Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Goed in gesprek

Werkvormen voor reflectie en intervisie

Er zijn verschillende werkvormen voor reflectie en intervisie. Die werkvormen zijn te gebruiken om meer structuur en diepgang te geven aan de diverse reflectiemomenten die mogelijk zijn in het werk. Alle werkvormen helpen bij het stoom afblazen, energie opdoen en het leren uit ervaringen en van elkaar. Voorbeelden van werkvormen:

Drie woorden

Stap 1. Vraag stellen
Bedenk van tevoren een goede vraag en schrijf deze op de flap. Geef aan dat je wilt dat men in drie woorden antwoord formuleert.
Stap 2. Bedenktijd geven
Associatieve denkers hebben vaak meteen hun antwoord klaar. Door enkele minuten bedenktijd te geven krijgen de reactieve denkers ook de gelegenheid om een antwoord te formuleren en voor zichzelf op te schrijven.
Stap 3. Kort van gedachten laten wisselen (optioneel, kan eventueel worden overgeslagen)
Voordeel: ieder heeft al wat gezegd/uitgewisseld, praten in de groep is dan makkelijker. Daarnaast is al uitgewisseld en de kans is kleiner dat iemand veel tijd vraagt voor een eigen punt.
Stap 4. Woord laten nemen
Nodig een van de deelnemers uit om als eerste zijn drie woorden te geven. Indien de tijd het toelaat kun je hem vragen één woord te kiezen (of kies zelf een van de drie woorden) om nader toe te lichten. Vraag vervolgens deze persoon om het woord door te geven aan iemand anders. Overweeg of je iedereen wilt terug horen. Na drie of vier beurten kun je vragen of iemand nog iets heel anders wil toevoegen aan de evaluatie. 

Cijfer geven

Stap 1. Opdracht geven
Leg uit waar je op wilt terugblikken, bijvoorbeeld het functioneren, een activiteit of een ervaring. Vraag de medewerker hiervoor een cijfer te geven (van 1 tot en met 10).
Stap 2. Cijfer laten geven
Nodig uit om het cijfer toe te lichten en vraag hierop door. Zeg bijvoorbeeld: ‘Je hebt een 8 gegeven, waar zit dat in?’ en ‘Het is geen 10, wat had er moeten gebeuren om er een hoger cijfer van te maken?’. Gebruik je de werkvorm in de groep, geef dan nog twee of drie andere personen het woord om hun cijfer toe te lichten En vraag ten slotte of iemand nog iets wil zeggen dat nog niet is gezegd. Gaat het om een cijfer voor bijvoorbeeld ieders bijdrage in de situatie, dan kun je beslissen om iedereen het woord te geven.
Stap 3. Geef zelf een cijfer (indien aan de orde)
Stap 4. Verdere gesprek voeren
Vat de gedachtenwisseling op basis van de cijfers samen en diep enkele argumenten uit.

Tops en tips van de dag of van de week

Stap 1. Introductie
Introduceer in het kort wat de bedoeling is. Schrijf je tip op een geeltje. Schrijf ook een top op een geeltje. Tips en tops: tip = kan beter, top = prima zo!
Stap 2. Tips en tops opschrijven
Medewerkers schrijven hun bevinding op een geeltje.
Stap 3. Tips en tops inventariseren
Vraag ieder hun tips en tops te vertellen. Plak ze op een flap. Mensen mogen een verhelderende vraag stellen.. Zorg dat iedereen aan bod komt.
Stap 4Samenvatten opbrengst
Vat zelf de belangrijkste inzichten samen of vraag iemand uit de groep dit te laten doen. Benoem eventueel het vervolg op de bevindingen, wat pak je op. Vraag de medewerkers ook wat ze met hun bevinding gaan doen.

Voor meer uitleg over deze werkvormen en informatie over andere werkvormen, zie Eenvoudige werkvormen (pdf)

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]