Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Zeggenschap
  4. Interviews
  5. Meer zeggenschap voor cliënten die niet praten

Meer zeggenschap voor cliënten die niet praten

6 februari 2008

Cliënten meer invloed geven op hun leven. Dat is het doel van het verbetertraject Zeggenschap. Deelnemer Gert Sijl is projectleider bij Bartiméus, een instelling voor mensen met ernstige zintuiglijke en verstandelijke beperkingen. “Hoe geef je meer zeggenschap aan cliënten die niet kunnen praten?”

Bij Bartiméus hadden ze weinig zicht op de mate van zeggenschap van hun cliënten. Een belangrijke reden om deel te nemen aan het verbetertraject. Uit de standaard nulmeting bleek direct dat Bartiméus een complexe doelgroep heeft. “Volgens deze vragenlijst hadden onze cliënten helemaal geen zeggenschap, ze kunnen gewoon heel weinig zelf”, aldus Sijl. “Daarom hebben we ons gericht op kleine dingen. We wilden tijdens het traject die punten verbeteren waar de cliënten al zeggenschap over hebben. We vonden meer zeggenschap niet per definitie goed, dat zorgt vaak alleen maar voor onrust.”

Schema’s

De deelnemers aan het verbetertraject moesten zeggenschap in hun instelling meetbaar maken. “Omdat sommige cliënten niet kunnen praten moeten we aan de hand van hun gedrag bepalen wat ze wel en niet willen. Daarvoor hebben we schema’s ontwikkeld”, aldus Marieke van Dissel, eerstverantwoordelijke van de activiteitenbegeleiding.

Handelingen

De begeleiders keken bijvoorbeeld hoe cliënten reageren op bepaalde handelingen, zoals het opstaan. “Gaat de cliënt meteen mee, of blijft hij nog even liggen? En wat doet hij daarbij met zijn ademhaling, zijn stem of zijn gezichtsuitdrukking?”, legt Van Dissel uit. “Op een persoonlijke lijst met gedragingen gaven we aan welk gedrag voor iemand positief (groen) is, welk gedrag spanning aangeeft (blauw) en bij welk gedrag er sprake is van escalatie (rood). Deze kleuren hebben we uiteindelijk in een grafiek gezet zodat duidelijk is wanneer een cliënt wel of juist niet tevreden is.”

Rol van de begeleider

Dit verbetertraject richt zich vooral op de rol van de begeleider. Van Dissel: “We noteren ook welke begeleider op welk moment bij de cliënt aanwezig is. In het geval van het opstaan zagen we in het kleurenschema van een cliënt dat hij één keer groen scoorde. Toen we navraag deden bij de begeleidster die hem op dat moment uit bed had gehaald, bleek dat zij bij binnenkomst in de kamer altijd hard in haar handen klapt. Iets exclusiefs, speciaal voor hem. Nu doen we dat allemaal en dat vindt hij fijn. Zo leren we ook van elkaar.” Sijl vult aan: “Voor de begeleiders werken deze schema’s vooral als bewustwording. Wat is het gedrag bij welke gebeurtenis? En wat kunnen we daarmee? Bovendien ben je zo veel meer gericht op de cliënt bezig. Daardoor verbetert ook de zeggenschap van mensen die er niet om vragen.”

Verder uitbreiden

De schema’s zijn in principe te gebruiken voor iedere cliënt, ook voor andere afdelingen van Bartiméus. Omdat dit project goed past binnen de huidige methodiek, kost het bovendien weinig moeite. Sijl: “Het is echt een verrijking. En we kunnen het instrument nu verder gaan uitbreiden. Bovendien hebben we nu echt iets in handen. Om andere groepen in beweging te zetten hoeven we het hen alleen maar aan te reiken.”