Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Vrijheidsbeperking

Wie doet wat bij onvrijwillige zorg?

In de Wet zorg en dwang zijn er de volgende rollen en taken van zorgverleners beschreven.

Taak van zorgverantwoordelijke

De zorgverantwoordelijke is voor de voor de ouderenzorg minimaal een mbo-3 opgeleide verzorgende (mits ze opgeleid is voor het opstellen en coördineren van zorgplannen) en voor de verstandelijk gehandicaptenzorg minimaal een mbo-4 opgeleide begeleider. Een instelling kan zelf beslissen of de zorgverantwoordelijke een hoger opgeleide professional is, bijvoorbeeld bij complexe clientgroepen. De zorgverantwoordelijke is verantwoordelijk voor:
  • de opstelling van een zorgplan waar de cliënt mee instemt;
  • de aanpassing van het zorgplan volgens het stappenplan als de opgenomen vrijwillige zorg niet volstaat om ernstig nadeel te voorkomen;
  • het geven van toestemming als er een situatie ontstaat waarin onvrijwillige zorg voor de eerste keer wordt toegepast;
  • schriftelijk toestemming geven voor onvrijwillige zorg in een onvoorziene situatie;
  • nauw overleg voeren met de verschillende deskundigen, waaronder ook de Wzd-arts;
  • de afbouw van de onvrijwillige zorg, zo nodig met advies van een externe deskundige.

Extern deskundige

In de Algemene Maatregel van Bestuur over ambulante onvrijwilige zorg (gepubliceerd in juli 2018) wordt een verdere invulling gegeven aan het begrip ‘externe deskundige’. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de externe deskundige voor de ouderenzorg en voor de verstandelijk gehandicaptenzorg.
Voor de ouderenzorg kan de externe deskundige zijn:

  • Specialist Ouderengeneeskunde,
  • psychiater,
  • gezondheidszorgpsycholoog
  • verpleegkundige.

Voor de gehandicaptenzorg is dat:

  • Arts Verstandelijk Gehandicapten,
  • psychiater, 
  • orthopedagoog of
  • verpleegkundige.

De externe deskundige heeft aantoonbare ervaring met voorkomen en afbouw van onvrijwillige zorg en is niet in dienst van of betrokken bij de zorgorganisatie van de cliënt of betrokken bij diens zorg.

De cliëntenvertrouwenspersoon

De cliëntenvertrouwenspersoon heeft aantoonbare ervaring met de specifieke zorgbehoeften van cliënten met een verstandelijke beperking of dementie en met het herkennen van hun problemen. Ook kent hij de rechten van cliënten die tegen hun wil zorg krijgen. De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de Wzd-arts, de zorgverantwoordelijke en het CIZ. Tijdens het debat op 15 en 16 januari 2018 in de Eerste Kamer heeft minister De Jonge de toezegging gedaan dat er landelijke financiering komt voor deze functionaris. Daarnaast gaat hij samen met het veld op zoek naar een passende organisatiestructuur. ‘Ook gaan de functieomschrijving en kwaliteitseisen die op dit moment worden ontwikkeld in een project “doorontwikkeling cliëntenvertrouwenspersonen in de wet Zorg en dwang” als landelijk uitgangspunt gelden voor alle cliëntenvertrouwenspersonen,’ aldus de minister.

Vertrouwenspersoon en klachtenfunctionaris

De cliëntenvertrouwenspersoon kan niet dezelfde persoon zijn als de klachtenfunctionaris. Dit is in de Algemene Maatregel van Bestuur vastgelegd. Een klachtenfunctionaris bemiddelt tussen klager en zorgaanbieder, een cliëntenvertrouwenspersoon gaat onvoorwaardelijk naast de cliënt staan. Bovendien is de cliëntvertrouwenspersoon niet in dienst van de zorgaanbieder.

Bron:

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]