Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Wat als zelfredzaamheid stimuleren niet vanzelf gaat?

Gepubliceerd op: 02-02-2026

Zelfredzaamheid stimuleren is belangrijk en urgent. Het helpt cliënten om regie te houden over hun eigen leven, langer zelfstandig te blijven en achteruitgang te voorkomen. Ook zorgt het ervoor dat professionele zorg beschikbaar blijft voor mensen die die zorg echt nodig hebben, zeker in tijden van personeelstekorten.

In de dagelijkse praktijk is het niet altijd eenvoudig om zelfredzaamheid te stimulieren. Zorgverleners komen situaties tegen waarin cliënten of naasten niet willen of durven, collega’s uit betrokkenheid taken overnemen of teams verschillend werken. Hoe ga je daarmee om? 

Voor dit artikel doken we in de interviews uit de portrettenreeks Reablement, waarin elf zorgverleners vertellen hoe zij werken met ‘de handen op de rug’. We analyseerden hun ervaringen en spraken drie van hen anderhalf jaar later opnieuw. Hun inzichten en tips hebben we gebundeld rond vier veelvoorkomende uitdagingen.

Uitdaging 1: Zorgverleners nemen (onbewust) taken over

Zorgverleners nemen soms handelingen over omdat dat sneller lijkt of uit betrokkenheid. Werkdruk en het lastig vinden om iemand te zien worstelen spelen hierbij een rol. Hoewel het op korte termijn tijd kost om iemand iets zelf te laten doen, levert het op de lange termijn juist tijd en zelfstandigheid op. 

Wat kun je als zorgverlener doen?

Sta regelmatig stil bij wat je doet en waarom je het doet. Veel handelingen gaan automatisch, zonder dat je het doorhebt. Het is belangrijk om jezelf af te vragen of de cliënt deze handeling misschien (gedeeltelijk) zelf kan doen. 

Voorbeeld uit de praktijk:

'Ik merkte dat ik automatisch de gordijnen opendeed en het bed opmaakte, terwijl dat niet nodig was. De cliënt kon dit zelf doen en zou dan ook de armen blijven bewegen.'

Probeer eerst te kijken wat er gebeurt voordat je ‘ingrijpt’. Door even niets te doen, zie je beter wat de cliënt zelf kan en wat hij nodig heeft. Soms blijkt dan dat een cliënt meer kan dan je denkt. Door niet meteen te helpen, geef je de cliënt de kans om initiatief te nemen en oplossingen te zoeken.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Ik ging aan tafel zitten toen de cliënt mij thee aanbood. Zo werd duidelijk dat ik het niet zou gaan zetten.'

'Bij het aantrekken van de schoenen hield ik me bewust afzijdig. De cliënt deed het zelf, alleen de veters lukten niet.'

Zelfredzaamheid stimuleren betekent dat je bewust kiest voor een rustiger tempo. Iets zelf laten doen of leren kost in het begin vaak meer tijd dan het overnemen. Stel je hierop in en zie deze tijd als een investering in het vergroten van iemands zelfredzaamheid.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Het kost misschien vijf minuten langer om iemand zelf een broek aan te laten trekken, maar het lukt wel.'

'Ik leg liever rustig uit hoe iets kan, dan dat ik het snel even overneem.'

Uitdaging 2: Cliënten en naasten hebben moeite om zelf (meer) te doen

Cliënten of naasten willen soms (nog) niet alles zelf doen. Dat kan komen door angst, onzekerheid, pijn, of omdat ze niet weten hoe iets moet. Ook speelt mee dat mensen gewend kunnen zijn dat de zorg veel overneemt. Naasten verwachten soms dat de zorg alles regelt, of vinden het zelf te zwaar.

Wat kun je als zorgverlener doen?

Wees oprecht nieuwsgierig naar de reden achter het gedrag. Luister zonder te oordelen en ga niet in discussie. Probeer te begrijpen wat iemand denkt of voelt. Welke belemmerende overtuigingen zijn er? Vraag bijvoorbeeld: ‘Wat maakt dat u het liever niet zelf doet?’

Voorbeelden uit de praktijk:

'Een cliënt wilde geen automatische medicijndispenser gebruiken. Toen we vroegen waarom, bleek ze bang te zijn dat de zorg dan helemaal zou stoppen. Door hierover te praten, ging ze er toch mee akkoord.'

'Een cliënt was boos omdat hij alleen nog in de stoel wilde slapen. Na doorvragen bleek dat hij pijn had aan zijn rug en stuit.'

Vertel rustig waarom het goed is om dingen zelf te blijven doen. Benoem de voordelen voor de cliënt en wees duidelijk dat het geen onwil is van jouw kant.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Ik leg uit dat zelf dingen doen helpt om langer thuis te blijven wonen en voorkomt dat er later meer zorg nodig is.'

'Bij een cliënt die liever in de rolstoel werd geduwd omdat dat sneller was, leg ik uit dat niet lopen ervoor zorgt dat spieren verslappen en het straks echt niet meer lukt.'

Laat cliënten in kleine stappen oefenen en geef complimenten als iets lukt. Dat vergroot het vertrouwen.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Ik gaf eerst alleen een washandje of vroeg of iemand alleen de armen wilde wassen. Als dat goed ging, breidden we het uit.'

'Na een val was een cliënt erg onzeker. Ik gaf alleen lichte ondersteuning, zoals een hand aanreiken, maar ze kwam zelf overeind. Elk succes benoem ik.'

Maak vanaf het eerste contact helder dat jullie werken aan zelfredzaamheid en eigen regie: de cliënt doet zelf wat kan, met ondersteuning waar nodig. Check of deze boodschap ook terugkomt in folders en op de website van je organisatie.

Bij cliënten die al langer zorg ontvangen, is extra uitleg nodig. Neem de tijd om toe te lichten waarom de aanpak verandert.

Voorbeelden uit de praktijk:

'In het eerste telefoongesprek zeg ik al: wij ondersteunen, maar nemen niet alles over.'

'Op onze website werden verwachtingen gewekt die we niet waarmaakten. Dat heb ik aangekaart; de teksten zijn aangepast.'

Ga met naasten in gesprek over wat zelfredzaamheid oplevert voor de cliënt én voor henzelf: meer vrijheid, minder afhankelijkheid van zorgmomenten en minder verschillende zorgverleners in huis. Let ook op overbelasting.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Ik vroeg wie er vaak langskomt. De dochter kwam wekelijks eten. Ik vroeg of zij kon helpen met de steunkousen. Dat wilde ze graag.'

'Soms onderschatten mantelzorgers hun naaste. Een cliënt werd door de mantelzorger hap voor hap gevoerd, terwijl hij zelfstandig kon eten als de mantelzorger er niet was.'

Uitdaging 3: Het team zit niet op één lijn

Verschillende werkwijzen binnen een team kunnen cliënten in verwarring brengen en spanning veroorzaken tussen collega’s. Sommige zorgverleners vinden het lastig om zelfredzaamheid te stimuleren, uit angst dat dit ten koste gaat van goede zorg. Dit kan ertoe leiden dat cliënten zeggen: 'Die van gisteren deed het wel voor me.'

Wat kun je als zorgverlener doen?

Bespreek in het team hoe jullie omgaan met zelfredzaamheid en leg afspraken per cliënt vast.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Ik schrijf duidelijk in het dossier: alleen de rug wassen, de rest doet meneer zelf.'

'Als een cliënt bij de ene collega wel iets zelf doet en bij de andere niet, bespreken we dat samen.'

Laat collega’s ervaren wat het betekent als alles wordt overgenomen zodat ze beter begrijpen hoe belangrijk zelfredzaamheid is. Leg ook nieuwe collega’s en leerlingen uit waarom jullie zo werken.

Voorbeeld uit de praktijk:

'Tijdens een teamoverleg nam ik alles over van collega’s, zelfs het roeren van hun koffie. Dat leidde tot een goed gesprek over zelfredzaamheid.'

Kijk mee bij collega’s die sterk zijn in het stimuleren van zelfredzaamheid in zijn en benoem kleine successen.

Voorbeeld uit de praktijk:

'We vieren in het team dat een cliënt weer zelf zijn broek aantrekt.'

Uitdaging 4: Onzekerheid of gebrek aan kennis

Sommige zorgverleners vinden het lastig om zelfredzaamheid te stimuleren. Ze weten niet altijd wat ze kunnen zeggen of hoe ze kunnen reageren als een cliënt het er niet mee eens is. Ook is niet iedereen op de hoogte van de beschikbare hulpmiddelen en technologie en hoe je die inzet. Omdat de mogelijkheden snel veranderen en kennis niet in elk team vanzelfsprekend wordt gedeeld, is het soms lastig om deze middelen goed te gebruiken.

Wat kun je als zorgverlener doen?

Je hoeft het niet alleen te doen. Maak gebruik van de kennis van bijvoorbeeld de ergotherapeut, fysiotherapeut of een techcoach. Zij kunnen meedenken over wat mogelijk is voor de cliënt. Ook zijn er online overzichten met praktische oplossingen, zoals de Vilans Hulpmiddelenwijzer. Hier vind je informatie over hulpmiddelen en tips voor dagelijkse handelingen, die je samen met de cliënt kunt verkennen.

Voorbeelden uit de praktijk:

'Een cliënt durfde de douchecabine niet meer in. Met hulp van de fysiotherapeut keken we samen welke oplossing passend en veilig was.'

'Een cliënt gaf aan dat hij door een oude blessure iets niet meer kon. Door de ergotherapeut in te schakelen, ontdekten we wat er toch nog wél mogelijk was.'

Organiseer korte kennissessies of bespreek hulpmiddelen tijdens overleg.

Voorbeeld uit de praktijk:

'De maatschappelijk werker gaf een korte presentatie over technologische hulpmiddelen en hoe je via de Wmo een buddy kunt inzetten.'

Niet elk hulpmiddel past bij iedere cliënt. Probeer iets uit, kijk hoe het werkt en bespreek je ervaringen met collega’s. Op www.hulpmiddelenwijzer.nl vind je een overzicht van hulpmiddelen en praktische tips van ergotherapeuten voor dagelijkse activiteiten.

Voorbeeld uit de praktijk:

'Wat bij de ene cliënt niet werkt, kan voor een ander juist de oplossing zijn. Blijf open om te blijven proberen.'