Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Verbeteren doe je zo

Verbetermethode PDSA

Als je eenmaal weet welke zorg de cliënt prettig vindt en wat de cliënt misschien anders zou willen, kun je ermee aan de slag gaan.

Ook van je collega’s kun je feedback gekregen hebben op hoe jij je werk doet. Vervolgens onderneem je actie om zaken te verbeteren. Je wilt immers je werk goed (blijven) doen. Zo blijven de cliënten en ook jijzelf tevreden.

Vilans maakte

Plan-Do-Study-Act

PDSA-cyclusEen manier om te werken aan verbeteren is door middel van de veelgebruikte Plan-Do-Study-Act methode. Zo kun je stapsgewijs jezelf en je werk te verbeteren. Deze methode wordt ook wel - afgekort - de PDSA-cyclus genoemd. Wat houdt de Plan-Do-Study-Act methode in en hoe werk je er mee? Je kunt dit formulier gebruiken als je deze methode gebruikt om verbeteracties in gang te zetten.

Bron afbeelding: Continu verbeteren met KPI's (Passioned Group)

1. Plan

Wát wil je verbeteren? Stel hiervoor een helder en haalbaar doel. Bedenk goed voor jezelf hoe je het doel gaat bereiken, en wanneer je dit doel bereikt wilt hebben.

Voorbeelden:

Je hebt gemerkt dat je collega’s jouw rapportage in het cliëntdossier niet altijd begrijpen. Dit wil je veranderen. Je doel kan zijn dat je binnen twee weken duidelijk wil hebben waar dat aan ligt. Of je hoort terug van de dochter van een cliënt dat haar moeder altijd hogere bloedglucosewaarden heeft wanneer jij prikt. Je vraagt je af hoe dat komt. Je doel kan zijn dat je binnen een week wil weten of jij het meten van een bloedglucosewaarde op de juiste manier uitvoert.

2. Do

In deze stap ga je aan de slag zodat je de doelen die je gesteld hebt ook bereikt. Afhankelijk van je doel onderneem je actie. Acties kunnen zijn:

Volg een training of bijscholing

Doe kennis op in een bijscholing of door e-learning. Leer een handeling in een training, oefen in het skillslab en door toetsing in de praktijk. Leren in theorie en in praktijk zijn beide belangrijk om nieuwe kennis je eigen te maken of om in te kunnen spelen op veranderingen. Organiseer een klinische les en nodig bijvoorbeeld een gastspreker uit.

Houd ontwikkelingen in je vak bij

Zorg dat je op de hoogte bent van ontwikkelingen in je vak. Wat je geleerd hebt in je opleiding kan veranderen. Je hebt bijvoorbeeld geleerd om cliënten te wassen met water. Een nieuwe ontwikkeling is verzorgend wassen, wassen zonder water. Lees vakbladen, meld je aan voor nieuwsbrieven zoals de nieuwsflits van het kennisplein Zorgvoorbeter.nl of kijk op www.verzorgendenonline.nl

Oefen handelingen met je collega’s

Oefenen kan je helpen om bepaalde handelingen en technieken onder de knie te krijgen. Door samen met je collega’s te oefenen, kun je feedback krijgen in hoe je het doet en wat verbeterd moet worden. Je kunt ook de handeling of techniek bij de cliënt uitvoeren en tips aan de cliënt te vragen.

Deel kennis met collega’s

Een lastige situatie met een cliënt kun je met collega’s of in een teamoverleg bespreken om hiervan te leren. Collega’s kunnen je advies geven en je op nieuwe ideeën brengen en andersom.

Tot slot: werk samen met je collega’s. Betrek anderen wanneer je een verbeterproces in gang zet of werk samen wanneer je collega hetzelfde doel heeft. Laat je collega’s weten dat je bezig bent jezelf en je werk te verbeteren. Je collega’s kunnen je motiveren, ondersteunen, en ook van jou leren.

3. Study

Het is zinvol om op vaste momenten stil te staan bij de doelen die je gesteld hebt. Hoe staat het met je doelen, heb je al acties ondernomen, heb je al doelen behaald? Is de aanpak die je bedacht had de juiste of zijn andere acties nodig om je doel te behalen? Is het tijdstip waarop je het doel dacht te bereiken haalbaar of moet je het bijstellen?

4. Act

Nadat je stil hebt gestaan bij het doel dat je jezelf gesteld hebt, eventueel je doel en/of acties hebt aangepast, ga je weer verder. Wanneer je het doel behaald hebt, kies je een nieuw doel. De Plan-Do-Study-Act methode begint weer van voor af aan.

Voorbeeld

Misschien dacht je dat je, bij de cliënt wiens bloedglucosewaarde steeds hoog is, de meting niet goed uitvoerde. Doordat je dit met je collega bespreekt en je nog eens het protocol nakijkt kom je erachter dat je de handeling goed uitvoert, maar dat de cliënt tevoren niet zijn handen wast. De waarde van de bloedglucose wordt beïnvloed door de voedselresten die de cliënt aan de handen heeft.

Materialen

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]