Toon zoekbalkToon menu

Kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn
Dementie

Wanen en hallucinaties bij thuiswonende mensen met dementie

Wanen en hallucinaties komen regelmatig voor bij mensen met dementie. Dit kan zorg voor angsten en zelfs leiden tot agressie. Hoe ga je hier mee om? Lees hier wat je als zorgverlener in de wijk kan doen.

Wat zijn wanen en hallucinaties?

Een waan is een idee dat niet klopt met de werkelijkheid. Het gaat hier om denkstoornissen. Een persoon met dementie denkt bijvoorbeeld dat zijn partner vreemd gaat of dat er gestolen wordt en is daar ook overtuigd van. De meeste wanen hangen samen met achterdocht. Bij een hallucinatie ziet, hoort, ruikt of proeft iemand iets wat er niet is. Het gaat hier om zintuiglijke functies. Dit kan beangstigend zijn. Wanen en hallucinaties kunnen leiden tot agressie en agitatie. Andere vormen van onbegrepen gedrag zijn: apathie en dwangmatig handelen.

Welke vragen kun je stellen?

  • Zouden de wanen/hallucinaties ook veroorzaakt kunnen worden door een delier?
  • Is bekend welk type dementie de cliënt heeft? Bijvoorbeeld mensen met Lewy Body Dementie (LBD) hebben vaak last van visuele hallucinaties.
  • Voor wie zijn de wanen en hallucinaties een probleem?
  • Wanneer treden de wanen/hallucinaties vooral op?
  • Is er mogelijk sprake van visus- en/of gehoorstoornissen?

Wat kun je als zorgverlener doen?

  • Schakel zorgtrajectbegeleider/casemanager dementie in bij complexe problematiek
  • Neem bij vermoeden van wanen en hallucinaties contact op met (huis)arts
  • Aarzel niet om bij de persoon met dementie nadere details over de waan te bevragen

Meten van wanen en hallucinaties 

Er zijn verschillende redenen waardoor wanen en hallucinaties ontstaan bij mensen met dementie. Dit kunnen neuropsychiatrische symptomen zijn of de gevolgen van een delier. Beide oorzaken kunnen worden gemeten met verschillende meetinstrumenten zoals de NPI-Q en ​Delirium Observatie Screening (DOS).

NPI-Q

Hallucinaties en wanen zijn neuropsychiatrische symptomen die vervolgens kunnen leiden tot agressie en agitatie (ook neuropsychiatrische symptomen). Met de de Neuropsychiatrische Vragenlijst Questionaire (NPI-Q) kunnen deze symptomen worden meten. De vragenlijst wordt ingevuld door de mantelzorger van de persoon met dementie. Als het antwoord ‘ja’ is (het symptoom komt de afgelopen maand voor) dan wordt vervolgens de ernst en de emotionele belasting beoordeeld.

DOS

Een delier is een toestand van acute diffuse cerebrale ontregeling die bij dementie regelmatig voorkomt en kan leiden tot wanen en hallucinaties. Bij twijfel over een delier kan de DOS Schaal worden afgenomen. Dit is een meetinstrument om delier te screenen.

Interventies 

Interventies met medicatie

  • Bij signalering van hallucinaties en wanen moet een verwijzing naar de (huis)arts plaatsvinden. Door de arts moeten lichamelijke oorzaken worden uitgesloten: pijn, verminderde visus en gehoor, infecties, obstipatie, hartfalen, geneesmiddelenvergiftiging. 
  • De screeningsgegevens van de DOS kunnen aanwijzingen zijn voor een delier, dat (onder meer) met medicatie behandeld moet worden. 
  • Voordat er met medicatie wordt gestart (antipsychotica, psychofarmaca) moeten eerst interventies worden uitgeprobeerd, waarbij geen medicatie gebruikt wordt (zie hieronder).

Meer informatie over psychofarmaca bij dementie op Zorg voor Beter

Interventies zonder medicatie

  • Neem de persoon met dementie serieus in zijn beleving van de werkelijkheid, maar geef aan dat je die zelf anders beleeft. 
  • Geef ruimte om te vertellen over zijn belevingen en/of gedachten en vraag zo nodig door op details. Dit geeft vertrouwen. 
  • Wanneer de persoon met dementie wel aangeeft hallucinaties en/of wanen te hebben, maar daar geen last van heeft hoeft er niet voortdurend gedetailleerde aandacht aan te worden besteed. 
  • Biedt een prikkelarme omgeving; televisie, radio, spiegels en beeldschermen van computers kunnen een trigger vormen voor wanen en hallucinaties.
  • Biedt een vaste (dag)structuur. 
  • Een ondersteunende houding van de mantelzorg ten opzichte van de naaste met dementie kan helpen bij het verminderen van onbegrepen gedrag.
  • Besteed veel aandacht aan de beste wijze van ondersteuning wanneer zich wanen en hallucinaties voordoen en houd daarbij rekening met de mogelijkheden/vaardigheden van de mantelzorger.
  • Voor de mantelzorg kan het optreden van wanen en hallucinaties bij hun naaste zeer belastend zijn omdat deze kunnen uitmonden in agitatie en agressie gericht tegen de mantelzorg.
  • Bespreek met de mantelzorg op welke manier de oudere afgeleid kan worden, bijvoorbeeld door samen dingen te doen, te wandelen, zijn muziek te luisteren. 
  • Geef voorlichting aan de mantelzorg over werking en mogelijke bijwerkingen van de voorgeschreven medicatie.

STA-OP Methode

Het Stappenplan STA-OP vormt een bewezen effectieve methodische bandering van onbegrepen gedrag bij mensen met dementie.

Naast de STA-OP methode zijn er nog meer methodieken die je kunt inzetten bij onbegrepen gedrag. Deze methodieken bieden handvatten voor de behandeling van onbegrepen gedrag bij mensen met dementie.
 

Meer informatie

Bron

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]





Cookies op de website van Zorg voor Beter

Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer