Naar hoofdinhoud Naar footer

Icoon mondzorgMondgezondheid in kaart brengen

Het goed in kaart brengen van mondgezondheid is belangrijk voor goede mondverzorging. Welke vragen stel je en waar let je op?

Breng binnen 24 uur na opname de mondgezondheid en de mondverzorging van de cliënt in kaart.

Ga met de cliënt in gesprek en neem de volgende vragen door:

  • Heeft de cliënt zijn eigen tanden en kiezen?
  • Verzorgt de cliënt zijn eigen gebit?
  • Hoe verzorgt de cliënt zijn gebit?
  • Heeft de cliënt een volledige prothese?
    • Een volledige of gedeeltelijke bovenprothese?
    • Een volledige of gedeeltelijke onderprothese?
    • Nog eigen tanden onder de prothese?
    • Draagt de cliënt de prothese?
    • Hoe verzorgt de cliënt zijn prothese?
  • Heeft de cliënt implantaten?
  • Heeft de cliënt klachten? (Kan hij goed kauwen, slikken en praten?)
  • Heeft de cliënt een vieze mondgeur?
  • Heeft de cliënt vragen of wensen?

Wanneer de cliënt zijn eigen gebit verzorgt, ga dan na:

  • Kan de cliënt de tandenborstel goed hanteren?
  • Maakt de cliënt effectieve poetsbewegingen?
  • Bereikt de cliënt alle elementen/delen in de mond?
  • Kan hij het poetsen ten minste twee minuten volhouden?
  • Kan de cliënt mondspoelen?

Leg de gegevens vast in het zorgleefplan.

Mondinspectie

Tijdens de mondverzorging is het van belang om mondproblemen tijdig te signaleren en bestaande mondproblemen goed te volgen. Betrek de cliënt hierbij. Inspecteer systematisch:

  • De lippen (buitenzijde)
  • De omslagplooien (binnenzijde van de lippen)
  • Het wangslijmvlies
  • Tandvlees
  • Gebitselementen
  • Onderkant, bovenkant en zijkanten van de tong
  • Mondbodem
  • Gehemelte
  • Keel
  • Mondgeur

Zie je iets dat afwijkt? Meld deze signalen aan degene die verantwoordelijk is voor de mondzorg van de cliënt. Leg de gegevens vast in het zorgleefplan.

  • Bekijk ook de pagina  'Mondzorg evalueren' voor een inventarisatie van de zelfzorg en een mondstatusscorelijst.