Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer
Home Nieuws Nieuws Blog: Lief zijn niet genoeg bij probleemgedrag

Probleemgedrag

Blog: Lief zijn niet genoeg bij probleemgedrag bij dementie // 14/05/2018

Onlangs verscheen de nieuwe richtlijn ‘Probleemgedrag bij mensen met dementie’. Gebruik een vaste methode (‘een stappenplan’) om het probleemgedrag te analyseren en er goed mee om te gaan. Met alleen ‘lief zijn’ kom je er niet, stelt Inge van der Stelt, expert Probleemgedrag en een van de auteurs van de richtlijn.

De afgelopen periode was verpleeghuis De Leeuwenhoek veelvuldig in het nieuws. Marco Visser interviewt ouderenpsycholoog Sarah Blom en schrijft in het Trouw artikel ‘Frustraties en klappen in een ‘lastig’ verpleeghuis’ ondermeer het volgende. “Mensen met dementie zitten eigenlijk in een soort gesloten psychiatrische afdeling. Dat wordt nogal eens vergeten. (…). “Als je als medewerker wordt aangevallen, doet dat iets met je. Omdat je nooit hebt leren omgaan met dat soort overweldigende gevoelsreacties van jezelf en niet weet in welke context je het gedrag van cliënten moet zien, is de kans groter dat je vervalt in het onprofessionele gedrag zoals in De Leeuwenhoek. Veel zorgmedewerkers willen dit zelf helemaal niet”, zegt Blom. Ouderenverzorger is volgens haar een complex vak dat te vaak wordt versimpeld. “Verzorgenden worden in de media naar voren gebracht ‘als mensen die gewoon moeten doen waar ze goed in zijn, lief zijn’.

Verzorgenden worden in de media naar voren gebracht ‘als mensen die gewoon moeten doen waar ze goed in zijn, lief zijn

In het werkveld worden dergelijke uitspraken als denigrerend ervaren. Het doet dan ook geen recht aan de complexiteit van het vak en de hoge eisen die eraan gesteld worden. Lief zijn is mooi meegenomen, maar hier red je het echt niet mee.”

Nieuwe richtlijn

Natuurlijk red je het niet met alleen ‘lief zijn’. Probleemgedrag bij dementie is vaak zelfs een indicatie voor opname omdat het thuis niet meer gaat. En niet voor niets worden er richtlijnen ontwikkeld om professionals een handvat te geven voor de omgang met/behandeling van probleemgedrag bij mensen met dementie. Onlangs werd, op initiatief van Verenso, de herziene richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie (website Verenso) gepubliceerd.

Overzicht effectieve interventies

De focus van de richtlijn is ‘probleemgedrag bij dementie’. Nieuw is dat niet alleen voor de interventies met medicatie systematisch gezocht is naar bewijs voor effectiviteit, maar ook voor de psycho-sociale en psychologische interventies. De nadruk ligt steeds op het maken van een zorgvuldige analyse van het gedrag om vervolgens aanbevelingen te geven die aansluiten bij de dagelijkse praktijk.

Lijdensdruk of gevaar

In de richtlijn is voor de volgende definitie van probleemgedrag gekozen: ‘probleemgedrag is alle gedrag dat gepaard gaat met lijdensdruk of gevaar voor de persoon met dementie of voor mensen in zijn of haar omgeving’. Het gedrag is een signaal dat vraagt om een verdere analyse door meerdere disciplines, zoals bijvoorbeeld de (gespecialiseerde) verpleegkundigen en verzorgenden, de gezondheidszorgpsycholoog en de specialist ouderengeneeskunde. Natuurlijk in nauwe samenwerking met de familie/mantelzorger: zij kennen degene om wie het gaat het best! De belangrijkste vraag is niet: hoe krijgen we dit gedrag weg maar wat heeft deze persoon van ons nodig? Hoe ziet het gedrag er uit en voor wie is het een probleem? Welke factoren veroorzaken het gedrag of houden het in stand?

Verpleegkundigen en verzorgenden belangrijke rol

De richtlijn is in eerste instantie opgesteld voor behandelaren (artsen en psychologen). Bij het maken van de analyse van het gedrag en (na eventuele interventie) het monitoren van het gedrag spelen verpleegkundigen en verzorgenden een grote rol. Elke discipline heeft een eigen expertise en ervaring.

Nieuw is dat niet alleen voor de interventies met medicatie systematisch gezocht is naar bewijs voor effectiviteit, maar ook voor de psycho-sociale en psychologische interventies.

De verzorging/ verpleging kijkt naar de persoon in zijn dagelijkse doen, de omgang met anderen en heeft goed zicht op de manier waarop de persoon op zijn omgeving reageert. De psycholoog kijkt bijvoorbeeld naar relaties tussen de persoon en het gedrag, naar stemmingen, cognitie en persoonlijkheid. De arts heeft goed zicht op mogelijke oorzaken waarvoor een medische verklaring te vinden is (denk bijvoorbeeld aan een delier of pijn). Omdat er meerdere factoren een rol kunnen spelen bij probleemgedrag is een multidisciplinaire analyse van het gedrag dan ook een belangrijk uitgangspunt van de richtlijn.

Stappenplan

Voor de verpleging/verzorging kan het stappenplan probleemgedrag hierbij een goed hulpmiddel zijn. Volgens een vaste methode werken en rapporteren dwingt je om je eigen gevoel opzij te zetten, je wordt geholpen om goed te observeren en mogelijk te begrijpen welke factoren een rol spelen bij het gedrag. Ook het gebruik van standaard vragen/observatie-lijsten kunnen behulpzaam zijn. Een voorbeeld hiervan is het analyseformulier voor de zorg dat ontwikkeld werd voor het zorgprogramma GRIP op probleemgedrag. 

Ondersteuning van de zorg

Ondersteuning van het verzorgend team door andere disciplines en het management is essentieel. Dit kan bijvoorbeeld door teamondersteuning van de psycholoog, door het invoeren van een gedragsspreekuur, gezamenlijk opstellen van een omgangsadvies, door bewonersbesprekingen, casuïstiek besprekingen, team coaching en tijd voor reflectie en intervisie.

Praktische aanbevelingen

In de richtlijn is voor vijf vormen van probleemgedrag uitgebreid gezocht naar bewijs voor de effectiviteit van medicamenteuze, psychologische en psychosociale interventies. Vervolgens zijn aanbevelingen gegeven voor de behandeling. Het gaat om aanbevelingen bij psychotisch gedrag, depressief gedrag, angstig gedrag, geagiteerd gedrag en apathisch gedrag. Onder geagiteerd gedrag vallen ook fysieke en verbale agressie en nachtelijke onrust.

Persoonsgeriche zorg

Tot slot. De context van waaruit de richtlijn is geschreven is persoonsgerichte zorg. Hierbij wordt benadrukt dat elk persoon met dementie een unieke persoonlijkheid is met een unieke levensgeschiedenis die van invloed is op de reactie op de dementie. Het gaat om zorg waarbij de persoon centraal staat en niet de beperking of ziekte. Werken volgens een persoonsgerichte benadering kan een preventieve werking hebben op het ontstaan van probleemgedrag. De richtlijn is geschreven voor de situaties waarin desondanks toch probleemgedrag ontstaat.

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]





Op de hoogte blijven?

Meld je aan voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief.

Bekijk nieuwsbrieven

Meer over Probleemgedrag