Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Eten/Drinken

Uitdroging en hitteplan

Aanhoudende hitte vormt een risico voor de gezondheid van bepaalde groepen mensen, zoals ouderen, mensen in zorginstellingen, chronisch zieken en mensen met overgewicht. Deze risico’s variëren van lichte verschijnselen, zoals vermoeidheid en jeuk tot ernstige aandoeningen met mogelijk levensbedreigende gevolgen. Sinds mei 2015 is een vernieuwd Hitteplan (RIVM) van kracht. Criteria voor de alarmering zijn nu op vier dagen aanhoudende hitte ingesteld in plaats van op vijf.

Vijf maatregelen bij aanhoudende hitte van V&VN

Uitdroging: risico bij ouderen

Tijdige herkenning van uitdroging (dehydratie) bij ouderen is van groot belang. Het stellen van deze diagnose bij ouderen is echter niet gemakkelijk.

Een uitgedroogde cliënt herken je vooral aan (meerdere van) deze signalen:

  • De cliënt is suf of verward (delier), heeft last van duizelingen en valt snel.
  • Is soms moeilijk te verstaan. De cliënt verslikt zich snel.
  • Verlaagde bloeddruk, koorts, obstipatie.
  • De cliënt klaagt over dorst, plast weinig en de urine is donker van kleur; dan is er al sprake van een ernstige dehydratie!
  • De cliënt verliest in korte tijd meer dan 3% van het lichaamsgewicht of meer dan 1 kg per dag. Een acute verandering van het lichaamsgewicht kan ook wijzen op overvulling.
  • Gortdroge tong en slijmvliezen.
  • Minder elastische huid (dit is ook een normaal verouderingsverschijnsel), jeuk en huidinfecties.
  • Een cliënt heeft een verhoogde kans op trombose en embolieën, blaasinfecties, luchtweginfecties, nierstenen en decubitus.

Gebruik voor de diagnose bijvoorbeeld onderstaande aanvulling op de anamnese of bij het observeren van de cliënt:

tabel uitdroging

Tabel: Aanwijzingen uit de anamnese, lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek bij ouderen voor het vaststellen van dehydratie met en zonder begeleidend zoutverlies.

Preventie van uitdroging

Volgens de Nederlandse Voedingsraad is voor cliënten minimaal 1700 ml vocht per dag noodzakelijk. Als een cliënt een vochtbeperking heeft vanwege hartfalen of nierproblemen, dan is het belangrijk ook een minimum aan vocht vast te leggen om uitdroging te voorkomen. Ergens tussen de 1,5 en 2 liter per dag. Dit minimum moet verhoogd worden als de buitentemperatuur stijgt (tijdens hitteperioden), als het binnen erg warm is (vaak is de temperatuur in instellingen hoog!) of als de cliënt koorts heeft (500 ml vocht extra geven per graad koorts boven de 38°C).
Bied bij deze omstandigheden de cliënt vaker vocht aan en weeg de cliënt vaker.

Stimuleren van drinken

Het is belangrijk dat de cliënt voldoende drinkt bij de maaltijden. Maar ook tussen de maaltijden moet regelmatig wat gedronken worden. Dit kan door extra drinken te stimuleren bij (zelf)verzorgende handelingen, zoals tandenpoetsen, het innemen van medicijnen etc. Ook is het beter om vaker kleine hoeveelheden te drinken dan een paar maal een grote hoeveelheid. Let er goed op dat er voldoende water en andere dranken beschikbaar zijn en dat de cliënt daar gemakkelijk toegang toe heeft.
Leg de cliënt uit waarom er voldoende gedronken moet worden en wijs de cliënt op het gebruik van minerale dranken (incl. bouillon), verse fruitsappen, tomatensap, melk of sportdranken. Te veel alcoholhoudende dranken of supplementen met veel eiwit moeten vermeden worden, zeker bij dehydratie. Deze onttrekken juist vocht aan het lichaam. Het is daarnaast belangrijk dat de cliënt goed, gezond en regelmatig blijft eten. Groenten en fruit zijn aan te bevelen omdat ze veel water bevatten en een bron zijn van vitamines en zouten.

Behandeling van uitdroging

Als een cliënt uitgedroogd is of als de situatie de kans op uitdroging vergroot, dan kun je het volgende (laten) doen:

  • Vocht op recept en de vochtinname waarborgen. Cliënten goed voorlichten en stimuleren.
  • Regelmatig meten van bloeddruk, pols en temperatuur. Hoe vaak is afhankelijk van de ernst van de situatie.
  • Dagelijks of om de dag wegen.
  • Laboratoriumonderzoek (gericht op natrium, ureum, creatinine en osmolariteit).
  • Vochtbalans, hoewel vaak onbetrouwbaar, inclusief een schatting van ongemerkt waterverlies (uit verdamping en ademhaling).
  • De snelheid van vochtaanvulling is afhankelijk van de snelheid waarmee het vochttekort is ontstaan in combinatie met de ernst van de situatie. Langzaam ontstane tekorten moeten ook langzaam aangevuld worden.
  • In ernstige acute situaties kan een ziekenhuisopname nodig zijn of in ieder geval 24-uurs verpleegkundige bewaking.
  • Vocht kan op verschillende manieren toegediend worden als het niet per os kan:
    • Per sonde als het per os onvoldoende lukt en als er ook voldoende voedingsstoffen toegediend moeten worden.
    • Per infuus als acuut ingrijpen noodzakelijk is.
    • Hypodermoclyse.

Opletten geblazen

Bijna dertig procent van de ouderen met dementie in een verpleeghuis heeft last van uitdroging, zonder dat de verzorging dit in de gaten heeft. Deze verontrustende conclusie kwam uit een exploratief onderzoek onder 58 bewoners van 4 psychogeriatrische afdelingen van een verpleeghuis, gepubliceerd in het Tijdschrift voor ouderengeneeskunde.
Bij de betrokken ouderen ontdekten de onderzoekers signalen als droge tong, lengtegroeven in de tong en gewichtsverlies vaker dan bij de groep niet-gedehydreerde ouderen. Opvallend was dat deze groep niet minder te drinken kreeg. De kennis van het verplegend personeel over uitdroging bleek in dit verpleeghuis voldoende. Hoe het dan toch kan gebeuren dat er zo’n hoog percentage is uitgedroogd, is onduidelijk. De onderzoekers,  Simone Paulis en Marleen Pullens, wijzen naar ‘het niet actief monitoren van de vochtintake’ en organisatorische zaken, zoals voldoende personeel per dienst om ‘adequate vochtintake bij ouderen met dementie te waarborgen. Meer onderzoek is nodig, vinden Paulis en Pullens.

Bronnen

  • Preventie en behandeling van dehydratie bij ouderen, addendum bij de richtlijn: Multidisciplinaire richtlijn vocht- en voedselvoorziening verpleeghuisgeïndiceerden, Arcares (nu ActiZ), 2001

  • Nationaal Hitteplan (2015), ministerie van VWS, het RIVM, ActiZ, GGD Nederland en het Nederlandse Rode Kruis. Dit is een geactualiseerde versie van het Hitteplan uit 2007. Dee criteria voor alarmering is nu op vier dagen aanhoudende hitte ingesteld in plaats van op vijf. Het plan heeft als doel om tijdens periodes van aanhoudende hitte gezondheidsproblemen bij kwetsbare groepen, zoals bewoners van zorginstellingen en ouderen, te beperken. Instellingen, zorgverleners en vrijwilligers kunnen zich hiermee voorbereiden op een periode van aanhoudende hitte.

  • Website Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl

  • S. Paulis en M. Pullens, Dehydratie in het verpleeghuis, hoe vaak komt het voor en wat is het kennisniveau van het verzorgend personeel? Tijdschrift voor ouderengeneeskunde, nr. 3 juni 2016.

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.