Nachtdienst…
3 november 2011
“Kan ik nog iets voor u betekenen? Ligt u lekker? Glaasje water? . Nee, zuster alles is in orde.” Welterusten dan, en als er iets is gewoon bellen, daar ben ik tenslotte voor. U ook slaap lekker zuster”. En stilletjes loop de ik naar de volgende patiënt op zaal.
Grote ogen kijken me aan vanachter de brillenglazen. Waar ben ik? Wat doe ik hier? Wat doet die paal hier? Ik moet plassen, maar waar moet ik heen? Het is goed, u bent in het ziekenhuis, u bent hier nadat de huisarts u had ingestuurd, en die paal… daar hangt het infuus aan. “Was ik dan zo ziek?” Thuis ging het niet meer, dus ligt u nu bij ons en krijgt u wat infuus. Komt u maar dan loop ik even met u mee naar het toilet.
Geen reden tot actie
Als mevrouw terug is blijft ze met grote ogen in bed liggen, de buurvrouw waar ik eerder was, fluistert zachtjes: ik let wel op, ik slaap toch niet zoveel. Dat klopt. De nacht ervoor was ze ook wakker en had geen oog dichtgedaan. Ik knik vriendelijk naar haar. Uit het derde bed komt diep gesnurk, in diepe rust is mevrouw. Gelukkig krijg ze zuurstof, al gaat de zuurstof wel meer naar haar wangen als haar neus in. Ik laat haar lekker liggen, ze heeft het druk gehad vandaag, en ze slaapt lekker, ze plast goed, klinkt niet benauwd. Nu geen reden tot actie vind ik.
Wakker maar tevreden
Op het vierde bed ligt de enige man van deze zaal. Ook hij zal niet veel slapen zegt hij. Ach is niets bijzonders, thuis slaap ik ook weinig. Ik zeg hem, af en toe wel even te zwaaien. Nadat ik dat gezegd heb, breekt een glimlach bij hem door, en ik hoor terug: dat is goed ik zwaai terug. Maar nog even een andere vraag: wilt u wel regelmatig mijn fles legen zuster? Maar natuurlijk geen probleem, dat doe ik. Met een laatste blik op het tweede bed, waar nog altijd een paar grote ogen me vanachter haar bril aankijken, en een glimlach van het eerste bed, stap ik de kamer uit.
De waarde van menselijk contact
Mijn nachtdienst is begonnen, en terwijl ik mijn ronde verder loop, geniet ik nog na van mijn eerste kamer. Ondanks dat de mensen nog niet slapen, weten ze dat ik er ben, heb ik er vertrouwen in dat ze me vertrouwen. En heb ik echt menselijk contact. Wat hou ik van deze zorg, de kleine dingen. Dit is voor mij zorgen, de kleine dingen bij de mensen weten te waarderen, maar ook naar boven weten te brengen.
Toch ingrijpen
Verderop in de nacht, ligt de dame van het tweede bed rustig te slapen, de heer op het vierde bed schrikt op als ik ineens de kamer opstap terwijl hij aan het plassen is, en hij dekt zichzelf snel toe (hij ligt wel openbaar met drie andere vrouwen). Op het eerste bed is de dame plots ernstig benauwd en misselijk, pijn op de borst, en bang. Alles komt op gang, ECG, lab, maar ook menselijke zorg, bij haar zijn, haar geruststellen, en haar vertellen wat er gebeurt. Gelukkig zakt het af. Ze is ook de jongste niet meer, en heel kwetsbaar, de andere nacht kan ik gelukkig nog altijd haar glimlach beantwoorden.
Wat hou ik hiervan, de zorg… ik ben ervoor geboren.