3 tips om betekenisvolle activiteiten te behouden bij verhuizing naar verpleeghuis
Gepubliceerd op: 19-02-2026
Laat je mensen met dementie ‘eerst een paar weken wennen’ in het verpleeghuis? Dan kunnen ze hun gewoonten en routines al kwijt zijn. Dat doet iets met hun kwaliteit van leven. Aandacht hebben voor behoud van betekenisvolle activiteiten bij de verhuizing naar het verpleeghuis is belangrijk. In dit artikel ontdek je 3 tips om hier meer aandacht voor te hebben.
Belangrijke activiteiten voor mensen met dementie worden 'betekenisvolle activiteiten' genoemd. Uit het promotieonderzoek van Mari Groenendaal (lees hier meer over in het kader ‘Over het onderzoek’) blijkt dat deze activiteiten bijdragen aan een betere kwaliteit van leven én aan persoonlijkere zorg. Mensen voelen zich beter door plezier te hebben en actief bezig te zijn. Of door het gevoel van waarde te zijn, bij te dragen en eigen regie te hebben. Ook het gevoel van contact houden en betrokken te zijn bij anderen en het leven is belangrijk. Ontdek de 3 tips om hier meer aandacht voor te hebben.
Tip 1: Breng de betekenisvolle activiteiten in kaart vóór de verhuizing
Je brengt in kaart welke activiteiten echt van betekenis zijn voor de persoon met dementie vóór diegene verhuist naar het verpleeghuis.
‘Zorgprofessionals zijn al gewend om te vragen naar de activiteiten van een persoon. Een kleine stap is om naar de betekenis te vragen. De activiteit kan veranderen, de achterliggende behoefte aan wat iemand belangrijk vindt niet’, licht Mari toe. Naast haar promotieonderzoek coördineerde ze als lecturer-practitioner onderzoek, kennisverspreiding en kenniscreatie binnen WoonZorgcentra Haaglanden (WZH).
Voorbeeld betekenisvolle activiteit
Kijken naar wat een activiteit betekent voor de persoon begint met kijken wat de gewoonten en routines zijn en daarop doorvragen.
‘Iemand gaf bijvoorbeeld aan graag naar de bingo te gaan. Bij doorvragen bleek het niet om het spelletje te gaan, maar om anderen te ontmoeten en te kletsen. Het gaat dus over wat iemand bij de activiteit ervaart. Lukt bingo niet meer, dan is het heel belangrijk dat hij met andere mensen is. Daar kan je andere activiteiten op bedenken. Zo geef je meer persoonlijke zorg en ook passende zorg.’
De sociale en fysieke omgeving spelen ook een rol bij inzicht krijgen in de betekenisvolle activiteiten. Dit gaat over wie er allemaal betrokken zijn: naasten, zorgverleners, de casemanager. En waar iemand nu woont. Hoe ziet die plek eruit? Hoe doet iemand alles thuis? Welke rol had iemand? Dit breng je ook allemaal in kaart.
Iemand gaf bijvoorbeeld aan graag naar de bingo te gaan. Bij doorvragen bleek het niet om het spelletje te gaan, maar om anderen te ontmoeten en te kletsen.
Mari Groenendaal, lecturer-practitioner
Lees voor meer informatie ook de Tips om betekenisvolle activiteiten te behouden en het praktijkverhaal Laat bewoners activiteiten doen die ze belangrijk vinden.
Tip 2. Werk samen met naasten en de persoon zelf
Naasten kunnen helpen bij het in kaart brengen van deze activiteiten en na een tijdje evalueren hoe het gaat. Denk bij naasten aan familieleden, maar bijvoorbeeld ook aan buren.
Mari geeft aan dat verpleeghuizen meestal met de eerstverantwoordelijke contactpersoon al het contact hebben. Als je de sociale omgeving van iemand al vanaf het begin kent, dan kun je ook andere mensen betrekken en krijg je een breder beeld.
‘Familie kun je adviseren over wat wel of niet mee te nemen naar het verpleeghuis en wat belangrijk is voor de persoon met dementie. Betrek ook de persoon met dementie er zelf bij. Dat geeft diegene meer eigen regie en een gevoel zich gezien en gehoord te voelen.’
Betrek ook de persoon met dementie er zelf bij. Dat geeft diegene meer eigen regie en een gevoel zich gezien en gehoord te voelen.
Mari Groenendaal, lecturer-practitioner
Tip 3. Wissel informatie over betekenisvolle activiteiten uit
Informatie goed uitwisselen is belangrijk voor binnen het verpleeghuis of tussen verpleeghuizen, bij de dagactiviteiten en thuis. Dit kan niet altijd via het Elektronisch Cliëntendossier (ECD). Het is daarom belangrijk dat hulpverleners met elkaar informatie uitwisselen. Denk aan casemanagers, zorg- en welzijnsmedewerkers, behandelaren en therapeuten. In het ‘Thuis bij WZH’-programma werkt dat goed. In dit programma bezoeken een zorgmedewerker en ergotherapeut de bewoner voor de verhuizing thuis.
Ook op andere manieren kan informatie uitgewisseld worden over de betekenisvolle activiteiten. De casemanager kan bijvoorbeeld de medewerker informeren die in het verpleeghuis werkt. En andersom: de verpleeghuismedewerker denkt er ook aan om informatie op te halen bij de casemanager. Of een ergotherapeut is bijvoorbeeld bij iemand thuis geweest en heeft een goed beeld gekregen van wie de persoon is. Wordt die informatie gedeeld, dan weet je in het verpleeghuis waarom iemand mogelijk ’s nachts wakker wordt. Dat hoef je niet meer opnieuw te achterhalen. ‘Zo bied je ook meer persoonsgerichte zorg en een betere kwaliteit van leven.’
Financiële vergoeding
Financiële vergoeding is vaak ingewikkeld voor goede zorg in de overgangsfase waar behoud van betekenisvolle activiteiten bij hoort. Dit heet transitiezorg. Soms is er voor een deel vergoeding mogelijk, maar meestal wordt het georganiseerd en betaald door zorgorganisaties.
Over het onderzoek
Mari Groenendaal richtte haar promotieonderzoek bij het Universitair Netwerk voor de Care sector Zuid-Holland (UNC-ZH) op het behoud van betekenisvolle activiteiten voor mensen met dementie. Vooral bij de verhuizing van thuis naar het verpleeghuis en daarna. Daar was nog weinig bekend over en wel behoefte aan. De 3 tips voor zorgprofessionals en welzijnsmedewerkers volgen uit dit onderzoek. Lees meer over het onderzoek op de website van UNC-ZH.