Zorgvoorbeter.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

www.zorgvoorbeter.nl

Thema: Eten/Drinken

Ondervoeding signaleren

Ondervoeding is soms moeilijk te voorkomen. Wanneer een cliënt ondervoed raakt, is het van groot belang dat dit tijdig wordt herkend. Dan kan zo snel mogelijk actie worden ondernomen. De Stuurgroep verantwoorde zorg VV&T heeft bepaald dat in de intramurale situatie voortaan het risico op ondervoeding wordt gemonitord met behulp van de SNAQRC (Short Nutritional Assessment Questionnaire for Residential Care).

Risico op ondervoeding bepalen

Ondervoeding ontstaat als iemand een langere tijd minder energie of voedingsstoffen binnen krijgt, dan nodig is om gezond te blijven. Ondervoeding kan ontstaan doordat iemand te weinig eet, extra energie verbruikt of een verminderde eetlust heeft. Het probleem speelt vooral bij zieken en ouderen.

Risicogroepen voor ondervoeding:

  • kwetsbare ouderen thuis, in een verzorgingstehuis of woonzorgcentrum
  • patiënten die meerdere ziekten hebben, chronisch ziek zijn of veel medicatie gebruiken
  • patiënten met lichamelijke beperkingen
  • patiënten met een niet passende gebitsprothese, kauw- of slikproblemen
  • patiënten (met name oudere en ernstig zieke) die recent ontslagen zijn uit het ziekenhuis
  • patiënten met psychosociale problemen en verwaarlozing
  • patiënten met alcohol- of drugsmisbruik

Van de chronische ziekten zijn met name van belang: COPD, CVA, decubitus, dementie, depressie, hartfalen, darmziekten. En patiënten die vocht vast houden, dit maskeert gewichtsverlies. Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding is essentieel. Opsporing in de thuissituatie, vroeg in het ziekteproces, kan ervoor zorgen dat de ernst van de ondervoeding beperkt blijft en de zorgbehoefte daalt.

Terug naar boven

Risicosignalering: poster en werkbladen

V&VN heeft, in opdracht van ActiZ, een poster en werkbladen ontwikkeld die helpen bij het signaleren van de gezondheidsrisico’s, waaronder ondervoeding en overgewicht. De poster laat schematisch zien hoe u gezondheidsrisico's kunt beperken ten aanzien van ondervoeding en overgewicht, depressie, medicijngebruik, huidletsel, incontinentie en vallen. Naast de poster zijn ook werkbladen rondom deze items gemaakt waarin aangegeven staat hoe te handelen na signalering van een gezondheidsrisico. Download de poster (pdf, 508 kb) en werkbladen (pdf, 2,3 mb).

Terug naar boven

Signaleren van ondervoeding in de eerste lijn en thuiszorg

Als iemand onbedoeld in een maand drie kilo of meer afvalt of in zes maanden zes kilo of meer, spreken we van onvrijwillig gewichtsverlies. Ondervoeding ligt dan op de loer. Bij ouderen is er verder ook sprake van ondervoeding bij een BMI < 20.

SNAQ 65+: stappenplan voor screening op ondervoeding

De SNAQ 65+ is een signaleringsinstrument voor ondervoeding, ontwikkeld voor de groep ouderen die thuis woont en eventueel gebruik maakt van de thuiszorg. Het instrument is snel en eenvoudig te gebruiken. In plaats van het berekenen van BMI is gekozen ondervoeding signaleren ouderen 65+voor het meten van de bovenarmomtrek omdat dit bij cliënten thuis makkelijk is uit te voeren. 
Download het Stappenplan ondervoeding (SNAQ65+) (pdf).

  • Stap 1: neem SNAQ 65+ af (met de SNAQ 65+wordt gebruik gemaakt van de bovenarmomtrek i.p.v. BMI)
  • Stap 2: vraag ouder of hij/zij probleem herkent
  • Stap 3: vraag ouder of hij/zij iets aan het probleem zou willen laten doen
  • Stap 4: verdere diagnostiek naar mate en oorzaak van de ondervoeding
  • Stap 5: samenvatting van stap 1 t/m 4
  • Stap 6: overleg met huisarts

Bekijk het instructiefilmpje:

Terug naar boven

Signaleren van ondervoeding in verpleeg- en verzorgingshuizen

Voor de screening van cliënten in verpleeg- en verzorgingshuizen is het instrument SNAQRC ontwikkeld. Met behulp van drie vragen en het BMI kan bepaald worden of er risico op ondervoeding is of dat er sprake is van ondervoeding.

Terug naar boven

Wat kun je doen om ondervoeding te voorkomen?

Het is belangrijk dat er voldoende en gevarieerd gegeten wordt. Hierbij is het belangrijk om voldoende energie (calorieën) en eiwitten binnen te krijgen. Eiwitten zijn bouwstoffen voor het lichaam. Eiwitten zitten in producten zoals kaas, vlees, vis, melk en melkproducten en ei.

Eiwitten spelen onder andere een belangrijke rol bij de wondgenezing en spierbehoud van het lichaam. Wanneer een cliënt risico heeft op ondervoeding is het belangrijk om naast de 3 hoofdmaaltijden ook tussendoortjes te gebruiken, die bij voorkeur rijk aan energie en eiwit zijn (noten, volle melkproducten, blokjes kaas/worst, chocolademelk, toetjes van zuivel).

Het gewicht is een goede graadmeter om te kijken of een cliënt voldoende eet en drinkt. Als iemand afvalt kan dat een teken zijn dat het lichaam meer calorieën nodig heeft. Het is daarbij belangrijk om de cliënt één keer per week te wegen. Als het gewicht achteruit gaat, bespreek dit dan met een arts of diëtist.

Terug naar boven

Wat te doen bij ondervoeding?

Wanneer het screeningsinstrument ondervoeding constateert bij een cliënt is snelle behandeling noodzakelijk. Snelle behandeling zorgt o.a. ervoor dat de voedingsinname verbeterd, dat het gewicht stabiliseert of zelf toeneemt, dat de spierkracht toeneemt en de algehele kwaliteit van leven verbeterd. Daarnaast verminderen de complicaties en is de opnameduur en mortaliteit verminderd. Bij snelle signalering van ondervoeding, zal de behandeling beter aanslaan. Download de Richtlijn Screening en behandeling van Stuurgroep ondervoeding (pdf) voor meer informatie.

De cliënt moet worden verwezen naar arts en diëtist. De diëtist stelt een passend advies op en indien nodig wordt drink- en/of sondevoeding ingezet. Om de behandeling goed aan te laten slaan is een goede uitvoering door verpleegkundigen en verzorgenden van belang. Om de vorderingen van de behandeling in de gaten te houden moet er wekelijks worden gewogen (Jonkers-Schuitema et al., 2012). Meer informatie over wegen is te vinden op het onderwerp wegen en BMI.

Terug naar boven

Vragenlijst: deskundigheid medewerkers

Binnen het Zorg voor Beter-verbetertraject is een vragenlijst ontwikkeld om de kennis en vaardigheden op het gebied van het signaleren van ondervoeding in kaart te brengen. De vragenlijst bevat de volgende onderdelen:

  • signaleren van ondervoeding
  • beoordeling van kennis van ondervoeding bij medewerkers
  • mogelijke verbeteringen

Aan de hand van de uitkomsten kan de zorgverlener bepalen waar hij of zij de komende periode meer aandacht aan moet besteden. Op een van tevoren vastgesteld tijdstip vult de zorgverlener de vragenlijst opnieuw in. Door vergelijking met de eerdere resultaten is vast te stellen of het signaleren van ondervoeding is verbeterd.

De vragenlijst ‘Kennis en vaardigheden signaleren van ondervoeding op de afdeling’ maakt deel uit van de Toolkit ‘Zorg zelf voor Beter Eten & Drinken’. Bestel de toolkit Zorg zelf voor Beter Eten & Drinken in de webwinkel van Vilans.

Terug naar boven

Hoe motiveer je de cliënt het voedingspatroon aan te passen bij ondervoeding?

Ouderen die al langere tijd een hoog gewicht hebben gehad en ondervoeding krijgen zijn blij met het gewichtsverlies en zien de risico’s van ondervoeding niet in. Het is van belang dat de cliënt inziet dat er veranderingen noodzakelijk zijn. De diëtist neemt dit mee in de behandeling. Het is belangrijk dat de cliënt weet dat wanneer de ondervoeding niet wordt behandeld er meer complicaties ontstaan en de kwaliteit van leven verder achteruit gaat.

Terug naar boven

Wil je hierop reageren?

Jouw reactie

Wil je een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen []. Voorbeeld: [www.zorgvoorbeter.nl] of [http://www.zorgvoorbeter.nl]. Velden met een (*) zijn verplicht.

Reacties

  • Marian de van der Schueren 17-06-16

    Beste Maria,

    Je hebt helemaal gelijk; als ik jouw verhaal zo lees dan heb je zeker een risico op ondervoeding, als je al niet ondervoed bent.

    Deze website richt zich vooral op ouderen, maar het is bekend dat chronisch zieken, onafhankelijk van hun leeftijd, ook een sterk verhoogd risico hebben op ondervoeding. Datzelfde geldt voor depressie; ook een bekende risicofactor voor ondervoeding.

    Als je geacht wordt zelfredzaam te zijn, of te blijven, dan is het belangrijk wat aan je voedingstoestand te doen. Wellicht kun je naar een diëtist? Liefst met verwijzing van huisarts of behandelend arts, maar ook zonder verwijzing kun je bij een dietist terecht.

    Op de website van de Stuurgroep Ondervoeding kun je zien welke diëtisten gespecialiseerd zijn in ondervoeding. Wellicht heeft de zorginstelling waar je woont ook een dietist in dienst?

    http://www.stuurgroepondervoeding.nl/dietisten

  • Maria 17-06-16

    Waarom gaat het alleen over ouderen ?

    Ik ben 45 jaar oud en krijg / kreeg persoonlijke verzorging. Ik heb al meer dan 15 jaar overgewicht en ben onlangs 20 kg afgevallen in 3,5 maand tijd. Het risico van ondervoeding zie ik juist HEEL GOED in. Wat ik nu moeten eten weet ik daarentegen helemaal NIET GOED.

    Zorginstelling doet NIETS. Verzorgende reageerde pissig toen ik haar confronteerde met het feit dat ik ondervoed ben. Coördinerend verpleegkundige, iemand die mij hooguit 1,5 uur heeft gezien in ruim 6 jaar tijd, werd boos. Chronisch ziek, lichamelijk beperkt, depressief en ondervoed word ik geacht zelfredzaam te zijn. Sinds afgelopen maandag krijg ik ook geen Verzorging meer. Reden: dat kunnen we momenteel niet leveren. De medewerkers van wie ik zorg kreeg werken gewoon. De zorginstelling doet nota bene mee aan zorgvoorbeter. Mag ik even heel hard lachen.