Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Praktijkprikkel: medicatie (niet) via sonde

Gepubliceerd op: 13-01-2026

Soms kan een cliënt of bewoner een sonde hebben. Werken medicijnen dan nog goed? En kan een sonde verstopt raken? Lees hoe je problemen kunt voorkomen in deze Praktijkprikkel van VMI (Voorkomen Medicatie-Incidenten), onderdeel van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik. In de Praktijkprikkels brengen zij echt gebeurde casussen onder de aandacht.

Melding bij VMI

  1. Een patiënte krijgt een maaghevel als voorbereiding op een darmoperatie. Thuis gebruikt ze onder andere sotalol. De verpleging geeft de sotalol niet, volgens de melder omdat de tablet niet door de sonde past. Mevrouw heeft nu een veel te hoge hartslagfrequentie om de operatie te ondergaan.
  2. Een patiënte heeft een neusmaagsonde vanwege een ileus. Via de sonde komt veel maaginhoud terug. De verpleging dient via de sonde digoxine toe. Het effect blijft echter uit.
  3. Een patiënt krijgt onder meer pancreatine, metoprolol retard en pantoprazol gemalen via een sonde. Na 2 dagen is de sonde ernstig verstopt.

Deze situatie kan ook bij jou voorkomen

In deze Praktijkprikkel gaat het over een situatie in het ziekenhuis. Maar ook in de wijkverpleging en het verpleeghuis kunnen cliënten of bewoners een sonde hebben.

Aanbevelingen

Voor verpleegkundigen

  • Overleg met arts en apotheker wanneer instructies voor toediening gereed maken (VTGM) bij patiënten met een sonde ontbreken.
  • Let op het doel van de sondeplaatsing. Het toedienen van medicatie via een maaghevel leidt mogelijk niet tot een therapeutisch effect. Overleg met de arts en apotheker voor een alternatief.
  • Wees bij het voorschrijven van medicatie alert op patiënten met een sonde en met welk doel de sonde is geplaatst.
  • Kies bij patiënten met een maaghevel voor een niet-orale toedieningsvorm.
  • Bij andere typen sondes: beoordeel bij alle orale medicatie of deze geschikt is voor toediening via de sonde. Overleg zo nodig met de apotheker.
  • Ga bij het adviseren over medicatie via een sonde eerst na met welk doel de sonde is geplaatst. Kies voor een niet-orale toedieningsvorm bij patiënten met een maaghevel.
  • Gaat de medicatie via een ander type sonde worden toegediend? Zorg voor adequate informatie over het voor toediening gereed maken (VTGM) van geneesmiddelen bij patiënten met een sonde.

Toelichting op de aanbeveling

Bij patiënten met een sonde is het noodzakelijk om te weten met welk doel de sonde is geplaatst. Een maaghevel, die vooral dient om de maaginhoud te verwijderen, is ongeschikt om medicatie toe te dienen. Dit was het geval bij melding 1 en mogelijk ook bij melding 2. Bij patiënten met een maaghevel is het toedienen van medicatie als injectie of infuus een alternatief voor het toedienen via de sonde.

Patiënten met andere typen sondes kunnen orale medicatie via de sonde toegediend krijgen, als de toedieningsvorm van het geneesmiddel hiervoor geschikt is. Bij melding 3 is deze controle niet goed uitgevoerd. Bij voorkeur schrijft de arts een vloeibare vorm voor. Hierbij houden de arts en apotheker rekening met eventuele hulpstoffen in de drank en of deze verenigbaar zijn met het materiaal van de sonde. Veel tabletten en capsules kunnen tot een geschikte vloeibare vorm worden verwerkt. Hiervoor bestaan diverse protocollen, zoals Oralia en Oralia VTGM op de KNMP Kennisbank.

Handreiking VTGM

De Handreiking VTGM van V&VN beschrijft de stappen om orale medicatie veilig via de sonde toe te dienen. De arts stelt de indicatie voor het toedienen van medicatie via een sonde. De apotheker beoordeelt of de medicatie van de patiënt geschikt is voor toedienen via een sonde. Zo nodig passen arts en apotheker in overleg de medicatie aan. De apotheker kiest de wijze van VTGM. De verpleegkundigen en verzorgenden hebben vervolgens toegang tot protocollen om de medicatie klaar te maken en toe te dienen.

Momenteel kan in sommige softwaresystemen wel een contra-indicatie ‘Sonde’ worden aangemaakt. Hieraan is echter nog geen medicatiebewaking gekoppeld. Deze moet handmatig worden uitgevoerd.

Sondes vragen dus om extra aandacht van voorschrijvers en apothekers bij het stellen van de indicatie voor een sonde en het aanpassen van medicatie. Betrek hierbij ook met welk doel de sonde is geplaatst. Ook de verpleging heeft een belangrijke rol bij het signaleren van eventuele problemen. Bij twijfel is een laagdrempelig contact tussen voorschrijver, apotheker en verpleging aangeraden.

Voorkomen Medicatie-Incidenten (VMI)

VMI is hét landelijk meldpunt voor medicatie-incidenten. Zowel zorgorganisaties als individuele zorgverleners kunnen medicatie-incidenten melden. VMI verzamelt en analyseert deze meldingen. De risico’s die VMI signaleert worden teruggegeven aan zorgverleners. Dit gebeurt onder andere via Praktijkprikkels. Wil jij zelf een melding maken? Dat kan via de website van VMI.