Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Vrijheidsbeperking

Kwaliteitskader

Vanaf begin 2017 geldt een nieuw Kwaliteitskader. De implementatie van dit kwaliteitskader vindt dit jaar plaats. In het eerdere Kwaliteitsdocument 2013 VV&T wordt verschillende malen gesproken over het thema vrijheidsbeperking.

Allereerst wordt het gezien als een onderdeel van Zorginhoudelijke kwaliteit en veiligheid. Daarnaast zijn er 3 indicatoren over dit thema opgenomen in het domein D ‘Mentaal welbevinden’. Hier wordt gesproken over ‘Leven in vrijheid’.

Zorginhoudelijke kwaliteit en veiligheid

Zorginhoudelijke kwaliteit en veiligheid wordt als volgt beschreven:
‘De cliënt mag rekenen op zorginhoudelijke veiligheid. De zorgorganisatie treft maatregelen om calamiteiten te voorkomen. Voorbehouden en risicovolle handelingen worden uitgevoerd door bevoegd en bekwame zorgverleners. De zorgorganisatie heeft aandacht voor de instructie en het onderhoud bij hulpmiddelen. Daarnaast voert de zorgorganisatie beleid op het voorkomen van vrijheidsbeperkende maatregelen.’

Specifiek over vrijheidsbeperking is in het Kwaliteitsdocument 2013 VV&T (pdf), hoofdstuk 3.5 het volgende vastgelegd:

Minimale vrijheidsbeperking

De zorgorganisatie voert een beleid dat gericht is op het voorkomen van vrijheidsbeperkende interventies. Dergelijke maatregelen worden gezien als een allerlaatste redmiddel. Bij toepassing van vrijheidsbeperking vindt een dagelijkse evaluatie plaats. Afspraken staan in het zorgleefplan. De zorgorganisatie maakt een plan hoe deze vrijheidsbeperking zo snel mogelijk kan worden afgebouwd. Als de vrijheidsbeperking langer dan een week duurt, schakelt de zorgorganisatie CCE in. De zorgorganisatie meldt iedere vorm van vrijheidsbeperking bij de IGZ.

Leven in vrijheid: indicatoren voor mentaal welbevinden

In het domein Mentaal welbevinden zijn 3 indicatoren opgenomen onder de titel Leven in vrijheid. 

Leven in vrijheid: vrijheidsbeperkende maatregelen (indicator 4.1)

De omschrijving van deze indicator luidt:
'Percentage cliënten bij wie in de afgelopen 30 dagen een onrustband, een tafelblad of diepe stoel als vrijheidsbeperkende maatregel is toegepast'.

Dit is het aantal cliënten bij wie in de afgelopen 30 dagen een onrustband, een tafelblad of diepe stoel als vrijheidsbeperkende maatregel zijn toegepast, gedeeld door het aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten. Deze indicator geldt voor Verpleeg- en Verzorgingshuiszorg.

Toelichting

Vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen zijn middelen en maatregelen die met of zonder toestemming de bewegingsvrijheid en het gedrag van een cliënt beperken.

  • Belangrijk is dat de genoemde middelen en maatregelen pas vrijheidsbeperkend zijn als de cliënt de maatregel of het middel niet zelfstandig kan opheffen.
  • Het toepassen van een niet op te heffen onrustband, diepe stoel of tafelblad wordt geteld, ongeacht of de cliënt/vertegenwoordiger hiervoor toestemming heeft gegeven of niet en ongeacht het doel van het toepassen van deze maatregelen of middelen.
  • Voorbeelden
    • Een tafelblad dat de dementerende cliënt zelf kan wegschuiven -> wordt niet genoteerd als een vrijheidsbeperkende maatregel.
    • Een tafelblad dat het de dementerende cliënt onmogelijk maakt om op te staan, maar wat het bekijken van een boek vergemakkelijkt wordt wel genoteerd als een vrijheidsbeperkende maatregel.

Onderbouwing

  • Het Kwaliteitsdocument 2013 VV&T stelt als norm dat zorgorganisaties een beleid voeren dat gericht is op het voorkomen van vrijheidsbeperkende interventies. Dergelijke maatregelen worden gezien als een allerlaatste redmiddel. De zorgorganisatie houdt zich daarbij aan de wet en probeert veiligheidsbevorderende maatregelen zo min mogelijk te laten ingrijpen in de vrijheidsbeleving van de cliënt.
  • In november 2009 hebben verschillende partijen naar aanleiding van het congres Zorg-voor-vrijheid afspraken vast gelegd in een Convenant, met de bedoeling dat vanaf 2011 geen onrustbanden meer in gebruik zijn in verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Alleen in uitzonderlijke situaties is het mogelijk deze nog toe te passen, mits voldaan is aan strikte kwaliteitseisen en toezicht om de veiligheid van cliënten te waarborgen. Terugdringen en afschaffen van onrustbanden leidt niet tot inzet of toename van gedwongen gedragsbeïnvloedende medicatie of andere vormen van vrijheidsbeperking en vraagt daarom om intensieve monitoring. Het is de bedoeling dat in 2011 ook andere vormen van vrijheidsbeperking fors verminderd zijn. Vrijheidsbeperking wordt uitsluitend toegepast als er voor de cliënt geen minder ingrijpende alternatieven voorhanden zijn. Bovendien moet verantwoorde toepassing van vrijheidsbeperking, ook onder deze voorwaarden, altijd gebonden zijn aan strikte kwaliteitseisen.

Leven in vrijheid: Antipsychotica (indicator 4.2)

Omschrijving

De omschrijving van deze indicator luidt:
'Percentage cliënten dat in de afgelopen zeven dagen antipsychotica gebruikte'.

Dit is het aantal cliënten dat de afgelopen zeven dagen antipsychotica gebruikte, gedeeld door het aantal cliënten bij wie in de meetperiode is gemeten en voor wie de zorgorganisatie (een deel van) het beheer van de medicatie verzorgt. Deze indicator geldt voor Verpleeg- en Verzorgingshuiszorg.

Toelichting

  • Indien de zorgorganisatie niet (een deel van) het beheer van de medicatie van de cliënt verzorgt, dan vallen het voorschrijven en toedienen van medicatie buiten de verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie en zijn de verdere vragen t.a.v. antipsychotica niet van toepassing. Dit is bijvoorbeeld het geval als een cliënt in het verzorgingshuis zijn eigen huisarts heeft en de medicatie zelf inneemt zonder hulp. Als de zorgorganisatie wel een rol heeft in het voorschrijven óf beheren/ uitdelen van de medicatie dan is het antwoord ‘ja’ en worden de antipsychotica-vragen wel beantwoord.
  • Onder antipsychotica worden geneesmiddelen verstaan die psychotische verschijnselen kunnen verminderen of doen verdwijnen. Indien degenen die de meting uitvoeren niet voldoende op de hoogte zijn van de stofnamen van antipsychotica, kan de apotheek mogelijk een oplossing bieden door lijstjes met merknamen aan te leveren.
  • De diagnose delier, schizofrenie of psychotische stoornis moet door een arts zijn gesteld.

Onderbouwing

  • Antipsychotica worden met een terechte basis voorgeschreven bij de diagnoses delier schizofrenie en psychotische stoornis. De diagnose delier, schizofrenie of psychotische stoornis moet door een arts zijn gesteld. Achtergrond van de indicator is de ervaring dat antipsychotica ook onterecht worden voorgeschreven bij ‘probleemgedrag’. Deze indicator is erop gericht om het voorschrijfgedrag van antipsychotica inzichtelijk te maken.
  • Het Kwaliteitsdocument 2013 VV&T stelt als norm dat een cliënt mag rekenen op adequate gezondheidsbescherming en -bevordering waarbij steeds goed wordt ingespeeld op veranderingen in het lichamelijk welzijn en de gezondheid. Het adequaat voorschrijven van medicatie hoort daarbij. Bij medicijngebruik is een zorgvuldig gekozen evenwicht tussen goed vaktechnisch handelen (bv. geen fouten maken) en de wensen en voorkeuren van de cliënt/vertegenwoordiger (bv. liever onrust of pijn dan sufheid) van belang.

Verantwoordelijkheid zorgorganisatie

  • Indien de zorgorganisatie niets te maken heeft met het voorschrijven of beheren van de medicatie van de cliënt is deze ook niet verantwoordelijk te houden voor het terecht voorschrijven van medicatie. Als de organisatie de medicatie alleen uitdeelt (en niet voorschrijft) is de gedachte dat de rol van de zorgverlener verder gaat dan puur uitdelen. Zij moeten zicht hebben op de reden waarom medicatie is voorgeschreven en hebben de taak om eventuele problemen of opvallendheden die spelen rond de medicatie te signaleren en bespreekbaar te maken met de cliënt, vertegenwoordiger en huisarts. Op deze manier kunnen zij het terecht voorschrijven en adequaat gebruik van medicatie stimuleren. Dit sluit ook aan bij de norm die wordt gesteld in het Kwaliteitsdocument dat zorgverlener in staat is om adequaat samen te werken met collega's, andere disciplines en mantelzorgers, zodat de continuïteit in zorg gewaarborgd is.

PILOT Psychofarmaca (indicator 4.2a)

Indicator

Deze indicator betreft een pilot en kan op vrijwillige basis door de zorgorganisaties gemeten en aangeleverd worden. NB: Het is niet verplicht om deze indicator te meten en aan te leveren. Aanleveren van deze indicator is alleen mogelijk via de invoermodule in de portal en niet via XML/ECD-aanleveringen.

  1. Percentage cliënten dat in de afgelopen 6 weken psychofarmaca gebruikte
  2. Percentage cliënten dat in de afgelopen 6 weken psychofarmaca gebruikte en waarbij voorafgaand aan de inzet van psychofarmaca aantoonbaar een (probleem)analyse is verricht van het gedrag van de cliënt.
  3. Percentage cliënten dat in de afgelopen 7 dagen psychofarmaca gebruikte en waarbij voorafgaand aan de inzet van psychofarmaca aantoonbaar een psychosociale of gedragsinterventie heeft plaatsgevonden.

Registratievragen

  • Verzorgt de zorgorganisatie (een deel van) het beheer van de medicatie van de cliënt?
    • Nee
    • Ja
  • Zo ja, heeft de cliënt in de afgelopen zeven dagen psychofarmaca ontvangen?
    • Nee
    • Ja
  • Indien ja, keuzemenu
    A) bij probleemgedrag dat verklaard kan worden vanuit de aanwezigheid van een psychiatrische aandoening anders dan dementie: delier, psychotisch stoornis, depressie, angststoornis en slaapstoornis, anders nl.
    B) bij probleemgedrag (neuropsychiatrische symptomen) bij dementie: agitatie / agressie, hallucinaties / wanen, angst, depressieve symptomen, apathie, roepgedrag, constant aandacht vragen, seksueel ontremd gedrag en nachtelijke onrust/omkering dag-nachtritme
    C) off label voorgeschreven: zorgverlegenheidsbehandeling, veiligheid
  • Als de cliënt psychofarmaca heeft ontvangen, is voorafgaand aan de inzet van psychofarmaca een (probleem)analyse verricht van het gedrag van de cliënt?
    • Nee
    • Ja
  • Als de cliënt psychofarmaca heeft ontvangen, heeft voorafgaand aan de inzet van psychofarmaca een psychosociale of gedragsinterventie plaatsgevonden?
    • Nee
    • Ja

Toelichting

Deze indicator betreft een pilot en kan op vrijwillige basis door de zorgorganisaties gemeten en aangeleverd worden. NB: Het is niet verplicht om deze indicator te meten en aan te leveren. Aanleveren van deze indicator is alleen mogelijk via de invoermodule in de portal en niet via XML/ECD-aanleveringen. Definities en nadere toelichting vind je in het Handboek bij Kwaliteitsdocument 2013 (pdf).

Onderbouwing

Onderbouwing van deze indicator komt voor uit het Kwaliteitskader verantwoorde zorg 2010, Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en de Richtlijn Probleemgedrag 2008 van de NVVA.

Bron

Kwaliteitsdocument 2013 Verpleging, Verzorging en Zorg Thuis (pdf). Inspectie voor de Gezondheidszorg, Zorgverzekeraars Nederland en LOC Zeggenschap in Zorg, augustus 2013.

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.