RSS 2.0
Home Thema's Vrijheidsbeperking Voor de organisatie Veelgestelde vragen: Wet zorg en dwang

Vrijheidsbeperking

Veelgestelde vragen: Wet zorg en dwang

De Wet zorg en dwang gaat per 1 januari 2020 in. Deze wet beschermt cliënten met dementie tegen onvrijwillige zorg. Het uitgangspunt van de Wet zorg en dwang is 'Nee, tenzij'. Dat wil zeggen dat vrijheidsbeperking, of 'onvrijwillige zorg' zoals het in deze wet heet, in principe niet mag worden toegepast, tenzij er sprake is van ernstig nadeel. De Wet zorg en dwang gaat uit van een getrapt zorgmodel, zie stappenplan (pdf). Als het niet lukt om een vrijwillig alternatief te vinden voor de onvrijwillige zorg, wordt er steeds meer (externe) deskundigheid ingeschakeld om mee te denken. Deze nieuwe wet vervangt de huidige Wet Bopz en geldt voor instellingen én zorg thuis.

Van zorgprofessionals wordt verwacht dat zij op de hoogte zijn van de Wet zorg en dwang. Lees hier de antwoorden van Vilans op veelgestelde vragen. De komende weken worden de vragen én antwoorden aangevuld!


Voor wie geldt de Wet zorg en dwang (WZD)?

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de Bopz en de WZD?

De WZD gaat de Bopz vervangen. De WZD stelt de cliënt centraal en is cliëntvolgend. Dit betekent bijvoorbeeld dat onvrijwillige zorg kan worden toegepast op de plek waar de cliënt zich bevindt, zoals op de dagbehandeling of tijdens de dagbesteding. Daarnaast geeft de wet aandacht aan het recht op vrijheid van de cliënt. Dit houdt in dat u zorg verleent waar de cliënt mee instemt en dat u alleen een vrijheidsbeperkende maatregel (in de WZD ‘onvrijwillige zorg’) inzet als het echt niet anders kan.

 


Voor wie geldt de WZD?

De WZD geldt voor cliënten met een verstandelijke beperking of dementie als:

  • een ter zake deskundige arts heeft vastgesteld dat zij professionele zorg nodig hebben om ernstig nadeel te voorkomen

OF

  • als zij van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) een indicatie hebben ontvangen voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz).

De WZD geldt niet voor cliënten met een verstandelijke beperking of dementie die verblijven in een justitiële jeugdinrichting, penitentiaire inrichting (gevangenis of huis van bewaring) of tbs-inrichting.


Wat betekent ernstig nadeel?

In de WZD betekent ernstig nadeel dat:

  • de cliënt zichzelf of anderen in levensgevaar brengt, ernstig lichamelijk letsel toebrengt, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade toebrengt, ernstig verwaarloost of ‘maatschappelijk ten onder gaat’, of als zijn eigen ontwikkeling ernstig verstoord is of hij andermans ontwikkeling ernstig verstoort;
  • de veiligheid van de cliënt bedreigd wordt, al dan niet onder invloed van een ander;
  • het gedrag van de cliënt zo hinderlijk is dat het agressie van anderen oproept;
  • de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Geldt de WZD als een cliënt Wmo-ondersteuning krijgt?

Als een terzake deskundig arts (bijvoorbeeld een arts voor verstandelijk gehandicapten of specialist ouderengeneeskunde) heeft vastgesteld dat er sprake is van een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening en de cliënt zorg of ondersteuning nodig heeft, dan komt deze cliënt ook onder de reikwijdte van de WZD te vallen, mits er onvrijwillige zorg verleend wordt. Dit betekent dat naast Wlz-zorg ook ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) onder de reikwijdte van de wet kan komen te vallen.


Waar geldt de WZD?

De WZD geldt overal waar cliënten met onvrijwillige zorg te maken kunnen krijgen:

  • in zorgaccommodaties waarin mensen met een verstandelijke beperking of mensen met dementie zorg krijgen, wonen of tijdelijk verblijven;
  • bij ambulante zorg, dus bij mensen thuis, maar bijvoorbeeld ook in kleinschalige wooninitiatieven of in aanleunwoningen.

Ter illustratie geven we een paar voorbeelden van ambulante zorg waarbij de WZD van toepassing is. Een cliënt krijgt (tegen zijn zin in) hulp of begeleiding bij:

  • persoonlijke verzorging, omdat hij zichzelf anders ernstig zou verwaarlozen;
  • de financiën, omdat hij onverantwoorde uitgaven doet en grote schulden heeft of dreigt te krijgen;
  • het huishouden, om te voorkomen dat het huis onleefbaar wordt;
  • de opvoeding van zijn kinderen, om te waarborgen dat zij een veilig thuis hebben en zich goed kunnen ontwikkelen.
  • het reguleren van zijn gedrag, om te voorkomen dat zijn gedrag agressie bij anderen uitlokt.

Wanneer gaat de WZD in?

Op 23 januari heeft de Eerste Kamer ingestemd met de WZD. De WZD gaat in op 1 januari 2020.


Onvrijwillige zorg

Wat is onvrijwillige zorg?

Er is sprake van onvrijwillige zorg als een cliënt of zijn vertegenwoordiger zich verzet tegen:

  • toedienen vocht, voeding en medicatie, medische handelingen vanwege de verstandelijke beperking of dementie, of behandelingen vanwege een lichamelijke ziekte;
  • beperking van bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op middelen die het gedrag beïnvloeden en op gevaarlijke voorwerpen;
  • controle op de aanwezigheid van middelen die het gedrag beïnvloeden;
  • beperking van vrijheid om het eigen leven in te richten, waardoor de cliënt iets moet doen of laten;
  • beperking in het recht op het ontvangen van bezoek.

NB Fixatie en insluiting zijn nooit toegestaan bij ambulante zorg, ook niet via het doorlopen van het stappenplan. Dit moet nog nader worden vastgesteld in een uitwerking van de wet en kan mogelijk nog veranderen.
 

Zorgplan

Als de cliënt of zijn vertegenwoordiger (als de cliënt ter zake wilsonbekwaam is) wel instemt, kunnen deze maatregelen als zorg in het zorgplan opgenomen worden zonder het stappenplan te doorlopen. Verzet de cliënt of de vertegenwoordiger zich vervolgens alsnog tijdens de uitvoering? Dan moet de zorgorganisatie alsnog het stappenplan doorlopen, voordat besloten kan worden om de zorg tegen de wil van de cliënt of vertegenwoordiger toe te mogen passen.
 

Uitzonderingen

Er zijn 3 vormen van zorg waarvoor het stappenplan altijd verplicht is:

  • medicatie die het gedrag of de bewegingsvrijheid beïnvloedt en niet volgens de professionele richtlijnen wordt voorgeschreven. Dat betekent: als de medicatie wordt voorgeschreven om een cliënt rustig te houden;
  • beperking van de bewegingsvrijheid door bijvoorbeeld fixatie;
  • of insluiting.

Wat zijn alternatieven?

Alternatieven zijn minder ingrijpende maatregelen, in het kader van het criterium subsidiariteit. Zie onze Alternatievenbundel Vrijheidsbeperking (pdf) voor voorbeelden. Als een alternatief wordt ingezet en de cliënt verzet zich daartegen, is alsnog sprake van onvrijwillige zorg.


Vallen domotica ook onder onvrijwillige zorg?

Domotica zijn technische hulpmiddelen in huis of de instelling. Ondersteunende domotica, zoals automatische verlichting en huishoudelijke apparatuur die zelf in- en uitschakelt, vallen niet onder onvrijwillige zorg. Toezichthoudende domotica, zoals uitluistersystemen, camerabewaking en bewegingssensoren, vallen onder onvrijwillige zorg als de cliënt of vertegenwoordiger zich er tegen verzet.


Werken met de Wet zorg en dwang

Moet het stappenplan dwingend doorlopen worden bij elke onvrijwillige zorg?

Het stappenplan is verplicht als:

  • de zorg in het zorgplan niet voldoende is om ernstig nadeel te voorkomen of te beperken én
  • de cliënt of de vertegenwoordiger zich verzet tegen onvrijwillige zorg in het zorgplan, óf
  • als de zorgverantwoordelijke beperking van de bewegingsvrijheid overweegt, insluiten of medicatie die van invloed is op het gedrag of de bewegingsvrijheid buiten de professionele richtlijnen.

Hoe werkt de WZD in de thuiszorg?

De WZD kan ook van toepassing zijn in de thuiszorg. Dit is echter nog niet in de huidige versie van de wet geregeld. De ambulante zorg wordt geregeld in een uitwerking van de wet, die nu ter internetconsultatie is aangeboden. Pas als de Tweede Kamer en de Eerste Kamer met de inhoud hebben ingestemd, mag onvrijwillige zorg ook buiten accommodaties worden toegepast. De zorgaanbieder moet dan een zorgverantwoordelijke aanwijzen die het zorgplan opstelt. Als vrijwillige zorg niet volstaat om ernstig nadeel te voorkomen, moet de zorgverantwoordelijke het stappenplan volgen.


Wie is de cliëntenvertrouwenspersoon?

De cliëntenvertrouwenspersoon heeft aantoonbare ervaring met de specifieke zorgbehoeften van cliënten met een verstandelijke beperking of dementie en met het herkennen van hun problemen. Ook kent hij de rechten van cliënten die tegen hun wil zorg krijgen. De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de WZD-arts, de zorgverantwoordelijke en het CIZ. Tijdens het debat op 15 en 16 januari 2018 in de Eerste Kamer heeft minister De Jonge de toezegging gedaan dat er landelijke financiering komt voor deze functionaris. Daarnaast gaat hij samen met het veld op zoek naar een passende organisatiestructuur. ‘Ook gaan de functieomschrijving en kwaliteitseisen die op dit moment worden ontwikkeld in een project “doorontwikkeling cliëntenvertrouwenspersonen in de wet Zorg en dwang” als landelijk uitgangspunt gelden voor alle cliëntenvertrouwenspersonen,’ aldus de minister.


Wie is de zorgverantwoordelijke en wat is zijn taak?

De zorgverantwoordelijke is voorlopig voor de VG een mbo-4 opgeleide begeleider en voor PG een mbo-3 opgeleide verzorgende. Mits ze opgeleid zijn voor het opstellen en coördineren van zorgplannen. De zorgverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:

  • de opstelling van een zorgplan waar de cliënt mee instemt;
  • de aanpassing van het zorgplan volgens het stappenplan als de opgenomen vrijwillige zorg niet volstaat om ernstig nadeel te voorkomen;
  • het geven van toestemming als er een situatie ontstaat waarin onvrijwillige zorg voor de eerste keer wordt toegepast;
  • schriftelijk toestemming geven voor onvrijwillige zorg in een onvoorziene situatie;
  • nauw overleg voeren met de verschillende deskundigen, waaronder ook de WZD-arts;
  • de afbouw van de onvrijwillige zorg, zo nodig met advies van een externe deskundige.

Hoe verhouden de vertrouwenspersoon en klachtenfunctionaris zich tot elkaar?

De cliëntenvertrouwenspersoon mag niet dezelfde persoon zijn als de klachtenfunctionaris. Dit is in de recente Algemene Maatregel van bestuur vastgelegd, waar de Tweede en de Eerste Kamer nog over moeten stemmen. Een klachtenfunctionaris bemiddelt tussen klager en zorgaanbieder, een cliëntenvertrouwenspersoon gaat onvoorwaardelijk naast de cliënt staan. Bovendien is de cliëntvertrouwenspersoon niet in dienst van de zorgaanbieder.


Moet er getekend worden voor het toepassen van onvrijwillige zorg?

Dit is niet nodig, maar de toepassing ervan moet wel goed genoteerd en gedocumenteerd worden in het zorgplan van de cliënt.


Overgang Bopz naar Wet zorg en dwang

Wat gebeurt er met de Bopz-aanmerkingen van instellingen als de WZD ingaat?

Na inwerkingtreding van de WZD worden alle zorgaanbieders die onvrijwillige zorg verlenen vermeld in een openbaar register. Verpleeghuizen, verpleeghuisafdelingen en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking met een Bopz-aanmerking worden ambtshalve opgenomen in het register. De instelling hoeft voor dit laatste niets te doen.


Hoe verloopt de overgang van Bopz naar WZD?
  • Cliënten die al op grond van de Wet Bopz zijn opgenomen, moeten uiterlijk binnen 6 maanden een zorgplan krijgen dat volgens de WZD is opgesteld. Zolang dat nieuwe zorgplan er niet is, blijft de Wet Bopz van toepassing op die cliënten.
  • Een opname op grond van artikel 60 Wet Bopz wordt gelijkgesteld aan een opname op grond van artikel 21 WZD.
  • Instellingen en afdelingen met een Bopz-aanmerking worden ambtshalve opgenomen in het WZD-register.

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]



 Security code

Reacties

Tineke 27/3/2018

Heb een praktische vraag (voorbeeld): Huis met verstandelijk beperkten krijgen 's nachts zorg m.b.v.. domotica.
1 van de bewoners is het hier niet mee eens.
Hoe werkbaar is dit?
(ben ouder van dochter met verstandelijke beperking)