Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Vrijheidsbeperking

Stappenplan Zorg en Dwang

Uitgangspunt van het wetsvoorstel zorg en dwang is het principe: ‘Nee, tenzij’. Dat betekent dat zorgverleners in principe géén vrijheidsbeperking - of ‘onvrijwillige zorg’ - mogen toepassen, tenzij er ernstig nadeel ontstaat voor de cliënt of zijn omgeving. Onvrijwillige zorg is de allerlaatste optie. Het wachten is nu op behandeling in de Eerste Kamer, op zijn vroegst in het najaar 2017. 

Het wetsvoorstel gaat uit van verschillende stadia in het besluitvormingsproces. Het onderstaand stappenplan - gebaseerd op wetsvoorstel Zorg en Dwang -  helpt bij een zorgvuldige afweging bij het toepassen van onvrijwillige zorg. Let op: Het stappenplan kan je wel nu al helpen om het proces zorgvuldig aan te pakken, maar het is nog niet verplicht om helemaal zo te werken.

Het stappenplan Wet zorg en dwang (pdf) van VWS

Strip bij stappenplan Zorg en Dwang

Deze strip illustreert de verschillende stappen in het besluitvormingsproces rond het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen. De strip vertelt het verhaal van meneer Pietersen die 's avonds steeds vaker over de gang dwaalt. Om zijn gedrag te beïnvloeden wordt onder andere psychfarmaca toegediend. Met alle gevolgen van dien. De verschillende multidisciplinaire overleggen hebben een oplopende betrokkenheid van expertise. Als zorgverlener kun je de strip gebruiken om te kijken of je binnen je werk ook deze stappen zet.

strip probleemgedrag psychofarmaca

Drie stadia van vrijwillige en onvrijwillige zorg

Onderstaand  stappenplan, gebaseerd op het wetsvoorstel, helpt om het afwegingsproces nu al zorgvuldig aan te pakken. Het wetsvoorstel Zorg en dwang gaat uit van een getrapt model: als de zorgbehoefte verandert en onvrijwillige zorg lijkt nodig, moeten zorgorganisaties steeds meer deskundigheid inschakelen om te kijken of en hoe ze de zorg vrijwillig kunnen houden. Het wetsvoorstel gaat uit van drie verschillende stadia:

  1. Vrijwillige zorg: Er is geen risico op ernstig nadeel.  Er is een ondersteuningsplan waarin de cliënt de regie heeft en waarin de afspraken staan die samen met de cliënt gemaakt zijn.
  2. De zorgvraag verandert. Het ondersteuningsplan voldoet niet meer aan de zorgbehoefte en/of er kan ernstig nadeel ontstaan voor de cliënt of zijn omgeving. Onvrijwillige zorg wordt voor maximaal 3 maanden opgenomen in het ondersteuningsplan.
  3. Onvrijwillige zorg. Het ondersteuningsplan voldoet niet meer, onvrijwillige zorg is langer nodig dan drie maanden en wordt verlengd.

Stappenplan voor zorgverleners

Elk stadium vraagt om specifiek handelen. Dit stappenplan helpt zorgverleners om de juiste stappen te zetten. Aan de linkerkant staan de verschillende onderdelen waar je rekening mee moet houden per fase. Aan de rechterkant is uitgelegd wat dat inhoudt.

Vrijwillige zorg

De zorg die de cliënt ontvangt is vrijwillig*. Er is geen risico op ernstig nadeel.

*) Vrijwillig: de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger heeft ingestemd met de zorg en de cliënt verzet zich niet.

Ondersteuningsplan

  • De zorgverantwoordelijke maakt samen met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger een  ondersteuningsplan binnen zes weken na aanvang van de zorg. Dit eerste plan wordt na vier weken geëvalueerd met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger. Daarna wordt het ondersteuningsplan elke zes maanden geëvalueerd.
  • De afspraken in het plan zijn samen met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger gemaakt. Zijn wensen en voorkeuren zijn het uitgangspunt. Afspraken en doelen over zorg en ondersteuning worden in dialoog afgesproken. Indien nodig betrekt de zorgverantwoordelijke ook andere disciplines bij het opstellen van het zorg- of ondersteuningsplan. Afspraken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan.
  • De cliënt heeft de regie over dit plan. Hij neemt zelf beslissingen over zijn zorg en ondersteuning, tenzij hij of zij wilsonbekwaam* is. In dat geval neemt zijn vertegenwoordiger** de beslissingen.
  • Als de cliënt te maken heeft met meerdere zorgaanbieders is het belangrijk ook te overleggen met de zorgverantwoordelijken van de andere organisatie(s).

*) Uitgangspunt is dat een cliënt wilsbekwaam is, tenzij het tegendeel blijkt. Soms is een cliënt niet bekwaam (wilsonbekwaam) om in een bepaalde situatie een weloverwogen beslissing te nemen. De cliënt is dan niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen voor die situatie. Wilsonbekwaamheid hangt dus altijd af van de situatie en van welke beslissing er moet worden genomen.

**) Vertegenwoordiger: Een wilsonbekwame minderjarige cliënt wordt vertegenwoordigd door zijn ouder(s) of voogd. Bij meerderjarige wilsonbekwame cliënten vindt de bespreking in eerste instantie plaats met de curator of mentor van de cliënt, of, wanneer deze er niet is, met de persoon die door de cliënt schriftelijk is gemachtigd om in zijn plaats op te treden. Als deze ook ontbreekt of niet aanwezig kan zijn, vindt de bespreking plaats met de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel, dan wel met een ouder, kind, broer of zus van de cliënt, tenzij de cliënt dit niet wenst. Wanneer binnen dezelfde rangorde meerdere personen in aanmerking komen om het vertegenwoordigerschap op zich te nemen (bijvoorbeeld twee broers), dient één van hen zich als vertegenwoordiger aan te wijzen.

MDO 1

Als een medewerker, een vertegenwoordiger of een cliënt constateert dat de zorg niet meer voldoet, de zorgvraag verandert en er sprake is van gevaar of ernstig nadeel en onvrijwillige zorg wordt overwogen, organiseert de zorgverantwoordelijke een multidisciplinair overleg (MDO) met ten minste één deskundige van een andere discipline. Ook wordt de cliënt en/of vertegenwoordiger geïnformeerd en uitgenodigd aanwezig te zijn. In dit overleg:

  • gaan zij na wat dit nadeel inhoudt (risico-inventarisatie)
  • onderzoeken zij de oorzaak van het gedrag van de cliënt wat het nadeel veroorzaakt
  • onderzoeken zij de rol van de interactie tussen de cliënt en zijn omgeving
  • gaan zij na of het nadeel voorkomen kan worden met maatregelen waarmee de cliënt instemt
  • onderzoeken zij de mogelijkheden om ernstig nadeel te voorkomen met zo min mogelijk onvrijwillige zorg, bijvoorbeeld met de alternatievenbundel van Vilans

Ondersteuningsplan aanpassen

De cliënt en/of zijn vertegenwoordiger stemt in met de nieuwe afspraken en deze worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. De nieuwe afspraken voldoen aan de zorgbehoefte en de cliënt verzet zich niet. Er is nu weer sprake van vrijwillige zorg.

De zorg die de cliënt ontvangt is vrijwillig

Als vrijwillige zorg niet meer voldoet

Het lukt niet om het ernstig nadeel te voorkomen met maatregelen waarmee de cliënt of zijn vertegenwoordiger instemt of de cliënt verzet zich/blijft zich verzetten tegen de ingezette maatregel.

MDO 2

Ondersteuningsplan

Ondersteuningsplan

Op basis van dit tweede MDO wordt het ondersteuningsplan aangepast. De zorgverantwoordelijke legt in het ondersteuningsplan vast:

  • de resultaten van het tweede MDO
  • het ernstig nadeel
  • de onvrijwillige zorg die wordt toegepast om dit nadeel te voorkomen
  • welke zorgverlener(s) de onvrijwillige zorg mogen toepassen
  • duur en frequentie van de onvrijwillige zorg (maximaal 3 maanden)

De onvrijwillige zorg die wordt opgenomen in het ondersteuningsplan moet voldoen aan de beginselen van proportionaliteit, effectiviteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid. Dat betekent dat de onvrijwillige zorg in verhouding moet staan tot het doel wat bereikt moet worden, dat de gekozen maatregel effectief is, dat gekozen is voor het minst ingrijpende middel en dat er een duidelijke noodzaak moet zijn. Als de noodzakelijkheid ontbreekt, vervalt de rechtsgrond voor toepassing. Het uitgangspunt is dat de onvrijwillige zorg tijdelijk (maximaal 3 maanden) is en dat er gewerkt wordt met een afbouwschema. Als de cliënt en/of vertegenwoordiger akkoord is en/of de cliënt verzet zich niet, dan wordt teruggegaan naar MDO 1.

MDO 1

Terug

MDO 2

De zorgverantwoordelijke organiseert opnieuw een multidisciplinair overleg (MDO). Bij dit overleg zijn aanwezig:

  • de zorgverantwoordelijke
  • een deskundige van een andere discipline
  • een arts (bijvoorbeeld bij fysieke vrijheidsbeperking of medicatie) of een andere deskundige (bijvoorbeeld bij het houden van toezicht op de cliënt)
  • andere deskundigen als dit in het belang is van de zorgbehoefte van de cliënt
  • de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger wordt geïnformeerd over het gesprek en wordt in de gelegenheid gesteld om hierbij aanwezig te zijn.

Zij bespreken:

  • de punten uit het eerste MDO 1
  • de nadelige effecten van de onvrijwillige zorg afgewogen tegen het verwachte ernstig nadeel
  • voor welke termijn de onvrijwillige zorg in het zorg- of ondersteuningsplan wordt opgenomen (zo kort mogelijk en maximaal van 3 maanden)
  • de aanvullende zorgvuldigheidseisen als de onvrijwillige zorg nadelige effecten heeft op de lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling van de cliënt en op deelname aan het maatschappelijk leven.

Ondersteuningsplan aanpassen

Afwegingen proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid, noodzakelijkheid en causaliteit vermelden.

Vastleggen in ondersteuningsplan resultaten uit MDO2 +

  • Ernstige nadeel terzake waarvan en welke vorm van onvrijwillige zorg mag worden toegepast;
  • welke zorgverlener of categorie van zorgverleners onvrijwillige zorg mag toepassen;
  • duur en frequentie van de onvrijwillige zorg;
  • voor welke termijn de onvrijwillige zorg maximaal mag worden toegepast;
  • afbouw van onvrijwillige zorg binnen gesteld termijn;
  • aanvullende zorgvuldigheidseisen (indien van toepassing);
  • de continuïteit in de begeleiding van de cliënt en borging.

MDO 3

  • Naast de personen uit het vorige MDO wordt een externe deskundige uitgenodigd;
  • de zorgverantwoordelijke vraagt advies aan een externe deskundige, bijvoorbeeld het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Dit advies moet binnen zes maanden beschikbaar zijn. In deze periode kan de onvrijwillige zorg met maximaal 3 maanden voortgezet worden.


Afwegingen in MDO3

  • Ernstige nadeel terzake waarvan en welke vorm van onvrijwillige zorg mag worden toegepast;
  • welke zorgverlener of categorie van zorgverleners onvrijwillige zorg mag toepassen;
  • duur en frequentie van de onvrijwillige zorg;
  • voor welke termijn de onvrijwillige zorg maximaal mag worden toegepast;
  • afbouw van onvrijwillige zorg binnen gesteld termijn;
  • aanvullende zorgvuldigheidseisen (indien van toepassing);
  • De continuïteit in de begeleiding van de cliënt en borging.

Aanvullendezorgvuldigheidseisen indien onvrijwillige zorg nadelige effecten heeft op:

  • lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van cliënt en
  • op deelname aan het maatschappelijk leven

Ondersteuningsplan aanpassen

  • Op basis van het advies van de externe deskundige past de zorgverantwoordelijke het ondersteuningsplan aan. Hij geeft aan op welke wijze de zorgaanbieder het advies van de externe deskundige toepast.
  • Het ondersteuningsplan wordt elke 6 maanden geëvalueerd. Bij de evaluatie zijn in ieder geval de zorgverantwoordelijke en een niet bij de zorg betrokken deskundige aanwezig. Ook de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger krijgen de gelegenheid hierbij aanwezig te zijn. Als blijkt dat onvrijwillige zorg nodig blijft, geldt opnieuw een periode van 6 maanden. Als onvrijwillige zorg is afgebouwd dan terug naar MDO 1 met reguliere evaluatie (iedere 6 maanden).
    MDO 1

Onvrijwillige zorg

Het lukt niet de onvrijwillige zorg binnen de afgesproken termijn (maximaal 3 maanden) af te bouwen, of de cliënt of zijn vertegenwoordiger geven geen toestemming de nieuwe afspraken in het zorgplan vast te leggen, of de cliënt blijft zich verzetten.

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.

Reacties

  • Pauline Brouwer [Soest] 07-01-15

    Hierbij mijn reactie op het mooie stappenplan.

    Als mantelzorger heb ik een aantal keren een MDO georganiseerd met thuiszorg en GGZ en dagbesteding (laatste kwamen steeds laatste moment niet) Vanwege vermeend nachtelijk dwaalgedrag bij mijn zelfstandig wonende dementerende moeder van 98.

    Met de vraag wat we daaraan kunnen doen/voorkomen.

    Het bleek in deze setting dat er nauwelijks kennis is van Domotica en alternatieve mogelijkheden. Men was alleen van mening dat ze dan naar een verpleeghuis zou moeten. Wij moesten alles zelf bedenken en ook zelf contact zoeken met ondersteunende IT afdeling, die notabene bij dezelfde zorgleverancier aanwezig bleek. Daar kwam ik achter door contact met iemand van Vilans! Maar een pilot met sensoren bleek (doordat we zelf al camera's hadden geplaatst) zoveel foute meldingen te geven,dat dat niet de goede oplossing was in deze situatie. We hebben het nu opgelost met medeweten instanties, door plaatsen van magneetsluiting met tijdbeperking etc. In aanvulling op de camera's.

    Het ontbreekt dus helaas nog erg aan kennis bij de verschillende zorgmedewerkers/ instellingen. Vooroordelen zijn er overigens in overvloed. Wat veel onnodige overbelasting geeft voor mantelzorg.

    Het zou fijn zijn als er een formulier te downloaden zou zijn, wat makkelijk ingevuld kan worden door HA en andere noodzakelijke disciplines.

    Ik heb dat nog niet kunnen vinden en ga at vandaag opstellen ter ondertekening. Want dat hadden wij als familie nog niet op schrift gesteld. Wel besproken. Maar eigenlijk is mijn mening dat de zorgorganisaties dat moeten kunnen.

    In ieder geval zijn wij blij met de wet Zorg en Dwang die er aan komt!