Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer
Home Nieuws Nieuws 2018 juni Drie nieuwe praktijkvragen over medicatie

Medicatieveiligheid

Drie nieuwe praktijkvragen over medicatie // 27/06/2018

Nu ouderen met dementie langer thuis blijven wonen, krijgen zorgmedewerkers te maken met nieuwe vragen over medicatieveiligheid in de thuissituatie en dagbesteding. Antoinette Bolscher, voorzitter van Platform Medicatieveiligheid en expert van Zorg voor Beter, geeft antwoord op 3 nieuwe veelgestelde vragen over medicatie.

1) Wat is de juiste volgorde in de handelingen van toedienen en aftekenen?

In de Veilige principes staat: ‘De zorgmedewerker tekent af als de medicatie is toegediend. De zorgmedewerker verantwoordt als de medicatie niet is toegediend of ingenomen.’ Het principe is dus: aftekenen NA controleren en toedienen. In de praktijk gebeurt het echter ook zo: controleren van de medicatie aan de hand van de toedienlijst, per gecontroleerd medicijn aftekenen, en dan direct alle medicatie tegelijk toedienen. Als een cliënt dan om een of andere reden een medicijn niet inneemt, wordt het paraaf op de toedienlijst doorgestreept of weggelakt met vermelding van een code dat de medicatie niet is ingenomen. Mag dat?

Antwoord Platform Medicatieveiligheid:

Het gaat om de bedoeling: de medicatie moet worden gecontroleerd en toegediend aan de hand van de toedienlijst. De aftekening maakt duidelijk DAT de medicatie IS toegediend. Controle, toedienen en aftekenen moet in één handelingsmoment gebeuren, door één persoon (en zo nodig dubbele controle door 2e persoon). Dus niet: vooraf alles voor iedereen aftekenen en dan toedienen.

Op welk moment (in dat ene moment van controle, toedienen, aftekenen) je het aftekenen nu precies doet, voor of na het toedienen, is aan de professional. Als je aftekent vóór het toedienen, en de cliënt neemt de medicatie niet in, dan moet je afgesproken hebben hoe je dat dan verantwoordt op de toedienlijst. Bijvoorbeeld een rood kruis door paraaf. Dat is aan de organisatie om te bepalen. Belangrijk blijft wel dat de paraaf zichtbaar blijft van wie de handeling heeft gedaan: wie heeft afgetekend en wie heeft aangegeven dat de medicatie niet is ingenomen.

Bij toedienen en aftekenen van medicatie is het onderscheid belangrijk in de volgende 3 handelingen. Het is belangrijk dat een organisatie afspreekt hoe in de verschillende situaties wordt afgetekend:
  1. Onbewust niet toegediend (vergeten): hier ontbreekt een paraaf.
  2. Bewust niet toegediend (weigering, bijvoorbeeld bij misselijkheid of braken): mogelijke vorm om af te tekenen: paraaf, rood kruis er doorheen.
  3. Bewust wel toegediend: paraaf.

Terug naar boven

2) Hoe om te gaan met medicatie op dagbesteding?

Antwoord Platform Medicatieveiligheid:

Dagbesteding betreft een steeds groter wordende groep. In ieder geval geldt ook hier dat de medicatiezorg veilig moet zijn. De situaties van dagbesteding zijn zeer divers en er zal dan ook ‘op maat’ van de lokaties beleid moeten zijn. Ook op dagbesteding is medicatieveiligheid belangrijk. Cliënten moeten veilige zorg krijgen en medewerkers moeten veilig kunnen werken. Daarvoor zijn op de dagbesteding dezelfde gegevens nodig als thuis of in het verpleeghuis voor het toedienen van medicatie.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Uitgangspunt is dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor de medicatie, tenzij hij dat niet kan. Voor de beoordeling daarvan en voor het zo nodig overnemen van medicatiebeheer ligt er een verantwoordelijkheid bij zowel degene die de dagelijkse zorg verleent (voor cliënt naar dagbesteding gaat: bijvoorbeeld thuiszorg, intramurale zorg, ouders) als bij de medewerkers van dagbesteding.
  • Degenen die de dagelijkse zorg verlenen zijn verantwoordelijk voor een goede overdracht aan dagbesteding. Zij moeten de juiste informatie doorgeven aan dagbesteding. Daarbij hoort het zorgen voor een toedienlijst en deze geven aan de dagbesteding.
  • Medewerkers van de dagbesteding zijn verantwoordelijk voor goede medicatiezorg op de dagbesteding. Zij moeten vragen aan dagelijkse zorgverleners: welke informatie hebben wij nodig?
De toedienlijst voor de dagbesteding blijkt in de praktijk vaak een probleem. De apotheker weet vaak niet dat die (extra) toedienlijst nodig is. Daarom is het belangrijk dat de dagelijkse zorgverlener hierover overlegt met de apotheker en uitlegt waarom de toedienlijst nodig is en dat medicatie in GDS (baxter) de voorkeur verdient. Het Platform medicatieveiligheid ontwikkelt een folder die kan helpen bij het gesprek hierover.

Terug naar boven

3) Mag een professional in voorkomende situaties medicatie van de cliënt achter slot en grendel opbergen bij cliënten thuis met (beginnende) dementie?

Met het langer zelfstandig thuis wonen, komt de vraag op naar veilig medicatiebeheer thuis. Er zijn situaties waarin het het beste lijkt om thuis medicatie afgesloten voor de cliënt op te bergen, mag dat?

Antwoord Platform Medicatieveiligheid:

Een cliënt thuis is in beginsel zelf verantwoordelijk voor opslag en beheer van medicatie. Als de thuiszorg het vanwege de veiligheid nodig vindt dat medicatie achter slot en grendel wordt bewaard, dan moeten zij dat bespreken met de cliënt of zijn vertegenwoordiger. Het is ook belangrijk om dit met de huisarts af te stemmen. De zorgmedewerker (en/of huisarts) bespreekt met de cliënt (en/of vertegenwoordiger) wat de risico’s zijn, waarom afgesloten bewaren in deze situatie veiliger is, waarom de cliënt eventueel bezwaar heeft en hoe die bezwaren mogelijk kunnen worden weggenomen.

Je mag de medicatie afgesloten bewaren als:
  • de cliënt wilsbekwaam is en de cliënt ermee instemt;
  • de cliënt wilsonbekwaam is en de vertegenwoordiger ermee instemt.
Let op: Leg afspraken goed vast in het zorgdossier.

Wet zorg en dwang

Als de cliënt (of vertegenwoordiger) níet wil dat de medicatie afgesloten wordt bewaard, dan is er een andere situatie. Dan wordt de Wet zorg en dwang (Wzd) van belang. De Wzd is ook in thuissituaties van toepassing, als:
  • de cliënt een indicatie heeft voor langdurige zorg (met grondslag pg of vg) of
  • een arts heeft vastgesteld dat de cliënt, wegens een psychogeriatrische-stoornis of verstandelijke beperking, zorg nodig heeft in de zin van de Wzd.
Als de cliënt wilsbekwaam is en instemt, dan kan, ook volgens de Wzd, de medicatie achter slot en grendel.
Is de cliënt wilsonbekwaam, dan beslist de vertegenwoordiger:
  • Stemt de vertegenwoordiger in, dan kan de medicatie achter slot en grendel.
  • Stemt de vertegenwoordiger wel in, maar verzet de cliënt zich, dan gelden de regels voor toepassing van onvrijwillige zorg (zie hierna).
  • Stemt de vertegenwoordiger niet in, dan kan de medicatie toch achter slot en grendel, onder de voorwaarde dat de regels voor toepassing van onvrijwillige zorg worden gevolgd.

Regels voor onvrijwillige zorg

Toepassing van regels voor onvrijwillige zorg houdt in dat het afsluiten van medicatie in het zorgplan moet worden opgenomen en dat de zorgverantwoordelijke hierover overleg moet voeren met een deskundige van een andere discipline, toestemming nodig heeft van een arts (tenzij de zorgverantwoordelijke zelf arts is), en goedkeuring nodig heeft van de Wzd-arts. Dit alles dus voordat het in het zorgplan kan worden opgenomen. Verder is periodieke evaluatie nodig, waarbij nog een deskundige betrokken moet worden (samen met de reeds genoemden).
JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]



Reacties

Netty 17/7/2018

Als verzorgende IG werk ik regelmatig op de dagbesteding .De medicatie van cliënten wordt na binnen komst in een medicijn kar gelegd die afsluitbaar is.Zodra ik van de dagbesteding weg loop is het mijn verantwoording dat de medicijn kar gesloten is.


Marijke Kreike (beleidsmedewerker zorg) 10/7/2018

Er is altijd een toedienlijst nodig als er ondersteuning bij de medicatie door een zorgverlener geboden wordt. Echter hoe zit het met verantwoordelijkheden mbt de medicatie zelf. Waar moet deze binnen de dagbesteding bewaard worden? Mag deze in de tas van de cliënt blijven terwijl de tas in het mandje van de rollator blijft staan of moet deze in een aparte ruimte die op slot kan. Natuurlijk is e.e.a. afhankelijk van de cognitie van de cliënt, echter andere cliënten kunnen wellicht ook in de tas gaan rommelen, etc.


Gratis nieuwsbrief

Meld je aan voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief.

Bekijk nieuwsbrieven

Meer over Medicatieveiligheid