Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Vrijheidsbeperking signaleren

Gepubliceerd op: 12-02-2020

Cliënten in de zorg kunnen helaas niet altijd zelf keuzes maken. Als je persoonsgericht werkt, doe je wel zoveel mogelijk je best om te achterhalen wat een cliënt zou willen. Toch zijn cliënten op veel vlakken min of meer beperkt in hun keuzevrijheid. Het zelf bepalen en het zelf kunnen kiezen door cliënten worden regelmatig ingeperkt om de veiligheid voor cliënten te waarborgen.

Wees bewust van onvrijwillige zorg

Wees je ervan bewust dat je regelmatig cliënten beperkt in hun vrijheid. Bijvoorbeeld door een rolstoel op de rem te zetten of zonder het te vragen een boterham met kaas te smeren, omdat de cliënt toch meestal kaas wil. Of deze handelingen als onvrijwillige zorg gezien moeten worden hangt af van de cliënt(vertegenwoordiger): is er overeenstemming over of verzet tegen de handeling. 

Signaleren van verzet

Niet alle cliënten kunnen zeggen of ze iets wel of niet willen. Daarom is het belangrijk dat je doorhebt wanneer iemand zich verzet tegen een maatregel. Ook al lijken de maatregelen die je neemt klein of onschuldig. Elk mens reageert op zijn eigen manier op situaties die hij niet prettig vindt. Dat is afhankelijk van zijn persoonlijkheid, culturele achtergrond, levensgeschiedenis en lichamelijke of psychologische gesteldheid.

Er is sprake van verzet als iemand met woorden, gebaren en/of door gedragsverandering aangeeft dat hij bezwaar heeft tegen de situatie waarin hij terecht is gekomen. Cliënten met dementie uiten verzet vaak op een non-verbale manier door uitingen van pijn, jammeren of kreunen, aanspannen van spieren, verkramping, slaan en schoppen of wegduwen. Dit is voor de cliënt vaak de enige manier om duidelijk te maken dat ze het ergens niet mee eens zijn.

Als zorgmedewerker kun je hier pas goed op reageren als je weet en begrijpt waar het verzet vandaan komt. Let daarom goed op verzet of moeilijk gedrag, dat je waarneemt tijdens het verzorgen of begeleiden van de cliënt. Verzet of moeilijk hanteerbaar gedrag kan onder andere voortkomen uit:

  • De lichamelijke of psychische conditie van de cliënt
    De cliënt heeft bijvoorbeeld pijn en kan dit niet uiten en de zorgmedewerker ziet of herkent de signalen niet. Of de cliënt begrijpt niet wat de zorgmedewerker bedoelt.
  • Medicijngebruik
    Dit kan leiden tot (toenemende) verwardheid of apathie.
  • De omgeving
    De cliënt kan zich beperkt voelen door obstakels in zijn omgeving, of omdat hij de omgeving niet herkent. Daarnaast kan een cliënt erg onrustig worden van alle geluiden in de omgeving.
  • De verzorgende handeling
    Een medische handeling of een ‘vreemde’ die helpt bij het uitkleden kan voor cliënten beangstigend zijn. Soms gaat een cliënt hier tegen in verzet.
  • De bejegening
    De cliënt is afhankelijk van de zorgmedewerker en de manier waarop die hem tegemoet treedt. Een gehaaste of te directe benadering kan de cliënt als bedreigend ervaren.

Leg deze signalen vast en bespreek ze met de cliënt, collega's, familie van de cliënt en personen uit andere disciplines.

Bron(nen)

Werkboek Leven in vrijheid, werken aan vrijheid, Sting, 2008