Zorg voor Beter gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.
Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies (inclusief tracking cookies).
Niet akkoord en lees meer

Depressie

Kwaliteitsnorm: percentage cliënten met een depressie

Het Kwaliteitsdocument 2013 VV&T bevat twee indicatoren rond depressie:

in relatie tot percentage cliënten die depressieve symptomen vertoonde
in relatie tot risicosignalering zorgproblemen (uitvoering en opvolging)

Depressieve symptomen (indicator 4.4)

Indicator

Percentage cliënten dat in de afgelopen drie dagen symptomen van depressie vertoonde.

Het percentage cliënten dat depressief is, bepaalt u door het aantal cliënten dat in de afgelopen drie dagen symptomen van depressie vertoonde, te delen door het aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten.

De registratie vindt plaats met behulp van de screeningslijst (zie ), waarmee nagegaan wordt hoe vaak een cliënt de afgelopen drie dagen verschijnselen van depressie vertoonde.

Percentage Onbekend

Voor deze indicator wordt in het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording ook het percentage cliënten berekend bij wie onbekend is of ze in de afgelopen drie dagen symptomen van depressie vertoonde. Dit is aan de orde als de totaalscore van de symptomen lager is dan 3 en waar bij één of meer vragen de optie onbekend is ingevuld. In dit percentage tellen niet mee: de cliënten waarbij in de zorgovereenkomst of het zorgleefplan is vastgelegd dat ze niet systematisch onderzocht wensen te worden op depressieve symptomen ten behoeve van het Kwaliteitsdocument VV&T.

Risicosignalering zorgproblemen (indicator 7.1)

Indicator 7.1 Risicosignalering is opgedeeld in twee subindicatoren:

  • Risicosignalering - uitvoering (indicator 7.1a)
    Het percentage cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt een risicosignalering is gedaan op het zorgprobleem depressie. Dit bepaalt u door het aantal cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt dat in het afgelopen halfjaar een risicosignalering is gedaan op het zorgprobleem depressie, te delen door het totaal aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten.
  • Risicosignalering - opvolging (indicator 7.1b)
    Het percentage cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt dat een risicosignalering is gedaan op depressie en bij wie naar aanleiding van verhoogd risico adequate opvolging heeft plaatsgevonden. Dit bepaalt u door het totaal aantal cliënten bij wie adequate opvolging heeft plaatsgevonden, te delen door het aantal cliënten bij wie een verhoogd risico is geconstateerd.

Het is de bedoeling dat de risicosignalering voor depressie afzonderlijk is terug te vinden in het zorgleefplan van de cliënt. Organisaties mogen zelf bepalen hoe ze deze signalering uitvoeren. Als het maar op een structurele manier en op cliëntniveau plaatsvindt en wordt vastgelegd in het zorgleefplan.
Voor de opvolging van situaties waarin sprake is van een verhoogd risico is niet voorgeschreven wat ‘adequate opvolging’ exact inhoudt. Dat kan van situatie tot situatie verschillen. Het is onder meer afhankelijk van de geïndiceerde zorg, de wensen en mogelijkheden van de cliënt. Ook hier geldt: het staat de organisatie vrij hoe zij de opvolging uitvoert, als deze maar plaatsvindt en wordt genoteerd in het zorgleefplan.

Bron

JOUW REACTIE
Wil je een link invoegen in de tekst? Zet de link tussen vierkante haken: [www.zorgvoorbeter.nl]





Sanne Wassink-Vossen

mail | meer info

s.wassink@ggnet.nl

Lees meer

NieuwsDepressie

Meer nieuws

Gratis nieuwsbrief

Meld je aan voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief.

Bekijk nieuwsbrieven