Voeding beïnvloedt verschillende onderliggende risicofactoren voor vallen, zoals spiermassa, spierkracht en balans. Voedingsstoffen zoals eiwitten, vitamine D, calcium, antioxidanten en onverzadigde vetzuren zijn belangrijk voor het behoud van bot- en spierweefsel. Een tekort aan vitamine D komt veel voor bij kwetsbare ouderen en bij ouderen die vallen.
Zowel ondervoeding als ernstig overgewicht kunnen het valrisico verhogen. Ondervoeding bij ouderen ontstaat door diverse factoren, zoals verminderde eetlust, hormonale veranderingen, spijsverteringsproblemen, kauw- of slikproblemen, beperkingen in koken of boodschappen doen en psychische problemen zoals dementie of depressie. Let op signalen zoals gewichtsverlies of weinig eten. De diëtist of huisarts kan hierbij ondersteunen.
Ook ernstig overgewicht vormt een risico. Bij het ouder worden neemt de energiebehoefte af. Wanneer de energie-inname gelijk blijft terwijl het energieverbruik daalt, kan overgewicht ontstaan. Dit is vooral een probleem wanneer het vetpercentage stijgt terwijl de spiermassa afneemt, ook wel sarcopene obesitas genoemd.