Interventies
Laatst bijgewerkt op: 19-06-2026
Bij incontinentie zijn er verschillende stappen die de toiletgang kunnen ondersteunen. Soms maken deze stappen de cliënt zelfs weer continent!
1. De route naar het toilet
Onderweg naar het toilet kunnen er hindernissen zijn. Denk aan waskarren, rollators of tafeltjes op de gang. Ook slechte verlichting kan een obstakel zijn. Bij de cliënt thuis kunnen vloerkleedjes in de weg liggen. Soms is de deur door de oudere niet gemakkelijk open en dicht te doen.
Dit maakt het moeilijker voor de cliënt om het toilet op tijd te bereiken. Help de cliënt met advies over veranderingen die het gemakkelijker maken.
2. Zelfstandigheid vergroten
Staan is voor veel ouderen een probleem. Een moeilijke rits, een strakke knoop of het afrollen van een panty maken het nog moeilijker voor de cliënt. Incontinentieverband is ook een extra hindernis. Help de cliënt met advies over aanpassingen om de zelfstandigheid te vergroten. Bijvoorbeeld het aanbrengen van een extra steun in het toilet of een andere sluiting van de kleding, zoals klittenband of pantykousen in plaats van een panty.
3. Regelmatige toiletgang
Om te voorkomen dat cliënten incontinent worden, is het belangrijk om direct naar het toilet te gaan wanneer er aandrang wordt gevoeld. Als zorgprofessional help je een cliënt daarbij door te vragen of hij naar het toilet moet. Het duurt vaak een paar minuten voordat de aandrang zich bij de cliënt aandient. De cliënt geeft waarschijnlijk de eerste keer aan niet naar het toilet te hoeven. Je kunt dan de vraag na een paar minuten herhalen. Deze techniek wordt ook wel promted voiding genoemd.
Een andere mogelijkheid is een toiletronde op vaste tijdstippen. Het doel van de toiletronden met meerdere cliënten is om incontinentie-episoden te voorkomen, niet om de cliënt weer continent te maken. Wanneer je de tijdstippen afstemt op de cliënt, werk je met een persoonlijk toiletschema. Soms hebben cliënten een eigen regelmaat, zonder dat ze dat zelf doorhebben. Gebruik deze gewoontes van de cliënt om een schema te maken.
4. Zorg voor de juiste toilethouding en technieken
Leer cliënten hoe ze het beste op het toilet kunnen zitten, zodat ze zich ontspannen.
Voor het plassen betekent dit:
- Rechtop zitten, voeten plat op de grond en knieën licht gespreid.
- Maak het bekken hol/bol voor plassen en bol bij het poepen.
- Ga niet meepersen.
- Neem genoeg tijd om te plassen of poepen.
5. De bekkenbodem trainen
Voor sommige cliënten helpt het om de bekkenbodem te trainen. Bijvoorbeeld cliënten die hun bekkenbodem verkrampen, omdat ze bang zijn urine te verliezen. Of cliënten met te zwakke bekkenbodemspieren. Een fysiotherapeut of bekkenbodemtherapeut kan daarbij ondersteunen.
6. Gebruik de juiste incontinentiematerialen
Het is belangrijk om het juiste incontinentiemateriaal in te zetten wanneer de cliënt incontinent is. Er zijn steeds vernieuwingen op het gebied van incontinentiemateriaal. Zoals bijvoorbeeld slim incontinentiemateriaal of wasbaar incontinentiemateriaal. De leverancier van incontinentiemateriaal, een incontinentieverpleegkundige of een ergotherapeut kan advies geven over het gebruik van het materiaal.
Kennis over het gebruik van incontinentiemateriaal is dus nodig. Materiaal dat niet goed bevestigd is, kan lekkage en beschadiging van de huid veroorzaken. Voor de cliënt heeft dit vervelende gevolgen zoals minder comfort, ongemak en pijn.
Er zijn veel verschillende merken, soorten en maten incontinentiemateriaal. Lees meer over de mogelijkheden op de Vilans Hulpmiddelenwijzer.
7. Huidverzorging
Huidverzorging is een belangrijk onderdeel om huidletsel bij incontinentie te voorkomen. Urine en ontlasting hebben een bijtende werking. Wanneer urine en ontlasting langer op de huid aanwezig blijven, kan irritatie, infectie of huidletsel worden veroorzaakt. Dit heet dermatitis gerelateerd aan incontinentie (IAD).
Meer over IAD
Reinig de huid op een milde manier, zonder water en zeep. Er bestaan verschillende merken waslotion, doekjes of schuim. Die zorgen er bijvoorbeeld voor dat de aangekoekte of korrelige ontlasting loslaat en gemakkelijk te verwijderen is. Zonder dat je hoeft te wrijven. Dit kan erg pijnlijk zijn als de huid dun en kwetsbaar is. Dep, wrijf niet, de huid goed droog na het wassen. Zorg verder voor een goede huidbescherming door een dunne laag crème, spray of zalf.
Bron
- Graaf, A., & Toppets, A. (2020). Preventie en behandeling van incontinentiegeassocieerde dermatitis: Een praktische richtlijn. WCS Nieuws, 36(3), 30–34.
- Houten, P. van, en A. Jonkers. Toiletgang bij dementie, 2011.
- Kennisinstituut V&VN. (2025, 19 december). Continentie bij (kwetsbare) ouderen. Kennisplatform V&VN.
- Van Kleef Instituut. (2025). Continentiezorg op maat met eHealth: Folder voor zorgverleners.
- Waaijer, E., Knibbe, N., & Knibbe, H. (2023). Continentiezorg op maat. Ergotherapie Magazine, 3, 23–27.
- Zorginstituut Nederland. (2022). Hulpmiddelenzorg module continentie [Kwaliteitsstandaard]. Zorginzicht.