Toon zoekbalkToon menu

Kennisplein voor verpleging, verzorging, zorg thuis en eerste lijn
Dementie

Dwangmatig handelen bij thuiswonende mensen met dementie

Iemand met een dwangstoornis heeft last van dwanggedachten en dwangmatige handelingen die iemand steeds op dezelfde speciale manier moet uitvoeren, bijvoorbeeld alles steeds controleren of schoonmaken. Lees aan de hand van de praktijksituatie wat jij als zorgverlener in de wijk kunt doen voor mensen die last hebben van deze stoornis.

Praktijksituatie

Mevrouw Peters (75 jaar) legt haar trap vol met spullen volgens een bepaalde volgorde en is voortdurend in de weer om deze te herordenen. Ze kan er nog net langs. Na een heupoperatie is ze slecht ter been en is het moeilijker geworden om haar spullen op de trap neer te leggen. Van deze situatie wordt ze heel onrustig. Sinds kort is er beginnende Alzheimer bij haar geconstateerd.

Wat is een obsessief-compulsieve stoornis?

Kenmerken van een obsessief-compulsieve stoornis (OCS) zijn dwangmatige gedachten (obsessies) en dwangmatige handelingen (compulsies). Dwangmatige handelingen worden ook wel rituelen genoemd. De basis van deze stoornis ligt in het idee dat dwanggedachten als het ware geneutraliseerd moeten worden met herhalende handelingen. De angst, spanning en stress die het gevolg zijn van dwanggedachten, moeten door deze handelingen voorkomen worden. De handelingen hebben een (tijdelijk) geruststellend effect. In een ernstige vorm van OCS kan de cliënt uitgeput raken.

Welke vragen kun je stellen?

Richtinggevende vragen voor de wijkverpleegkundige die helpen duidelijk te krijgen of er sprake is van dwanghandelingen:

  • Is er een patroon te herkennen in het dwangmatig handelen?
  • Zijn er uitlokkende factoren voor het dwangmatig handelen? Bevestigen naasten het optreden van dwangmatig handelen?
  • Wat zijn de gevolgen van de dwanghandelingen op levensgebieden als werk, vrije tijd, lichamelijk functioneren, psychisch en cognitief functioneren?
  • Kent de cliënt manieren om het dwangmatig handelen te verminderen? Is er naast dwanghandelingen ook sprake van een depressie? Dit komt vaak samen voor.

Meten van dwangmatig handelen

Omdat dwanghandelingen vaak veroorzaakt worden door angst is het van belang om angst te meten. Angst kun je meten via de HADS-A (Hospital Anxiety and Depression Scale – Anxiety subscale, Zigmond & Snaith (1983). De HADS-A (pdf) is een vragenlijst met uitspraken van mensen die zichzelf beschrijven. De test bestaat uit 7 uitspraken waarop de cliënt reageert door een cijfer te geven dat aangeeft hoe de cliënt zich de afgelopen vier weken heeft gevoeld. De obsessief-compulsieve stoornis staat ook beschreven in de DSM-V. 

Behandelen dwangmatig handelen

In de richtlijnen database van de Nederlandse Federatie Medisch Specialisten staat de richtlijn Angststoornissen (specifiek OCS). Deze beveelt drie soorten behandelingen aan. Deze behandelingen worden door een (huis)arts of eerstelijns psycholoog gedaan. Als wijkverpleegkundige moet je bij het observeren van mogelijke dwanghandelingen dus verwijzen naar de huisarts.

Interventie Exposure in vivo

Bij deze interventie wordt de cliënt blootgesteld aan reële situaties die angst en dwanghandelingen oproepen. Deze interventie is in dit geval niet passend.

Cognitieve therapie

Dit zijn interventies die zich richten op het verminderen van de overschatting van risico's en gevaren. Bijvoorbeeld vrees voor besmetting met ziektekiemen. Bij behandeling met exposure wordt de cliënt blootgesteld aan de gevreesde situatie, waardoor de angst kan verdwijnen. De cliënt leert om zijn gedachtepatronen te relativeren en kan zo beter omgaan met voor hem angstige situaties.

Medicatie - verwijzing huisarts

  • selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's)
  • het tricyclische antidepressivum clomipramine

Wat kun je als zorgverlener doen?

  • Probeer uit te vinden waardoor de cliënt zich kan ontspannen
  • Vraag de naaste op welke wijze de cliënt zich het beste afgeleid voelt en pas je advies daar op aan.
  • Adviseer te sporten, wandelen of te fietsen.
  • Bevorder regelmatige rustperioden wanneer de cliënt zich vaak gestrest voelt.
  • Adviseer de cliënt om met een dierbare over zijn probleem te praten.
  • Praat met de naaste over de gevolgen van de dwanghandelingen voor de naaste zelf.
  • Verwijs voor nader onderzoek naar de huisarts.

Meer informatie

Bron

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Reageer op deze pagina

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]





Cookies op de website van Zorg voor Beter

Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer