‘Technologie voor mensen met dementie kan veel beter’
Gepubliceerd op: 26-09-2024
Laatst bijgewerkt op: 02-07-2026
Mensen met dementie worden weinig betrokken in de ontwerpfase van technologie. Dat bleek uit het onderzoek door Sandra Suijkerbuijk, programmamanager Digitale Innovatie bij Surplus. Lang werd gedacht dat het betrekken van mensen met dementie niet mogelijk was in deze fase. Maar Sandra ontdekte dat dit wel kan.
Blijkbaar was er bij mensen met dementie maar weinig sprake van co-design. ‘Meestal worden mensen met dementie door ontwerpers betrokken bij de evaluatie van technologie. Maar dan kan er nog maar weinig worden aangepast. Een ander nadeel is dat we zo kansen missen. Door het horen van de behoeftes van mensen met dementie, kunnen we beter aansluiten op wat zij nodig hebben', vertelt Sandra.
Wat is co-design?
Co-design betekent dat ontwerpers de eindgebruikers vanaf het begin betrekken. Ze luisteren goed naar wat de eindgebruiker wil. Vervolgens nemen de ontwerpers hun opmerkingen mee in het ontwerp van de oplossing of technologie.
Inbreng mensen met dementie onmisbaar
Wat levert het op als je mensen met dementie eerder betrekt? Sandra: ‘Je merkt dat de manier van kijken verandert. Dit verschilt echt met als je het aan zorgverleners of mantelzorgers vraagt. Zij zullen zeggen: “Het is heel spannend om iemand kwijt te raken. We hebben dus technologie nodig die hen volgt.” Dit leidt tot technologie die zorgverleners of mantelzorgers goed kunnen gebruiken.'
Vraag je het aan iemand met dementie? Sandra: ‘Dan zal die persoon aangeven dat het ingewikkeld is om de weg naar huis terug te vinden. Dan krijg je een hulpmiddel dat de persoon in staat stelt om het zelf te doen. Dat is prettig, want daardoor is diegene niet van iemand anders afhankelijk.’
Technologie kan nog veel beter
Sandra hield zich al bezig met technologie toen ze als onderzoeker bij Vilans werkte. ‘Wat me toen opviel, was dat technologie in de praktijk vaak wordt ingezet om mensen met dementie te volgen of te controleren. Denk aan medicijndispensers en dus systemen die volgen waar iemand is. Of het gaat om technologie voor de praktische ondersteuning van professionals. Bijvoorbeeld robots die mensen kunnen wassen.’
‘Deze technologieën hebben zeker meerwaarde in de ouderenzorg. Maar in het leven van mensen met dementie is er zoveel meer van belang dan zorg alleen. Zo willen mensen met dementie graag goed in contact zijn met anderen. Ze willen een leven leiden van betekenis.’
Informatie ophalen zonder vragenlijst
Vaak gebruiken ontwerpers vragenlijsten om informatie op te halen. Maar volgens Sandra kan dat ook anders. ‘Met een vragenkaartje bijvoorbeeld. Met vragen over het dagelijks leven en technologie. De persoon met dementie en diens naaste kunnen die kaartjes een paar weken om en om gebruiken. Op die manier gaan ze met elkaar in gesprek. Zo krijgen ontwerpers informatie over de situatie en de relatie. Dit is belangrijk, want het is in deze situatie waarin de technologie straks wordt gebruikt.’
De aanwezigheid van de naaste bij het gesprek kan helpend zijn. Maar een risico is dat de naaste het gesprek overneemt. Sandra: ‘Daar moet de ontwerper dus goed op letten. De vragenkaartjes helpen. De ontwerper zegt dan echt: “Dit is een vraag voor u.”’
Een andere conclusie uit Sandra's onderzoek is dat het helpt om voorwerpen in het proces te gebruiken. ‘Bij de vragenkaartjes konden mensen hun antwoorden opschrijven in een boekje, inspreken in een audiorecorder of fotograferen met een wegwerpcamera als ze dat makkelijker vonden.’
Manieren om informatie op te halen
Sandra heeft ook onderzoek gedaan naar wat er gebeurt in een interview met mensen met dementie. ‘Daaruit blijkt dat mensen met dementie goed antwoord kunnen geven op goedgestelde vragen. Ook als het een vraag over een ingewikkeld onderwerp was.’
Een van de conclusies is dat vragen met opties erin het beste werken. ‘Wat vindt u nou van dit?' ‘En van dat?' Voor sommige mensen is een open vraag ook prima. Merk je toch dat iemand dat te ingewikkeld vindt? Dan kun je voorbeelden geven.
Daarnaast is het van belang om vragen te stellen die uitgaan van wat wel kan. Dus niet: 'Wat kunt u niet meer?' Of: 'Wat vond u vroeger belangrijk?' Maar: 'Wat zou u willen?' En: 'Wat heeft u nodig?'. En: 'Wat spreekt u het meeste aan?' Zo voelen mensen zich prettiger in het gesprek.
Sandra’s conclusie is dan ook dat je heel veel informatie kunt ophalen bij mensen met dementie. ‘We kunnen nog veel meer aanpassen aan mensen met dementie. En we kunnen hen zo nog veel meer uitnodigen om mee te doen. Daardoor wordt er beter gebruikgemaakt van alle mogelijkheden die er nog zijn in technologie.’