om daadwerkelijk inleven in de cliënt en niet doen alsof.
  2. Ontwikkelen van discrepantie: richt je op het verschil (vanuit het perspectief van de cliënt) tussen het huidige en toekomstige gedrag. Dit noemen we ook wel ambivalentie. ‘Hoe ben ik nu en hoe wil ik zijn?’
  3. Meeveren met weerstand: vermijd discussie of argumentatie. Veer mee met de ambivalentie en zie dit als een kans.
  4. Ondersteunen van de eigen effectiviteit: het gaat er hierbij om dat je het geloof in eigen kunnen ondersteunt en versterkt. Eigen effectiviteit is een directe voorspeller van gedragsverandering.

Meer informatie lees je in de handreiking Motiverende gesprekstechnieken (pdf, 2013, gecheckt 2022)

Methode Doen en blijven doen

De methode ‘Doen en blijven doen’ is gericht op het begeleiden van cliënten bij een gedragsverandering. De zorgverlener en de cliënt doorlopen samen zes stappen en verkennen daarbij wat de cliënt in de weg staat om de volgende stap te nemen. De zorgverlener vervult de rol van coach en motivator, de cliënt is de gedragsveranderaar. De zes stappen van 'Doen en blijven doen' zijn:

  1. Openstaan: eraan toe zijn, bereid zijn om na te denken en in gesprek te gaan over wat leven met de ziekte vraagt.
  2. Begrijpen: weten wat er aan de hand is, wat eraan te doen valt en wat hij zelf kan doen.
  3. Willen: afwegingen maken tussen mogelijkheden en tot een besluit komen (intentie) om zelf aan de slag te gaan.
  4. Kunnen: hulpmiddelen en technieken leren hanteren, vaardigheden beheersen.
  5. Doen: zelf in actie komen en de voorgenomen veranderingen doorvoeren.
  6. Blijven doen: volhouden, successen vieren, leren wat nóg beter kan, opnieuw beginnen als het niet is gelukt.

Persoonsgebonden factoren

Naast fases van gedragsverandering spelen ook persoonlijke kenmerken een rol bij gedragsverandering. De methode beschrijft deze P-factoren, zoals emotionele gesteldheid en de manier waarop iemand  met zijn ziekte omgaat (coping). De zes stappen en de persoonsgebonden factoren bieden een handvat voor begeleiding op maat. De methode is ontwikkeld voor paramedici, maar is breder inzetbaar. Lees meer over Doen en blijven doen op hun website.

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]