Toon zoekbalkToon menu

Kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn
Eten en drinken

Onbedoeld gewichtsverlies en ondervoeding

Als we het over ‘een gezond gewicht’ hebben, dan denken de meeste mensen aan: niet te zwaar zijn. Bij kwetsbare ouderen en mensen met dementie ligt de nadruk meer op onbedoeld gewichtsverlies dan op overgewicht. Dit komt omdat op korte termijn veel en snel gewichtsverlies schadelijker is dan overgewicht.

Wanneer iemand te veel en te snel gewicht verliest dan kan er ondervoeding ontstaan. Ondervoeding zorgt ervoor dat iemand verzwakt. Kracht en energie nemen af. Daarbij worden mensen met ondervoeding sneller ziek en herstellen ze minder goed na ziekte. Ondervoeding ontwikkelen kan snel gaan. Maar eenmaal verloren spiermassa terug winnen lukt de meeste kwetsbare ouderen niet. Voorkomen is daarom beter dan genezen.

Wist je dat...

  • ... gemiddeld één van de vier tot vijf patiënten in ziekenhuizen, zorginstellingen en zorg thuis ondervoed is.
  • ... ook mensen met overgewicht ondervoed kunnen zijn.
  • ... ondervoeding al binnen een à twee weken kan ontstaan.
  • ... thuisquarantaine voor kwetsbare ouderen een verhoogd risico geeft op ondervoeding.

Direct naar:

Oorzaken van onbedoeld gewichtsverlies en ondervoeding
Wat is ondervoeding?
Signaleren van ondervoeding
Risicogroepen
Gevolgen van ondervoeding
Praktische tips bij onbedoeld gewichtsverlies
Voedselweigering
Stimuleren van eten en drinken
Medische voeding

Oorzaken van onbedoeld gewichtsverlies en ondervoeding

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van onbedoeld gewichtsverlies? We hebben ze op een rijtje gezet:

  • Ziekte. Ziek zijn is topsport. Bij ziekten waarbij sprake is van infectie, maar ook bij botbreuken en na operaties heeft het lichaam meer energie nodig dan normaal. Tot wel twee keer meer dan normaal. Als daarnaast de eetlust ook nog verminderd is, dan is de kans op ondervoeding groot.
  • Afhankelijkheid bij eten en drinken. Wanneer iemand zelf geen eten meer kan kopen, pakken of bereiden, dan neemt het risico op onbedoeld gewichtsverlies toe. Dit risico wordt nog groter wanneer iemand minder keuze heeft in wat hij eet, zoals in instellingen vaak het geval is.
  • Pijn. Pijn is een gevolg van een onderliggend probleem. Omdat pijn een veel voorkomende oorzaak is van slecht eten en drinken, benoemen we deze factor toch nog even apart. Kijk of pijn de oorzaak is wanneer iemand slecht eet of drinkt. Vooral wanneer iemand niet meer in staat is aan te geven of er sprake is van pijn.
  • Verminderde eetlust. Eten is een moeilijke opgave wanneer je geen trek hebt. Sommige mensen hebben langdurig een slechte eetlust. Bijvoorbeeld als bijwerking van bepaalde medicatie. Of door spanning, pijn, ziekte of ongemak. Wil je weten of bepaalde medicatie invloed heeft op de eetlust? Kijk dan op de website van het Lareb.
  • Verminderde reuk en smaak. Met de leeftijd neemt het aantal smaakpapillen op de tong af. Daarnaast kunnen bepaalde medicijnen, ziekten of aandoeningen de ervaren reuk en smaak veranderen. Bijvoorbeeld corona. Lees meer over smaakstoornissen door medicatie op de website van de Service Apotheek. En op de website kno-arts-amsterdam vind je medicatie met als bijwerking reukstoornissen.
  • Gebitsproblemen. Pijn door gebitsproblemen kan zorgen dat iemand minder goed eet en drinkt. Maar ook kan een gebitsprothese niet (meer) goed passen waardoor kauwen moeilijk is. Bijvoorbeeld wanneer iemand veel gewicht is verloren. Om gebitsproblemen te voorkomen is een goede mondzorg van groot belang. Lees over het thema mondzorg op dit kennisplein.
  • Slikproblemen. Wanneer mensen vanwege verslikgevaar niet meer alles kunnen eten neemt de keuze in eten en drinken soms sterk af. Bijvoorbeeld bij een dikvloeibaar dieet. Soms kost het eten en drinken zoveel moeite, dat het erg veel energie kost. Iemand kan dan op de normale manier onvoldoende eten of drinken tot zich nemen.
  • Eenzaamheid en depressie. Een bekend kenmerk van zowel eenzaamheid als depressie is gewichtsverlies. Dit komt meestal door een verminderde eetlust en door minder aandacht voor eten en drinken.
  • Medicijnen. Sommige medicijnen hebben bijwerkingen als misselijkheid, een verminderde eetlust, diarree, obstipatie, verminderde reuk of smaak of maagpijn. Al deze bijwerkingen verhogen het risico op onbedoeld gewichtsverlies.
  • Een operatie ondergaan. Zowel het ondergaan van een operatie als het herstel erna kost het lichaam veel energie. Ook de eiwitbehoefte is dan hoger. Daarnaast is er vaak sprake van pijn en verhoogd medicatiegebruik na de operatie. Al deze factoren hebben een negatieve invloed op de voedingstoestand.

Wat is ondervoeding?

Ondervoeding betekent dat iemand een tekort aan energie en andere voedingsstoffen heeft. Dit komt door te lange tijd weinig te eten. Of niet de juiste dingen te eten. Door dit tekort worden spieren afgebroken om als energiebron te dienen. Terwijl ouderen hun spiermassa en spierkracht hard nodig hebben om goed te kunnen blijven functioneren.
 

https://youtu.be/GnVJx2QKWkE

‘Ondervoeding kan worden beschouwd als een voedingstoestand waarbij sprake is van een tekort of disbalans van energie, eiwit en/of andere nutriënten (voedingsstoffen), die leidt tot meetbare nadelige effecten op de lichaamsomvang en lichaamssamenstelling, op het functioneren en op klinische resultaten.’ (Stratton 2003)

Ondervoeding en overgewicht kunnen ook tegelijk bestaan. Het is daarom erg belangrijk niet alleen naar het lichaamsgewicht of de BMI te kijken, maar ook naar de snelheid van eventueel gewichtsverlies.

Signaleren van ondervoeding

Ondervoeding is soms moeilijk te voorkomen. Wanneer een cliënt ondervoed raakt, is het van groot belang dat je dit tijdig herkent.
Bekende signalen voor ondervoeding zijn:

  • gewichtsverlies van 3 kilo of meer (ook bij ondervoeding)
  • kleding zit ruimer (de riem moet een gaatje losser)
  • ringen en horloge zitten losser
  • iemand eet minder dan normaal
  • kracht en conditie nemen af
  • eetlust is verminderd
  • gebitsprothese zit losser in de mond

Herken je een of meer van deze signalen? Onderneem dan zo snel mogelijk actie. Volg deze twee stappen:

Stap 1: screenen

Wil je weten of er sprake is van ondervoeding? Voer dan eerst een screening uit. Door te screenen ga je na of er sprake is van verhoogd risico op ondervoeding. Gebruik voor de screening een gevalideerd screeningsinstrument.

De Stuurgroep verantwoorde zorg VV&T heeft bepaald dat in de intramurale situatie het risico op ondervoeding wordt gemonitord met behulp van de SNAQRC (Short Nutritional Assessment Questionnaire for Residential Care). Thuiszorgmedewerkers kunnen gebruik maken van de SNAQ65+ voor ouderen vanaf 65 jaar. Of de Gewicht & Gewichtsverlies65- voor mensen van 18-65 jaar.

Screen iedere bewoner bij opname en vervolgens iedere 3-6 maanden, afhankelijk van de doelgroep.
Merk je dat het eten en drinken minder goed gaat of lijkt iemand onbedoeld af te vallen? Screen dan vaker. Je wilt voorkomen dat iemand spiermassa verliest. Want eenmaal verloren spiermassa winnen ouderen niet snel weer terug.

Meer weten?

Een uitleg en onderbouwing van de screeningsinstrumenten SNAQ65+ en Gewicht & Gewichtsverlies65-is te lezen op deze pagina van de Stuurgroep Ondervoeding.

Wil je meer lezen over het signaleren van ondervoeding? Lees dan verder in dit thema.

Stap 2: doorverwijzen

Wanneer je door screening een (verhoogd risico op) ondervoeding vaststelt, dan is snelle behandeling noodzakelijk. Hoe sneller ondervoeding wordt behandeld, hoe meer kans op succes.
Is er een positieve screening, verwijs de cliënt dan door naar een diëtist. De diëtist bepaalt of er inderdaad sprake is van (een verhoogd risico op) ondervoeding. Meestal stelt de diëtist een persoonlijk advies op. Het is belangrijk dat dit advies tot stand komt in gesprek met de cliënt, zijn vertegenwoordiger en een betrokken verzorgende of verpleegkundige.

Om de behandeling goed aan te laten slaan is het noodzakelijk dat de cliënt de dieetadviezen goed naleeft. Soms is daarbij hulp nodig van mantelzorger(s) en/of zorgmedewerkers. Goede communicatie is daarbij essentieel. Zie het thema Goed in gesprek op dit kennisplein.

Om de vorderingen van de behandeling te evalueren is het nodig om periodiek te wegen. Minimaal eens per maand. Meer informatie over wegen is te vinden bij het onderwerp wegen en BMI.

Meer weten?

  • Ben je benieuwd naar de criteria voor het vaststellen van ondervoeding? Lees dan de criteria op dit kennisplein.
  • Maak je je zorgen over iemands gewicht of gewichtsverlies? Schakel dan de arts of diëtist in.
  • Het Voedingscentrum heeft een brochure voor zorgverleners ontwikkeld over COVID en ondervoeding (pdf).

Risicogroepen

De volgende groepen mensen hebben een verhoogd risico op onbedoeld gewichtsverlies:
  • kwetsbare ouderen thuis, in een verzorgingshuis of woonzorgcentrum
  • mensen met een chronische ziekte zoals: diabetes mellitus, hart- en vaatziekten, longziekte (bijvoorbeeld astma of COPD) of een ernstige nierziekte
  • mensen in thuisquarantaine
  • mensen met een verminderde afweer
  • mensen met een lichamelijke beperking
  • mensen met een niet-passende gebitsprothese, of met kauw- of slikproblemen
  • mensen die recent zijn ontslagen uit het ziekenhuis, met name ouderen en ernstig zieken
  • mensen met psychosociale problemen en verwaarlozing
  • mensen met een alcohol- of drugsprobleem

Gevolgen van ondervoeding

Bij ondervoeding gebruikt het lichaam reservevoorraden in vet- en spierweefsel. Het lichaam breekt dan niet alleen vetweefsel, maar ook spierweefsel af. Vooral de afbraak van spieren is nadelig. Dit heeft onder andere gevolgen voor het dagelijks functioneren en de zelfredzaamheid. Ook de kans om te vallen neemt toe, lees hierover op dit kennisplein. Andere gevolgen zijn: zich vlugger moe voelen, minder zin hebben om te eten, sneller en ernstiger ziek worden, langer nodig hebben om te herstellen na ziekte en moeilijkere wondgenezing.

Ondervoeding leidt tot een langzamer herstel bij ziekte. Als een patiënt ziek is of niet actief is kan ondervoeding leiden tot afname van gewicht en spiermassa. Dit kan leiden tot afname van de algehele conditie en hart- en longcapaciteit. Ook zorgt ondervoeding voor een verminderde afweer en vertraagde wondgenezing. Dit kan leiden tot decubitus, daar vind je meer over op dit kennisplein. Daarnaast kan ondervoeding resulteren in depressiviteit, meer informatie lees je bij het thema depressie.

Mogelijke gevolgen en symptomen van ondervoeding:
  • Afname van de kwaliteit van leven. Als gevolg van onderstaande factoren.
  • Verminderd algeheel gevoel van welbevinden. Men voelt zich lusteloos, futloos en is vaak kouwelijk.
  • Minder kracht, evenwicht, en minder goed lopen. Door een afname in spiermassa en spierkracht.
  • Vermoeidheid. Als gevolg van voedingsstoffen, een verminderde algehele conditie en verminderde hart- en longfunctie.
  • Sneller ziek worden en verminderd herstel na ziekte en operaties. Door een verminderde immunologische afweer. Tijdens ziekte treden er ook vaker complicaties op.
  • Vermoeidheid. Door een verminderde hart- en longcapaciteit.
  • Decubitus en huidletsel. Als gevolg van een verminderde wondgenezing, een dunne en droge huid en een tekort aan voedingsstoffen.
  • Botbreuken. Door vaker en sneller vallen.
  • Droog en uitvallend haar. Door een tekort aan voedingsstoffen.
  • Verhoogd medicatiegebruik.
  • Verhoogde kans op vervroegd overlijden.
  • Depressie.

Terug naar boven

Praktische tips bij onbedoeld gewichtsverlies

Het is belangrijk na te gaan waardoor iemand gewicht verliest. Er zijn verschillende opties:
1. Iemand eet of drinkt minder dan normaal. Bijvoorbeeld vanwege ziekte, spanning, pijn of ongemak. Het kan helpen om vaker per dag kleinere porties te gebruiken. Zorg er ook voor dat wát iemand eet of drinkt voldoende energie bevat.
2. Iemand is anders gaan eten normaal. Bijvoorbeeld door over te stappen van reguliere producten naar calorie-arme (vaak magere of light) producten. Meestal gaat het dan om dranken en toetjes. Probeer in dit geval te kijken of de verandering in eetgewoonten wel nodig en wenselijk is. Zo ja: kijk of de reguliere maaltijden iets kunnen worden vergroot, door bijvoorbeeld een extra boterham of een toetje te gebruiken. Of gebruik extra tussendoortjes gedurende de dag.
3. Iemand verbruikt opeens meer energie. Dit kan komen doordat iemand een stuk meer is gaan bewegen. Bijvoorbeeld wanneer iemand eerder in een rolstoel zat of in bed verbleef, en nu weer loopt. Of wanneer iemand loopdrang ontwikkelt. Ook ziek zijn kost veel energie (calorieën). Met name bij ziekten als kanker, COPD en de ziekte van Parkinson. Hetzelfde geldt voor herstel en revalidatie na ernstig ziek zijn of een operatie.

Download tips

Op zoek naar praktisch advies bij onbedoeld gewichtsverlies? We hebben deze praktische tips voor je op een rijtje gezet. Handig om te printen!
Download de tips

Meer informatie?

  • Op de website van Innovatiekring Dementie vind je Verzamelde praktische tips voor eten en drinken bij mensen met dementie.
  • De website Goedgevoedouderworden.nl helpt ouderen en hun omgeving om ondervoeding te herkennen. En om er iets aan te doen. Handig om cliënten en hun naasten op te wijzen, maar ook als zorgverlener kun je hier veel achtergrondinformatie vinden.
  • Download de folder Voeding bij gewichtsverlies, ziekte en herstel op de website van het Voedingscentrum. Er staan praktische handvatten in en algemene tips bij ondervoeding, plus specifieke tips voor ieder eetmoment. Je kunt ’m ook gratis bestellen via het Voedingscentrum (per 25 stuks).
  • Op de website van de Stuurgroep Ondervoeding download je een gratis toolkit voor vroege herkenning en signalering van ondervoeding. Er zijn speciale toolkits voor zowel thuiszorg, revalidatiecentra, als voor verpleeghuizen. Je vindt er richtlijnen, weeg- en screeningsbeleid, screeningstools, presentaties en materialen, (behandel)richtlijnen, prestatie-indicatoren, een werkboek en een invullijst voor vocht en voeding.
Terug naar boven

Voedselweigering

Soms wil iemand niet eten. Of iemand weet niet meer waarom of hoe te eten. Hiermee omgaan kan moeilijk zijn.

Belangrijk is te achterhalen waarom de persoon eten en drinken weigert en of hij of zij zich hiervan bewust is. Soms heeft het te maken met het eten zelf, bijvoorbeeld iemand die liever aardappelen met draadjesvlees eet dan rijst of pasta. Soms komt het door de gezondheidstoestand. Een veel voorkomende oorzaak voor het niet willen eten of drinken is pijn. Bijvoorbeeld door gebitsproblemen. Een goede mondverzorging is daarom van groot belang. Lees over mondzorg op dit kennisplein.

Bij een aantal ziektebeelden komt het weigeren van voedsel regelmatig voor, zoals bij:

  • dementie
  • CVA
  • neurologische aandoeningen, bijvoorbeeld multiple sclerose
  • ongeneeslijke en terminale ziekten, bijvoorbeeld kanker

Meer weten?

Lees meer over voedselweigering bij mensen met dementie in de richtlijn Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie (pdf).

Terug naar boven

Stimuleren van eten en drinken

Bij ondervoeding is het stimuleren van eten en drinken extra van belang. Onderstaande punten kunnen helpen om iemand te stimuleren:

  • Ga na wat iemands wensen en behoeften zijn rondom het eten en drinken. Kan de persoon dit zelf niet meer aangeven? Ga dan (eerdere) gewoonten na bij familie en vrienden. Of eventueel de gastvrouw of voedingsassistent van de zorgafdeling. Besef wel dat voorkeuren qua eten en drinken gedurende het ziekteproces kunnen veranderen. Je kunt familieleden ook vragen om mee te eten. Lees hier meer over bij het thema persoonsgerichte zorg.
  • Ga na welke tafelgewoonten iemand heeft. Houdt iemand van gezelligheid en een praatje tijdens de maaltijd? Of eet iemand beter in een rustige omgeving? Dit kan voor iedereen anders zijn!
  • Besteed aandacht aan de presentatie van de maaltijd. Een mooi gedekte tafel met gezellige verlichting in een sfeervolle omgeving kan een positieve invloed hebben op de beleving van de maaltijd. Het kan ook zijn dat iemand juist gewend is om achter de televisie de maaltijd te gebruiken. Geef hier iemand de ruimte voor.
  • Misschien vindt de persoon met zorg het leuk om samen het eten klaar te maken. Door samen de maaltijd te bereiden kan iemand zich rustig voorbereiden, en verheugen op wat er komen gaat. De geuren, handelingen en gesprekken tijdens het koken kunnen stimulerend werken. Is samen koken te intensief? Kijk dan of iemand open staat voor simpele taken als: helpen met tafel dekken, servetten vouwen of een lekker recept uitzoeken. Mensen voelen zich over het algemeen graag nuttig. Dit soort activiteiten dragen daaraan bij.
  • Woont de persoon met zorg in een instelling? Zorg ervoor dat er voldoende keuze is in eten en drinken en laat mensen zelf kiezen. Ook wanneer de keuze meestal hetzelfde lijkt. Kan iemand nog zelf eten klaarmaken? Geef iemand de ruimte en ondersteuning daar toe. Eigen regie is over het algemeen erg belangrijk voor mensen.
  • Maak zelf eten zo gemakkelijk mogelijk. Bied voldoende ondersteuning en tijd.
  • Heeft iemand een kleine eetlust? Dan kan het helpen om meerdere kleinere porties eten aan te bieden, verdeeld over meerdere momenten op de dag. Bekijk bijvoorbeeld dit schema Eten en drinken bij verminderde eetlust (pdf).

Meer weten?

  • Wil je meer tips over goede voedingszorg? Lees hier meer over het verbeteren van voedingszorg.
  • Ook op de website van de Stuurgroep Ondervoeding vind je meer informatie over ondervoeding: prevalentie, definitie, richtlijnen en zelfs een toolkit om binnen de zorgorganisatie aan de slag te gaan met ondervoeding.
Terug naar boven

Medische voeding

Wanneer iemand met normale voeding onvoldoende voedingsstoffen binnenkrijgt, dan kan een arts of diëtist adviseren aanvullende medische voeding te gebruiken. Zoals drinkvoeding.

Medische voeding wordt meestal ingezet om ondervoeding te voorkomen of behandelen. Ook wanneer dit niet meer te behandelen is wordt medische voeding soms ingezet. Dit heeft dan als doel complicaties van ondervoeding te voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan decubitus en slechte wondgenezing, ernstige verzwakking of een verhoogd risico op vallen.

Het voorschrijven van medische voeding is iets dat in goed overleg moet gebeuren met de cliënt of zijn vertegenwoordiger en eventueel het verzorgend en verplegend team. Zeker wanneer een cliënt hier zelf geen beslissingen meer over kan maken. Lees meer bij het thema Samen beslissen.

Bij het aanbieden van medische voeding moet je handelen volgens het voorschrift van de arts of diëtist.

Ben je benieuwd naar de verschillende soorten medische voeding? Op de website van Sorgente vind je een overzicht van alle aanvullende voedingen.

Lees meer op Zorg voor Beter

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]



Reacties

Linda 6/7/2017

Mijn moeder is 78 jaar en gaat achteruit; ze heeft geen eetlust en eet dus heel weinig. Heeft u tips wat ik haar kan geven/aanbieden om toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen? Ze heeft een tijd lang speciale flesje gekregen (nutridrink?) maar zijn er ook alternatieven? Brood eet ze niet, ze vind het niet lekker, wat ze wel eet is voornamelijk vloeibaar spul zoals vla met slagroom. Ik heb har nu zelf zover gekregen dat ze drinkontbijt neemt waar extra vezels in zitten en wat meer fruit in de vorm van kant en klare hapjes, bananen eet ze wel.
Ik hoor graag van u.
m.vr.gr. Linda


Marian de van der Schueren 23/1/2017

Beste Sanne,
De cijfers bij ouderen thuis zijn prevalentiecijfers.
Incidentiecijfers zullen dicht in de buurt liggen van de prevalentiecijfers, maar deze zijn moeilijker te vinden omdat je dan (gezonde) ouderen jaren moet volgen en moet kijken bij hoeveel procent ondervoeding ontstaat. Misschien dat je uit de LASA studies (Longitudinal Ageing Study Amsterdam) incidentiecijfers kunt destilleren.


Sanne 19/1/2017

Die 15-25% van de ouderen in de thuiszorg waar sprake is van ondervoeding, valt dat onder de incidentie of juist prevalentie? Kunt mij ook de incidentie van ondervoeding vertellen, ben daar naar opzoek voor een opdracht voor school. Alvast bedankt!


Marian de van der Schueren 7/10/2016

Beste Ton,
Er is een richtlijn "Omgaan met afweergedrag bij eten en drinken van bewoners met dementie". Deze is op te vragen via onderstaande link. Wellicht heb je daar wat aan?
(http://www.innovatiekringdementie.nl/a-313/afweergedrag-bij-eten-en-drinken-gratis-training-voor-verzorgenden)


Ton Smits 6/10/2016

Wat als de demente oudere echt niet meer wil eten en drinken en ook zijn medicijnen weigert?
Dwingen lijkt mij geen goede zaak, en stimuleren heeft ook geen zin meer want er valt niet te stimuleren.
Hoe kun je deze persoon dan het beste begeleiden?