Feiten en fabels over incontinentie
Laatst bijgewerkt op: 08-06-2026
Over problemen met plassen of ontlasting wordt nog steeds weinig gesproken. Van de mensen met plasklachten praat 15% hier nooit over, vaak uit schaamte. Nog eens 19% praat er soms wel over, maar vindt dit lastig. Mensen bespreken hun klachten meestal met hun partner, daarna met familie of vrienden. De huisarts staat pas op de vierde plaats. Daardoor blijven veel mensen te lang rondlopen met plasklachten. Op deze pagina vind je 13 misverstanden over incontinentie: wat klopt wel en wat niet?
1. Aan urine-incontinentie bij ouderen is weinig te doen, behalve het behandelen van een blaasontsteking
Het is belangrijk om te onderzoeken of er een blaasontsteking is. Maar een goede diagnose gaat verder dan dat. Hiervoor moet je kijken naar de volgende signalen:
- problemen met bewegen;
- geheugen- of cognitieve problemen zoals dementie of een delier;
- chronische ziekten zoals diabetes, hartfalen of de ziekte van Parkinson;
- het gebruik van medicatie;
- verstopping van de darmen (obstipatie);
- plasproblemen, zoals vaak aandrang hebben of steeds kleine beetjes plassen.
Deze signalen kunnen allemaal helpen om de oorzaak van incontinentie te vinden en de juiste behandeling te kiezen.
2. Ouderen vragen vaak hulp om naar het toilet te gaan
Uit onderzoek blijkt juist het tegenovergestelde. Veel ouderen vinden het lastig om hulp te vragen als zij naar het toilet moeten. Zij willen niet tot last zijn voor de mantelzorgers of verzorgenden. Daardoor vragen zij soms pas om hulp als het eigenlijk al te laat is.
3. Het belangrijkste aan een toilet is dat er een rolstoel in past
Voor veel ouderen is dat niet het belangrijkste. Zij hebben vooral een toilet nodig dat veilig en prettig te gebruiken is. Zo moet de toiletpot de juiste hoogte hebben, zodat ze goed kunnen zitten met hun voeten op de grond. Ook zijn stevige steunpunten belangrijk voor mensen met evenwichtsproblemen. Goede verlichting helpt als iemand minder goed ziet. Voor ouderen met dementie kunnen duidelijke kleuren en contrasten helpen om het toilet makkelijker te herkennen en gebruiken.
4. Ouderen met urine-incontinentie hebben weinig last van hun klachten, omdat er goede incontinentiematerialen zijn
Urine-incontinentie kan een grote invloed hebben op het dagelijks leven. Ouderen met deze klachten hebben vaker last van sombere gevoelens of stemmingswisselingen. Ook trekken zij zich terug uit sociale activiteiten uit angst voor ongelukjes.
5. Bij ouderen met dementie en een hoger valrisico doe je 's nachts de bedhekken omhoog
Dat lijkt veilig, maar is vaak niet de beste oplossing. Door bedhekken kunnen ouderen niet zelfstandig uit bed gaan als ze naar het toilet moeten. Daardoor kunnen ze onrustig worden, over het hek proberen te klimmen of zichzelf pijn doen. Het beperkt de bewegingsvrijheid. Het is veel beter om op tijd hulp te bieden door het toiletritme van de cliënt in kaart te brengen.
6. Het belangrijkst bij incontinentiemateriaal is hoeveel urine het kan opvangen
Dat is niet het enige wat telt. Uit onderzoek blijkt dat ouderen meer kans hebben om continent te blijven als zij zelf naar het toilet kunnen gaan. Daarom is het belangrijk dat incontinentiemateriaal gemakkelijk te gebruiken is. Ouderen moeten het zelf kunnen aan- en uittrekken, zodat ze minder afhankelijk zijn van hulp van anderen.
7. Een incontinentiebroekje kan meer opvangen als je er een extra inlegger in doet
Een incontinentiebroekje is bedoeld om op zichzelf te gebruiken en werkt als vervanger van een onderbroek. Een incontinentiebroekjes vangt niet meer op door er een inlegger in te doen. Bovendien zijn incontinentiebroekjes veel duurder dan onderbroeken, dus een inlegger in een incontinentiebroekje kost extra geld.
8. Een blaaskatheter is een goed alternatief voor incontinentiemateriaal
Een blaaskatheter is niet bedoelt als vervanger voor incontinentiemateriaal. Bij langdurig gebruik kan een blaaskatheter ernstige problemen veroorzaken, zoals blaasontstekingen en blaaskrampen. Daarom wordt een blaaskatheter alleen gebruikt als daar een medische reden voor is.
9. Verstopping van de darmen (obstipatie) moet je behandelen met laxeermiddelen
Het is belangrijk om eerst te onderzoeken waardoor de obstipatie ontstaat. Vaak kunnen klachten verminderen door het aanpassen van leefregels, zoals gezonder eten, voldoende drinken en meer bewegen. Pas als deze maatregelen niet genoeg helpen, kunnen laxeermiddelen nodig zijn.
10. Omgaan met een oudere met incontinentie is simpel. Mantelzorgers weten meestal zelf wel wat ze moeten doen
Veel mantelzorgers geven aan dat ze niet goed weten hoe ze een oudere met incontinentie het beste kunnen helpen. Ook ervaren zij dat zorgprofessionals te weinig aandacht hebben voor deze problemen. Hierdoor voelen mantelzorgers zich onzeker en ervaren zij stress.
11. Liggend kun je net zo goed plassen en ontlasting hebben als zittend
De houding waarin je zit, helpt bij het plassen en de ontlasting. Door de zwaartekracht Kan de blaas beter leeg raken en gaat de ontlasting makkelijk uit de dame. Liggend lukt het vaak minder goed om de blaas of de darmen helemaal te legen. Daarom is het beter om, zitten naar het toilet te gaan.
12. Incontinentie kan geen teken zijn van een luchtweginfectie
Bij ouderen kan plotselinge incontinentie soms wijzen op een delier. Een delier is een tijdelijke toestand van verwardheid waarbij iemand minder alert is. Een delier kan ontstaan door een luchtwegontsteking. Daarom kan een ouderen met een luchtwegontsteking ook ineens incontinent worden.
Tekst: Paul van Houten