Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Verzorgend wassen
  4. Interviews
  5. “Aandacht voor invoering bepaalt succes innovatie”

“Aandacht voor invoering bepaalt succes innovatie”

12 mei 2010

Onderzoeker Hanneke Knibbe, werkzaam bij LOCOmotion en verbonden aan diverse projecten van Zorg voor Beter, heeft onlangs in Amerika de Bernice Owen Award gewonnen. Deze award is bedoeld voor opvallend onderzoek op het gebied van ergonomie in de zorg. Knibbe werd vooral geprezen omdat zij haar onderzoeken goed weet toe te passen in de praktijk: “Het begint met empowerment van de verzorgenden.”

Ze vindt het moeilijk zichzelf op de borst te kloppen, maar is blij met de erkenning die ze met deze award krijgt. “Ik was heel verbaasd om te horen dat ik had gewonnen, want ik doe geen heel ingewikkeld, fundamenteel onderzoek”, vertelt Knibbe na terugkomst in Nederland. “Ik sta juist met beide benen in de praktijk en gebruik onderzoek zo praktisch mogelijk. Juist de wisselwerking tussen onderzoek en praktijk intrigeert me. Ik luister goed waar mensen in de zorg tegenaan lopen en probeer daarvoor een oplossing te bedenken. Als iets uit de theorie in de praktijk niet werkt, pas ik mijn onderzoek daar gerust op aan en andersom: goed onderzoek kan je genadeloos op de blinde vlekken in de praktijk wijzen.” Knibbe hoopt dat de aandacht voor de award ervoor zorgt dat praktijkgericht onderzoek in Nederland meer aandacht krijgt.

Wegcijferen

Van oorsprong is Knibbe fysiotherapeut, vervolgens studeerde ze cum laude af als bewegingswetenschapper en richtte ze, samen met haar broer Nico Knibbe, LOCOmotion op. Zij hielden zich eerst vooral bezig met ergonomie voor zorgprofessionals. “Verzorgenden zetten zich zo enorm in voor hun cliënten dat ze zichzelf nog wel eens vergeten. Ze cijferen zichzelf weg. Ik vind het een uitdaging om te zoeken naar manieren om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren die tegelijkertijd de kwaliteit van zorg verhogen.” Inmiddels is ergonomie niet meer een standaard onderdeel van haar onderzoeken, Knibbe houdt zich meer en meer bezig met de kwaliteit van zorg en met arbeidsproductiviteit.

Kleine innovaties met grote gevolgen

Binnen Zorg voor Beter begeleidde Knibbe onder andere zeventien kleine innovatieprojecten, de zogenaamde ’17 zonnen’. Kleine verbeteringen met vaak grote gevolgen, zoals het gebruik van een slimme douchestoel of een opstalooprek. “Empowerment van zorgverleners staat daarbij aan de basis. Wanneer zij zelf problemen signaleren en verbeteringen doorvoeren heeft dat veel meer impact dan wanneer het van bovenaf komt. Wat dat betreft kunnen wij weer veel van de Amerikanen leren.” Knibbe ziet ook een vliegwieleffect: “Wanneer je als verzorgende met een verbetering aan de slag gaat en het werkt echt, én je wordt erom gewaardeerd, kom je sneller met de volgende verbetering. Het mooie is dat verzorgenden zo meer plezier krijgen in het werk, en de tijd voor de cliënt ook nog eens toeneemt. Wat dat betreft ligt er nog zoveel goud op de werkvloer.”

Controversieel maar innovatief

Knibbe was binnen Zorg voor Beter ook betrokken bij de Verbetertrajecten Continentie en Verzorgend Wassen. Voor het Verbetertraject Continentie heeft Knibbe vooral inhoudelijke ondersteuning geboden. Zij heeft instellingen laten zien hoe zij hun continentiebeleid konden verbeteren en ze geholpen met de evaluatie van de effecten. Verzorgend wassen is in de zorg controversieel en ook Knibbe moest er eerst niets van weten. “Ik vond het de ondergang van goede zorg, dat cliënten niet eens meer een goede wasbeurt kregen. Totdat ik zeven jaar geleden metingen ging doen bij koploperinstellingen die er al mee werkten. Toen kreeg ik vrijwel alleen maar goede resultaten en werd zo duidelijk dat wassen met de kant-en-klare washandjes uit een pakje echt werkt. Zo blijkt maar weer dat je altijd oog moet houden voor innovaties, ook al sta je er in eerste instantie sceptisch tegenover.”

Kracht van Zorg voor Beter

“Mijn manier van werken past goed bij Zorg voor Beter, omdat de verbetertrajecten heel praktijkgericht zijn. Als een theorie in de praktijk niet voldoende blijkt te werken, dan passen begeleiders en instellingen gedurende het traject hun werkwijze aan. Andersom helpen onderzoeksresultaten om de praktijk een stap verder te brengen.” Knibbe noemt de kracht van Zorg voor Beter ook dat instellingen de kans krijgen innovaties echt een kans te geven. “Het is niet zomaar droppen van een innovatie. De begeleiders stimuleren instellingen veel aandacht aan de invoering te besteden, zodat het ook optimaal werkt. Dat is zo belangrijk, goede implementatie kan een innovatie maken of breken.”

Extra impuls

Volgens Knibbe geldt dat voor vrijwel elke innovatie. “Natuurlijk kun je ook buiten Zorg voor Beter aan de slag gaan met verzorgend wassen. Early innovators hebben zo’n programma niet nodig. Maar voor de groep daarachter heeft Zorg voor Beter een grote meerwaarde.” Of een innovatie een succes wordt, hangt volgens Knibbe voor 30% af van het product zelf en voor 70% van de implementatie, het draagvlak, de scholing, instructie, borging en verspreiding binnen de zorginstelling. “Dat betekent voor de instellingen hard werken. Zorg voor Beter kan daarbij een extra impuls zijn: er is landelijke aandacht voor het onderwerp, het probleem wordt binnen de instelling gelijk veel serieuzer genomen én dankzij het programma kunnen deelnemers makkelijk kennis delen. Het zorgt ervoor dat de innovatie niet ten onder gaat in de waan van de dag. Wanneer mensen alleen een doos met kant-en-klare washandjes kopen en er zit geen plan achter, is een innovatie zoals verzorgend wassen gedoemd te mislukken.”

Hanneke Knibbe