Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Huidletsel

Risicoscorelijsten voor huidletsel

Preventie van huidletsel start met het opsporen van cliënten die risico lopen om decubitus te krijgen. Het is hierbij van belang om onderscheid te kunnen maken tussen risicofactoren en risico-indicatoren.

  • Risicofactoren hebben een directe relatie met het ontstaan van decubitus en huidletsel; voor decubitus zijn dat druk- en schuifkrachten.
  • Risico-indicatoren zijn kenmerken die ertoe bij kunnen dragen dat cliënten een verhoogd risico op het ontwikkelen van huidletsel/decubitus lopen: bijvoorbeeld verslechterde voedingstoestand, neurologische aandoening en verminderde mobiliteit.

NB. Beschouw cliënten met een verminderde activiteit en/of mobiliteit altijd als risicocliënten.

Wanneer een risico-scorelijst invullen?

Risicoscorelijsten worden gebruikt bij het inschatten van het risico op decubitus/huidletsel. Een risico-scorelijst moet worden ingevuld:

  • bij opname van de zorgvrager.
  • wanneer de zorgvrager afhankelijk wordt van bed of rolstoel.
  • wanneer de conditie van de zorgvrager verbetert of verslechtert.

Drie risicoscoreschalen: Braden, Norton en Waterlow

De betrouwbaarheid van risicoscorelijsten staat ter discussie. Het resultaat van een risico-inventarisatie is een momentopname en risico-inschatting dient een continu proces te zijn en regelmatig herhaald te worden.

Als organisatie, afdeling of team is het van belang een keuze te maken, welke risicoscorelijst er gehanteerd wordt.

De meest bekende risicoscorelijsten voor decubitus in Nederland zijn:

Alleen hulpmiddel

Er wordt geen specifiek risico-inschattingsinstrument aanbevolen, omdat een dergelijk instrument alleen een hulpmiddel is om op een gestructureerde wijze het risico op decubitus te bepalen. Naast de genoemde aspecten in het instrument zijn ook de individuele kenmerken van de cliënt, de klinische blik en ervaring van de zorgverlener belangrijk bij het bepalen van het risico. De uitkomst van een risicoscore geeft een indicatie om preventieve maatregelen te starten of uit te breiden.

Bij het gebruik van risicoscorelijsten geldt de volgende kritische kanttekening:

  • Er blijven cliëntsituaties bestaan waarbij sprake is van een lage score, maar waar toch een sterk verhoogd risico aanwezig is.
  • Andersom kan soms ook het geval zijn: een hoge score, maar toch een laag risico.

Voorbeeld: Bradenschaal

Afbeelding Bradenschaal
Afbeelding: Bradenschaal

De Bradenschaal bestaat uit 6 onderdelen. De scores kunnen variëren tussen 6 en 23. Bij een score lager dan 18 heeft de cliënt een verhoogd risico. Hoe lager de score hoe groter het risico op decubitus.

Uitleg categorieën

  • Waarneming van pijn en ongemak
    • Totaal verstoord
      reageert niet op pijnprikkels doordat de cliënt niet bij bewustzijn is of geen pijn voelt over het grootste deel van het lichaam.
    • Zeer verstoord
      reageert alleen op pijnprikkels
    • Licht verstoord
      reageert op mondelinge opdrachten, maar kan niet adequaat reageren.
    • Geen stoornis
      reageert op alle opdrachten en kan zich goed uiten.
  • Vochtigheid huid
    • Altijd vochtig
      door incontinentie van feces e/o urine, transpiratie
    • Meestal vochtig
      niet altijd vochtig, maar het beddengoed/de kleding moet meestal 3x per dag verschoond worden
    • Soms vochtig
      af en toe vochtig, het beddengoed/ de kleding moet meestal 1x per dag extra verschoond worden
    • Zelden vochtig
      meestal is de huid droog, het beddengoed/ de kleding hoeft niet extra verschoond te worden
  • Activiteit
    • Bedgebonden
      ligt altijd in bed
    • Stoelgebonden
      kan niet zelf lopen en moet in de stoel geholpen worden
    • Loopt af en toe
      loopt alleen korte afstanden, brengt het grootste deel van de dag in bed of op de stoel door.
    • Loopt vaak rond
      loopt minstens elke twee uur in de kamer rond en gaat minstens 2x daags een wandeling buiten de kamer maken.
  • Mobiliteit
    • Volledig immobiel
      kan niets bewegen zonder hulp
    • Zeer beperkt
      kan alleen af en toe lichte houdingsveranderingen zelf uitvoeren, heeft verder altijd hulp nodig.
    • Licht beperkt
      kan vaak lichte houdingsveranderingen zelf uitvoeren zonder hulp
    • Geen beperkingen
      kan zonder hulp van houding veranderen
  • Voeding
    • Onvoldoende
      eet en drinkt niet of eet nooit meer dan 1/3 van het eten en drinken wat hem wordt aangeboden (uitgaande van porties gebaseerd op de Schijf van Vijf); weigert supplementen of wordt langer dan 5 dagen alleen intraveneus gevoed.
    • Waarschijnlijk ontoereikend
      eet en drinkt zelden meer dan de helft van het aangeboden eten en drinken; accepteert alleen af en toe een supplement of krijgt onvoldoende sondevoeding toegediend.
    • Toereikend
      eet meestal meer dan de helft van het aangeboden eten en drinken; accepteert supplementen of krijgt voldoende sondevoeding / TPV
    • Uitstekend
      weigert geen maaltijden en eet het grootste deel van elke maaltijd op; heeft geen bijvoeding nodig.
  • Schuifkracht
    • Probleem
      glijdt in bed of stoel vaak onderuit en moet regelmatig in de goede houding geholpen worden
    • Mogelijk probleem
      glijdt af en toe onderuit en moet soms in de goede houding geholpen worden
    • Geen probleem
      kan in een goede houding blijven zitten of liggen

Bronnen

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.

Reacties

  • Annemieke Koning [kennislijn Vilans en Zorg voor Betet, Vilans, Utrecht] 11-10-16

    Er wordt geen specifiek risico-inschattingsinstrument aanbevolen, omdat een dergelijk instrument alleen een hulpmiddel is om op een gestructureerde wijze het risico op decubitus te bepalen. Naast de genoemde aspecten in het instrument zijn ook de individuele kenmerken van de cliënt, de klinische blik en ervaring van de zorgverlener belangrijk bij het bepalen van het risico. De uitkomst van een risicoscore geeft een indicatie om preventieve maatregelen te starten of uit te breiden.

    U kunt de schalen bij de linken onder het kopje Drie risicoscoreschalen: Braden, Norton en Waterlow inkijken.

    Met vriendelijke groet,

    Annemieke

  • Grytsje landman 11-10-16

    Wat is de overweging in de keuze welke schaal te hanteren ?

    Waarom zijn er 3 schalen ipv 1 schaal ?

    Wat is het grootste verschil onderling ?

    Graag een andwoord via de mail

    Bvd Grytsje Landman