RSS 2.0

Familieparticipatie

Wet- en regelgeving

Familie en mantelzorgers worden niet genoemd in relevante wetten. In de wetgeving staat de cliënt centraal. Zo lang die daartoe in staat is, moet de cliënt toestemming geven aan de zorgorganisatie om zorg te verlenen. Indien de cliënt de voorkeur geeft aan zorgverlening door de mantelzorger, dan is dat wettelijk gezien heel goed mogelijk

Vervolg toekomstagenda Informele zorg en ondersteuning

Hoe kunnen we de zorg van iemand die thuis blijft wonen, beter vorm geven met hulp van mantelzorgers en vrijwilligers? Daarover gaat de gezamenlijke Toekomstagenda Informele zorg en ondersteuning, die is opgesteld met diverse betrokken partijen. De Toekomstagenda bepaalt de koers voor de komende jaren en wordt de komende tijd nader uitgewerkt. Dat staat in de voortgangsbrief Informele zorg, die staatssecretaris Van Rijn (VWS) op 11 november 2014 naar de Tweede Kamer stuurde. Van Rijn benadrukt hierbij het belang van een goede samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers.

Voorbehouden handelingen

De zogenaamde 'voorbehouden handelingen' zijn 'medische handelingen die onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van cliënten met zich meebrengen als ze door een ondeskundige worden uitgevoerd'. Ze worden beschreven in de wet BIG (zie de site van de rijksoverheid). Deze wet is niet van toepassing op mantelzorgers omdat zij niet in de wet genoemd worden. Dat betekent dat een zorgend familielid, net als de cliënt zelf, dit soort handelingen 'legaal' mag uitvoeren omdat zij dat niet beroepsmatig doen. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om insuline spuiten.

Juridische verhoudingen

Voor de wet gaat het er niet direct om of mantelzorgers en familieleden bepaalde handelingen wel of niet mogen uitvoeren, maar wie aansprakelijk is als het mis gaat. Dan komen we terecht bij de juridische aspecten. Daarbij draait het om de onderlinge verhoudingen tussen cliënt, familie en zorgorganisatie.

Tussen de zorgorganisatie en de familie van de cliënt bestaat geen formele relatie. De zorgorganisatie is daarom niet verantwoordelijk voor wat de familie doet en evenmin aansprakelijk voor schade die de cliënt lijdt door fouten veroorzaakt door de familie.

Een cliënt kan, zowel binnen als buiten de zorgorganisatie, geholpen worden door familieleden. Bij het stellen van indicaties voor extramurale zorg wordt rekening gehouden met deze hulp. Bij verblijfsindicaties wordt geen rekening gehouden met familieparticipatie. Het staat zowel de cliënt als de familie dus vrij om geen zorg meer te willen ontvangen van de familie of te verlenen, na verhuizing naar een zorgcentrum.

Aansprakelijkheid

Vragen over aansprakelijkheid kunnen er de oorzaak van zijn dat zorgorganisaties een terughoudende opstelling hebben naar werkzaamheden van mantelzorgers. In het bijzonder als een zorgorganisatie meent aansprakelijk te zijn voor alles wat onder het dak van zijn instelling gebeurt. Zo'n vergaande aansprakelijkheid kent het recht echter niet. 

Mocht een situatie ontstaan waarin een familielid een fout maakt, dan is hij zelf aansprakelijk voor de schade die daardoor ontstaat. De zorgorganisatie is in dat geval alleen aansprakelijk als hij tekortschiet als toezichthouder. Er zijn situaties waarin de cliënt en de zorgorganisatie het niet eens worden over de inzet van de familie, omdat de zorgorganisatie meent dat de kwaliteit van de zorg dan onvoldoende is. In die situatie is het verstandig, dat de zorgorganisatie in het dossier aantekent dat hierover is gesproken met de cliënt. Er wordt opgenomen wat het voorstel van de cliënt en de familie is geweest, wat de zorgorganisatie gedaan heeft om de cliënt te overtuigen en hoe deze de inzet van de familie zal monitoren. Hierdoor is vastgelegd dat de zorgorganisatie aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

Meer informatie

Lees meer over de wettelijke grenzen en juridische aspecten van informele zorg in de volgende notities:

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]



 Security code