“Aandacht voor mondzorg niet vanzelfsprekend”
De NVVA start in september met de eerste ronde van het implementatietraject voor de Richtlijn Mondzorg. Zowel op organisatieniveau als op cliëntniveau kunnen zorginstellingen nog veel verbeteren op het gebied van mondzorg.
Anders dan vroeger hebben veel ouderen nog (gedeeltelijk) hun eigen gebit. Dat is volgens Inge van der Stelt, projectleider van het implementatietraject Richtlijn Mondzorg bij de NVVA, een belangrijke reden waarom mondzorg een relatief nieuw aandachtsgebied is. “Het is niet vanzelfsprekend dat er aandacht is voor mondzorg”, legt Van der Stelt uit. “Vroeger was het een kwestie van gebit eruit en gebit erin. Tegenwoordig komt er veel meer bij kijken.”
Niet prettig voor cliënten en verzorgenden
Een andere reden waarom mondzorg er tot nu toe bekaaid vanaf komt in instellingen, is dat cliënten het vaak niet prettig vinden als er iemand in hun mond zit en heel afwerend kunnen reageren. “En verzorgenden vinden het tegelijkertijd moeilijk om dat bij iemand te doen”, aldus Van der Stelt. “Daarom gebeurt het te weinig of niet goed genoeg, met als gevolg dat er vrij veel gebits- en mondproblemen voorkomen in zorginstellingen.” En dat kan bijvoorbeeld pijn, ondervoeding, ontstekingen of een slechte adem tot gevolg hebben.
Inhoud richtlijn
In de ‘Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen’ staat hoe instellingen de mondgezondheid van deze groep kunnen bevorderen. Eerst wordt aandacht besteed aan oorzaken en gevolgen van slechte mondverzorging. Ziekten en aanbevolen medicatie of handelingen komen aan bod. Vervolgens volgen problemen en oplossingen voor mondzorg op cliëntniveau én binnen de zorgstructuur. Tot slot is er ook aandacht voor scholing van zorgverleners.
Eerste ronde
In september begint de eerste ronde van een implementatietraject. Hieraan doen twaalf zorginstellingen mee, voor het merendeel verpleeghuizen. “We vragen de instellingen om op zowel organisatieniveau als op cliëntniveau aandacht te besteden aan mondzorg”, legt Van der Stelt uit.
Organisatieniveau
“Op organisatieniveau gaat het erom dat een instelling beleid ontwikkelt. Zij moeten bijvoorbeeld zorgen dat er binnen de instelling een ruime en toegankelijke werkruimte beschikbaar is waar cliënten professionele mondzorg kunnen krijgen of dat cliënten hiervoor naar een externe tandartspraktijk kunnen gaan.” Ook is het volgens Van der Stelt belangrijk dat verzorgenden kennis hebben over goede mondzorg. “Zodat ze bijvoorbeeld de verschillende mondproblemen herkennen, of dat ze leren hoe gebitsimplantaten onderhouden moeten worden.”
Cliëntniveau
Instellingen leren tijdens het implementatietraject ook hoe ze mondzorg op cliëntniveau kunnen verbeteren. “Cliënten hebben vaak niet meer de vaardigheden om zelf iedere dag hun tanden te poetsen”, aldus Van der Stelt. “Maar veel cliënten vinden het juist erg vervelend dat er iemand in hun mond zit. Voor verzorgenden is het moeilijk daarmee om te gaan. Tijdens het traject wordt dan ook aandacht besteed aan scholing.”
Ook gehandicaptensector
Na de eerste ronde organiseert de NVVA in ieder geval nog twee rondes. Ook instellingen voor verstandelijk gehandicapten kunnen hieraan meedoen. Het doel hiervan is dat de Richtlijn Mondzorg ook wordt vertaald naar de verstandelijk gehandicaptenzorg.
Meer informatie
Download op de website van de NVVA de richtlijn mondzorg en een brochure.