Aandacht voor de familie doet ook de patiënt goed
Het intrigeerde revalidatiearts Anne Visser-Meily dat het ene gezin het wel redt na de beroerte van een naaste en het andere niet. Dit was de aanleiding voor haar proefschrift ‘Care voor partners van patiënten met een beroerte’. Daaruit bleek dat de zorg voor de naasten van de cliënt daarbij van essentieel belang is. Op basis van haar onderzoek geeft ze tips waarmee artsen en verpleegkundigen de familie beter kunnen ondersteunen.
Anne Visser geeft tips voor zowel de periode direct na de beroerte als voor de periode van revalidatie in een zorginstelling of thuis.
Tips voor artsen en verpleegkundigen
In de acute fase na een CVA:
- Geef voldoende informatie aan de naasten.
- Geef informatie op maat. Dus naast algemene informatie over beroertes, vooral informatie specifiek over die patiënt.
- Belangrijke vraag daarbij is: wat zou ik willen weten als het mijn partner was?
- Bedenk steeds wie je voor je hebt en stem de informatie daarop af. Denk aan opleidingsniveau, voorkennis et cetera.
- Herhaal de gegeven informatie. Er komt zo veel op de naasten van een patiënt af, dat mensen veel vergeten. Bied de informatie mondeling aan én digitaal of geprint. Geef duidelijk aan dat mensen er op een later stadium nog vragen over mogen stellen.
In een verpleeghuis of revalidatiecentrum:
- Heb niet alleen aandacht voor de patiënt, maar ook voor de partner (gezinsgerichte benadering). Als het beter gaat met de partner heeft dit invloed op het welzijn van de patiënt.
- Sla af en toe een arm om een naaste heen. Partners voelen zich soms erg alleen en persoonlijke aandacht helpt dan het beste.
- Er komt veel af op familie van mensen met een beroerte. Help hen ermee om te gaan en leer ze hoe ze oplossingen kunnen creëren: dit gebeurt er en zo kan je ermee om gaan.
- Onderzoek leert dat als het na een half jaar niet goed gaat met naasten, het de verwachting is dat het niet van zelf beter gaat. Na drie jaar gaat het met een deel nog slechter. Deze mensen hebben dus extra hulp nodig. Blijf partners bij wie het na zes maanden niet goed gaat dus volgen: zij wennen niet aan de nieuwe situatie.
Tijdens de zorg thuis:
- Zorg dat een patiënt altijd nog een keer wordt bezocht.
- Ga tijdens zo’n bezoek ook na hoe het gaat met de partner.
- Herhaal het bezoek op gezette tijden. Bijvoorbeeld na een half jaar en liefst ook nog na een jaar. De ervaring leert dat naasten zich pas na een half jaar realiseren dat het nooit meer wordt zoals het was vóór de beroerte.
- Bespreek met partners hoe belangrijk het is om je eigen sociale contacten te onderhouden. Doe dit ook langere tijd na de beroerte, want steun van de omgeving vermindert vaak over tijd.
- Is de mantelzorger overbelast, zoek dan naar passende oplossingen. Kan de mantelzorger niet wennen aan de nieuwe situatie? Dan is hulp bij rouwverwerking en aanleren van coping strategieën op zijn plaats. Is de zorg voor de patiënt te veel, dan ligt een mogelijke oplossing in respijtzorg, dagopvang of meer thuiszorg.
Tips voor directie en beleidsmakers:
- Gezinsgericht werken is geen methode, maar een aanpak. Artsen en verpleegkundigen hebben tijd en begeleiding nodig om zo’n houding aan te leren en eigen te maken.
- Neem aandacht voor familie op in het beleid. Schrijf als instelling voor hoe het gedaan wordt. Dan is het duidelijk dat personeel van de instelling standaard aandacht heeft voor naasten en is de familie niet afhankelijk van de opvattingen van de individuele zorgverlener.
- Voer aandacht voor mantelzorgers breed door. Laat in alles doorklinken dat je aandacht hebt voor familie: op de website, in folders en in voorzieningen. Zorg bijvoorbeeld dat mantelzorgers een maaltijd mee kunnen eten of kunnen blijven slapen als dit nodig is.
(bron: Vilans)
Meer informatie
- Lees het gehele interview met Revalidatiearts Anne Visser-Meily op de website van Vilans