Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Valpreventie

Indicatoren voor valpreventie

Het Kwaliteitsdocument 2013 Verpleging, Verzorging en Zorg Thuis (VV&T) is begin 2017 vervangen door een nieuw Kwaliteitskader. Er wordt gewerkt aan de implementatie van dit nieuwe kwaliteitskader. Het Kwaliteitsdocument 2013 bevatte twee indicatoren rond valpreventie en één indicator die hier indirect mee te maken heeft.

Valincidenten (indicator 7.2)

Deze indicator betreft het percentage cliënten dat in de afgelopen dertig dagen te maken had met een valincident. Berekening: het aantal cliënten dat de afgelopen dertig dagen te maken had met een valincident delen door het aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten.

Toelichting

Onder een val wordt verstaan: het uit verticale of horizontale positie plotseling en onvrijwillig op de grond terechtkomen. Of iets een val is of niet, wordt dus niet bepaald door het feit of er wel of geen letsel is opgetreden. Alle valincidenten dienen meegenomen te worden in de registratie. Dit is inclusief:

  • valincidenten die door cliënten zijn gemeld, dus ook een val waarbij geen medewerker aanwezig was.
  • valincidenten buitenshuis. Buitenshuis betekent bijvoorbeeld ook vallen in de supermarkt.
  • valincidenten met aanvaardbaar risico. Met ‘aanvaardbaar risico’ betekent dat vallen een bewust risico is van de afgesproken zorg, bijvoorbeeld dat er geen fixatie wordt toegepast. Dit moet zijn vastgelegd in het zorgleefplan.

De volgende bronnen zijn gebruikt:

  • cliëntendossier/zorgleefplan
  • geheugen van de verzorgende én de cliënt (indien mogelijk)
  • de MIC (Melding Incidenten Cliënten)-registratie

Terug naar boven

Risicosignalering (indicator 7.1)

Voor risicosignalering op het gebied van valpreventie kent het Kwaliteitsdocument twee subindicatoren.

  • Uitvoering - het percentage cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt dat een risicosignalering is gedaan op het zorgprobleem vallen (indicator 7.1a).
    Dit is het aantal cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt dat in het afgelopen halfjaar een risicosignalering is gedaan op het zorgprobleem vallen gedeeld door het aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten.
  • Opvolging - het percentage cliënten bij wie uit het zorgleefplan blijkt dat een risicosignalering is gedaan op het zorgprobleem vallen en bij wie naar aanleiding van verhoogd risico adequate opvolging heeft plaats gevonden (indicator 7.1b)
    Dit is het totaal aantal cliënten bij wie adequate opvolging heeft plaats gevonden gedeeld door het totaal aantal cliënten bij wie een verhoogd risico is gesignaleerd.

Het is de bedoeling dat de risicosignalering voor het probleemgebied vallen terug te vinden is in het zorgleefplan van de cliënt. Blijkt uit het zorgleefplan dat in het afgelopen halfjaar een risicosignalering is gedaan op vallen? Als er een risicosignalering is uitgevoerd op dit punt, was er bij de cliënt sprake van een verhoogd risico? Als er sprake was van een verhoogd risico, blijkt uit het zorgleefplan dat er adequate opvolging heeft plaatsgevonden?

Terug naar boven

Leven in vrijheid: Vrijheidsbeperkende maatregelen – Prevalentie (indicator 4.1)

Om vallen te voorkomen worden soms maatregelen getroffen die als Vrijheidsbeperking gelden. Zie daarvoor het thema Vrijheidsbeperking van het Kennisplein Zorg voor Beter.

Onderbouwing

Valpartijen zijn een belangrijk geriatrisch probleem. Ouderen in de verpleeg- en verzorgingshuiszorg vallen vaak, regelmatig met verregaande gevolgen. Valpartijen bij ouderen leiden vaak tot ernstig letsel, zoals een heupfractuur. Bovendien gaan valincidenten ten koste van de kwaliteit van leven. Nog ernstiger wordt het, als de kans wordt meegenomen dat een oudere overlijdt na zo’n val relatief groot is. Vooral bij psychogeriatrische verpleeghuispatiënten is het valrisico groot. Een daling van het aantal valpartijen is noodzakelijk en ook mogelijk. Bij voldoende kennis en adequate diagnostiek kan het valprobleem vaak goed ontrafeld worden en is preventie mogelijk. Het Kwaliteitsdocument stelt als norm dat de zorgorganisatie een preventiebeleid voert en bij besprekingen van het zorgleefplan nadrukkelijk op zorginhoudelijke veiligheidsaspecten let zoals valincidenten.

Bij het thema ‘Lichamelijk welbevinden en gezondheid’ wordt als norm gesteld dat de cliënt mag rekenen op adequate gezondheidsbescherming en –bevordering. Dit houdt onder meer in dat gezondheidsrisico’s tijdig worden herkend. Vroege herkenning van zorgproblemen kan veel leed en verlies van kwaliteit van leven voor de cliënt voorkomen.

Bron

Kwaliteitsdocument 2013 Verpleging, Verzorging en Zorg Thuis (pdf). Inspectie voor de Gezondheidszorg, Zorgverzekeraars Nederland en LOC Zeggenschap in Zorg, augustus 2013.

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.