Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Valpreventie

Gedragsverandering en motivatie

Effectieve valpreventie maatregelen staan of vallen met de actieve medewerking en inbreng van de oudere en zijn omgeving zelf. Vaak worden zorgverleners geconfronteerd met weerstand bij ouderen als preventieve maatregelen ter sprake komen. Het geven van de informatie over valpreventie is geen eenvoudige opgave. Veel wordt bepaald door de manier waarop je het onderwerp brengt, hoe je houding is ten aanzien van de oudere en of je actief luistert of niet:

Valpreentie model gedragsverandering

Vijf stadia

Volgens het model van gedragsverandering van Prochaska (1994) zijn er 5 stadia van gedragsverandering.

  1. voorbeschouwing  
  2. overpeinzing
  3. beslissing / voorbereiding
  4. actieve verandering
  5. stabilisatie

Ouderen staan vaak weigerachtig tegenover advies over valpreventie Indien je als zorgverlener de achtergrond van deze houding kent, kun je met gerichte informatie eventueel foutieve denkbeelden vaak kantelen.

Fase 1: Voorbeschouwing

De oudere ziet geen probleem in het huidig gedrag, hij gelooft niet dat het preventief gedrag voordeel oplevert.De oudere heeft geen intentie om veranderingen door te voeren om zo het valrisico te verlagen en er kan weerstand zijn tegen verandering,  door gebrek aan kennis of motivatie.

Fase 2: Overpeinzing

De oudere erkent dat hij een probleem heeft en begint eraan te denken dat verandering nuttig is, maar de oudere is nog niet klaar om te veranderen (heeft nog geen plannen). Het grootste kenmerk van deze fase is ambivalentie. De oudere weegt de voor- en nadelen van verandering af. In fase 1 en 2 is het belangrijk als zorgverlener om de motivatie en het bewustzijn van de oudere te verhogen.

Fase 3: Voorbereiding

De oudere is klaar om in de nabije toekomst te veranderen. De uitdaging is een veranderingsplan opstellen dat aanvaardbaar, doenbaar en effectief is. In de derde fase is het belangrijk om als zorgverlener de overtuiging van de oudere positief te versterken en bij de oudere het vertrouwen in de eigen mogelijkheden te verhogen.

Fase 4: Actieve verandering

De oudere gaat van actieplan naar concrete gedragsverandering. Dit is geen unaniem positieve periode! Er is een gemis aan de oude levensstijl.Er zijn hindernissen om het bijgestuurde gedrag vol te houden.In de vierde fase is het belangrijk om als zorgverlener de veranderingsbereidheid van de oudere te versterken en hem te helpen meer te vertrouwen in de eigen mogelijkheden om te veranderen. Als de oudere de veranderingen heeft doorgevoerd gedurende zes maanden, komt hij in de consolidatiefase.

Fase 5: Consolidatie of onderhoud

De oudere heeft veranderingen doorgevoerd gedurende zes maanden om zijn risico op vallen te verlagen. Het volhouden van het bijgestuurde gedrag kan moeilijk zijn. De oudere loopt het risico om te hervallen in oude, onveilige gedragingen. Indien de oudere hervalt, komt hij terug in een vroegere fase terecht en doorloopt hij de cirkel opnieuw. Verandering is een dynamisch proces.  Als zorgverlener is het belangrijk om de oudere in deze fase te ondersteunen en opnieuw te versterken in zijn overtuiging dat de verandering goed is.

Bron: Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (EVV)

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.