“De Nederlandse kwaliteitsprogramma’s zijn indrukwekkend en zeer ambitieus”
John Vretveit is Director of Research aan het Medical Management Centre, Karolinska Institute in Stockholm. Hij is uitgenodigd door ZonMW om advies te geven over de lopende kwaliteitsprogramma’s in Nederland.
Wat vindt u van Nederlandse kwaliteitsprogramma’s in vergelijking met andere landen?
Andere landen geven prioriteiten aan andere kwaliteit- en veiligheidsproblemen. Het is opvallend dat de Nederlandse overheid zulke uitgesproken prioriteiten heeft gesteld aan de zorgsector. Ook het feit dat zij uitgesproken ideeën van deskundigen opvolgen en vastbesloten zijn er snel iets te gaan doen, is indrukwekkend. In andere landen spreken politici vaak over dit onderwerp, maar er worden meestal geen middelen ingezet. Het enige andere land dat dit ook heeft gedaan is Groot-Brittannië.
Ik vind dat de ambities en doelen in Nederland uitstekend. Nederland loopt daarmee voorop in de wereld. Maar ik maak me zorgen om het aantal verbeteringen dat men wil aanbrengen in zo’n kort tijdsbestek. Het zal voor verpleeg- en verzorgingshuizen niet makkelijk zijn de verbeteringen snel te implementeren. Ik weet niet hoe snel zij op deze kansen kunnen reageren en het beste eruit kunnen halen. Het is goed om hoge verwachtingen te hebben, maar ik hoop dat we niet worden teleurgesteld.
Wat adviseert u ons om Zorg voor Beter tot een succes te maken?
Dit ambitieuze programma moet mensen helpen prioriteiten te stellen. Mensen kunnen niet alles in één keer doen. Zorgaanbieders moeten niet het oplossen van de meest ernstige problemen als prioriteit stellen, maar het oplossen van problemen waarvoor een effectieve oplossing bekend is. Je hebt dus probleem/oplossing combinaties nodig.
Wat het programma ook moet doen, is het beschikbaar stellen van experts voor de gewone zorgaanbieders. Er is veel expertise in Nederland en veel ervaring in kwaliteitsverbetering. Die expertise moet beschikbaar worden gemaakt voor medewerkers die bereid zijn iets aan de kwaliteit te doen. Zij zijn misschien al naar een aantal workshops en lezingen geweest, maar het in de praktijk toepassen is een ander verhaal en is een grote uitdaging. Je kan het niet alleen doen. Je hebt een expert nodig die de ‘weg al eerder heeft bewandeld’.
Het is zeer belangrijk om veel aandacht te besteden aan metingen en dataverzameling. Dat is één van de grootste uitdagingen. Je hebt zeker expertise nodig om mensen te helpen de makkelijkste en goedkoopste manier van meten te vinden. Hierdoor kunnen zij meten of de veranderingen die zij toepassen ook een positief effect hebben op het resultaat.
Heeft u ervaring in het uitvoeren van dergelijke programma’s in de verpleeghuiszorg?
Ik was zeer betrokken bij een project tegen valincidenten in het Askins verpleeghuis in Göteborg. De verplegers waren allemaal onervaren en ongeschoold. Zij hadden fysiek en psychologisch veeleisend werk. Zij werkten met ouderen, waarvan sommige met dementie. Ik kon zien dat het moraal en de sfeer varieerde; er waren tijden dat het werk erg zwaar en moeilijk was. Wat indruk op mij heeft gemaakt is hoe een gekwalificeerde verpleger in staat was een kleine groep samen te krijgen en ze te inspireren. Zij gingen er iets aan doen. De groep reageerde op haar inspiratie. Zij reduceerden het aantal valincidenten significant en daarnaast verbeterde het moraal binnen het verpleeghuis. Het maakte de sfeer veel beter. De resultaten bezorgden de medewerkers ook veel trots in wat ze hadden bereikt.
Het gaf daarnaast ook variëteit op hun werk. Het was niet meer elke dag hetzelfde verhaal met dezelfde mensen. Zij kwamen ook in contact met andere verzorgingshuizen die geïnteresseerd waren in wat zij hadden gedaan. Het heeft mede geholpen een netwerk te creëren van mensen die ook werken aan dit onderwerp. Het tegengaan van valincidenten bleek niet alleen het leven van de betrokken ouderen te verbeteren, maar ook het werk en het leven van de verplegers.
Wat vindt u van het Nederlandse dementieprogramma?
Een reden waarom ik zo enthousiast ben over dit project is omdat het project echt iets wil doen aan dementie. Dit is een groot probleem dat alleen maar zal toenemen in de westerse wereld. Het is een gebied waar verbeterpunten liggen, waar weinig mensen vanaf weten. Dit project toont veel manieren om de zorg voor deze groep te verbeteren, terwijl veel mensen denken dat er niet veel meer kan worden verbeterd. Het programma zal hoop en inspiratie geven. Niet alleen aan verzorgingshuizen, maar ook aan familie, vrienden en patiënten zelf. Ik denk dat dit project een zeker bewustzijn zal creëren over zorg voor dementie. Hopelijk zal de goede samenwerking tussen ZonMw en de patiëntenorganisaties een belangrijke rol spelen in dit project.
U bent nu aanwezig op het congres Kennis Beter Delen. Wat leert u van dit congres?
Ik ben zojuist naar de openingslezing van Don Berwick geweest. Don weet goed de balans te vinden tussen het aangeven van de problemen, het inspireren van mensen en het aanreiken van suggesties om over na te denken en waar men direct mee aan de slag kan. Hij doet die drie dingen in combinatie en dat werkt zeer goed. Ik heb geleerd van zijn lezing dat je systematisch en methodisch verantwoord te werk moet gaan, maar dat je ook aandacht moet besteden aan de inspiratie van de betrokkenen.