Naar hoofdinhoud Naar footer

Samenwerken met naasten

Laatst bijgewerkt op: 28-09-2026

Als zorgverlener heb je niet alleen met een cliënt te maken, maar vaak ook met naasten. Dit kunnen mantelzorgers, familie of andere betrokkenen zijn. Hoe werk je met hen samen aan het zorgdossier? Wie beslist er over de zorg als de cliënt dit niet meer zelf kan? Wat voor gevolgen heeft dit voor het zorgdossier?

Mantelzorger

Heeft jouw cliënt een mantelzorger? Dan is het belangrijk om deze veel te betrekken bij het zorgproces. Een mantelzorger kent jouw cliënt namelijk vaak lang. Ook zorgt hij ervoor dat jouw cliënt zoveel mogelijk het leven kan leiden zoals hij gewend is. In het zorgdossier kan de inbreng van mantelzorgers dan ook niet ontbreken. 

Familie en naasten

De betrokkenheid van familie en vrienden bij de zorg van een cliënt is belangrijk. Familieleden zijn namelijk vertrouwd met het leven van de cliënt. In de praktijk zie je dat zo’n vriend of familielid ook vaak jouw eerste contactpersoon is.

Eerste contactpersoon

Als medewerker bij een zorgorganisatie is het fijn om een eerste contactpersoon te hebben. Met de eerste contactpersoon heb jij als zorgmedewerker contact. Deze persoon heeft vaak ook contact met de rest van de familie en is zo de schakel tussen de zorgorganisatie en de naasten van de cliënt. 

De cliënt kiest in de meeste gevallen zelf de eerste contactpersoon. Dit kan familie zijn, maar ook een vriend of kennis. Eerste contactpersonen hebben vooral een praktische rol. Het kan zijn dat ze ondersteunen bij kleine klusjes zoals boodschappen of de was. Belangrijk hierbij is dat de cliënt in deze situatie zelf een eerste contactpersoon aanwijst en er hierbij sprake is van informele vertegenwoordiging.

Vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid

Als een cliënt niet meer de gevolgen van beslissingen kan overzien, dan is er sprake van wilsonbekwaamheid. In die situatie bepaalt de wet wie er vertegenwoordiger kan zijn van de cliënt. Een wettelijk vertegenwoordiger neemt beslissingen over zaken waar een cliënt zelf niet meer kan beslissen. Een cliënt is bijvoorbeeld wilsonbekwaam als hij in een coma ligt. Of door een verstandelijke beperking of dementie niet meer de gevolgen van beslissingen begrijpt.
 
Er zijn 4 soorten wettelijk vertegenwoordiging. De volgorde is hierbij belangrijk: 

  1. Een curator of mentor = wordt benoemd door de rechter 
  2. Een schriftelijk gemachtigde = wordt benoemd door de cliënt zelf (in een schriftelijke verklaring)  
  3. De echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de client = niet wettelijk benoemd 
  4. Een ouder / kind / broer / zus / grootouder / kleinkind = niet wettelijk benoemd

Kan de cliënt zelf geen beslissing nemen over zijn zorg, dan ga je als eerste zorgorganisatie na of een mentor of curator aanwezig is of nodig is. Zo niet, dan wordt vervolgens gekeken of er een schriftelijke gemachtigde is. Is die er ook niet, dan kunnen de partner of de genoemde familieleden vertegenwoordiger zijn. 

Er zijn organisaties die kunnen ondersteunen bij het regelen van een mentor.

Inzage in het zorgdossier

De cliënt zelf heeft inzage in het zorgdossier. Ook kan de cliënt de eerste contactpersoon toestemming geven om het zorgdossier te bekijken. Eerste contactpersonen krijgen informatie over hoe het met de cliënt gaat, maar geen medische informatie, dat valt onder de vertrouwelijkheid tussen de cliënt en de zorgorganisatie.

De mogelijkheid om in het zorgdossier digitaal mee te lezen, is afhankelijk van de functionaliteiten van het elektronisch cliëntdossier van de zorgorganisatie.

Lees meer over samenwerken met informele zorg op de website van Waardigheid en trots voor de toekomst.

Agenda over werken met het zorgdossier

Er zijn geen agenda-items gevonden

Inschrijven nieuwsbrief

Wil jij als eerste op de hoogte blijven van praktijkvoorbeelden, nieuws, tools en bijeenkomsten over de ouderenzorg? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!


Voor meer informatie over de verwerking van persoonsgegevens, zie onze privacyverklaring.