Navigatie overslaan Zorg voor Beter
U bevindt zich hier:
  1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Valpreventie
  4. Nieuwsberichten
  5. Het effect van bewegingsprogramma’s op de val-frequentie

Het effect van bewegingsprogramma’s op de val-frequentie

18 maart 2005

Goed voorbeeld: onderzoek naar het effect van bewegingsprogramma’s op de val-frequentie en belangrijke risicofactoren voor vallen bij ouderen met een verhoogd valrisico, Vrije Universiteit te Amsterdam.

In dit onderzoek heeft een vertaling plaatsgevonden van valpreventie volgens de CBO richtlijn naar praktijksituatie. Bij dit onderzoek is dan ook vooral aandacht voor oefen-programma’s, omdat deze volgens de CBO richtlijn een centrale plaats moet innemen in een valpreventief beleid. Het is een actief valpreventief beleid in de vorm van een interventie gericht is op bewoners van verzorgingshuizen en aanleunwoningen. Er is gebruik gemaakt van twee verschillende bewegingsprogramma: Functioneel Lopen en In Balans.

Doel

De belangrijkste meerwaarde is dat er praktijkinvulling gegeven is aan de richtlijn opgesteld door het NVGK. Het invoeren van een valpreventief oefenprogramma is een eerste stap in de implementatie van de richtlijn. De innovatie leent zich uitstekend voor verdere implementatie omdat het een eenvoudig te implementeren innovatie betreft, die voorziet in een behoefte van de zorginstellingen zelf.

Feiten en cijfers

Het effect van de innovatie is gemeten in een “randomized controlled trial” . In totaal hebben 15 zorginstellingen en 278 cliënten geparticipeerd in deze trial. Twee interventieprogramma’s zijn door loting verdeeld over de zorginstellingen en binnen elke zorginstelling zijn de cliënten door loting verdeeld over een interventiegroep en een controlegroep. Het effect werd afgelezen aan diverse fysieke prestatietesten en aan het aantal valincidenten. Het bleek dat de deelnemers in de interventiegroepen hum mobiliteit verbeterden. De kans op herhaald vallen nam in de interventie groep ook af met 38% (voorlopige resultaten). De valincidentie bedroeg 1.64, 1.25 en 1.26 valpartijen per persoon per jaar voor respectievelijk de controlegroep, de FL-interventiegroep en de IB-interventiegroep. Tussen de twee bewegingsprogramma’s waren de verschillen niet groot. In het voorjaar van 2005 worden de definitieve resultaten hiervan verwacht.

De deelnemers gaven aan dat het programma FL als minder intensief werd ervaren dan IB. Twee IB-trainingen per week vond 40% van de deelnemers te veel, terwijl dit percentage bij FL op 20% lag. 55% van de deelnemers aan FL wilde doorgaan met het programma met twee bijeenkomsten per week tegen slechts 18% van de deelnemers aan IB.

Factoren die belangrijk zijn bij continuering van de innovatie zijn:

Meer informatie

VU, faculteit der Bewegingswetenschappen
Mevr. dr.M.J. Faber
Email: m.faber@fbw.vu.nl
Tel.: 020 444 85 43